Posts Tagged ‘leesvoer’

Leesvoer: Theodore Dalrymple - Junk Medicine

Monday, January 18th, 2010

Theodore Dalrymple doet in Junk Medicine een paar pittige uitspraken over de verslavingsbureaucratie. En deze wil ik je niet onthouden! Op pagina zes beschrijft hij, bijvoorbeeld, uitstekend de manier waarop bureaucratieën in omvang toenemen. Dalrymple stelt dat het komt door de onbewuste aanname dat het probleem [van heroïneverslaving] is op te lossen, op het moment dat een organisatie van voldoende omvang de verantwoordelijkheid neemt voor de oplossing.

But the therapeutic juggernaut rolled, and continues to roll, on, the only explanation for its lack of success being that it is still of insufficient size. If only it were half as big again, or twice as big, or four times as big: then the problem would be defeated.

Iets verder, op pagina tien en elf, maakt hij de vergelijking tussen “groei” van een commercieel bedrijf en een onderdeel van de overheid. Als een bedrijf er in slaagt om in een jaar tijd de omzet met 126 miljoen te vergroten, dan is het bedrijf erg succesvol. Maar als dat gebeurt bij een onderdeel van de overheid, dan is het vaak een teken dat het probleem waarvoor dat onderdeel is opgericht niet is opgelost. Sterker nog: het probleem zal waarschijnlijk gegroeid zijn. Feitelijk is dat een wanprestatie van het overheidsonderdeel, waarvoor het onderdeel wordt beloond met extra geld.

But where bureaucracies are concerned, nothing succeeds like failure. For example, in the USA the budget for the national Institute on Drug Abuse increased by 16.2 percent from 2001 to 2002 alone, which would be quite a creditable performance if it had been a purely commercial enterprise. $126,394,000 was added to its budget in the period, but it would be a brave or foolhardy man who asserted that a single drug addict stopped, or ever will stop, taking drugs because of this extra funding. Nor would you have to be Nostradamus to predict that the budget will keep growing, however, many of few drug addicts there are, unless of course, there is a general economic collapse necessitating drastic budget retrenchment. What one can say with a fair degree of certainty is that the funding of the NIDA will remain sturdily independent of the importance or usefulness of its findings, and of the social importance of otherwise of the problem it dresses. The bureucratic solution to waste is always more waste.

De oorzaak lijkt te liggen in de rol die de overheid zich aanmeet. Door een beleid dat er op is gericht om de schade die mensen zichzelf aandoen te beperken, maakt de overheid zich verantwoordelijk voor dat wat de individuele burger besluit zichzelf aan te doen. Op pagina 41 schrijft hij hierover het volgende:

Harm reduction as a policy is inherently infantilizing of the population: it assumes that the authorities are, and ought to be, responsible, fot the ill consequences of what people insist upon doing.

Eén pagina later weet Dalrymple het nog beknopter en krachtiger te verwoorden:

We are all children, and the authorities are our parents.

Met dit boek ontkracht hij niet alleen de mythen en fabels rond heroïneverslaving, maar laat hij ook zien hoe de verslavingsbureaucratie een bijdrage levert aan het in stand houden van het probleem. Dalrymple gebruikt de ervaringen die hij heeft opgedaan bij het behandelen van heroïneverslaafden om een fundamenteel punt te maken over de rol van de overheid. De overheid pakt de eigen verantwoordelijkheid van de verslaafde af. Hierdoor voelt de verslaafde zich niet langer verantwoordelijk voor de keuzes die hij maakt. En wordt het hem makkelijk gemaakt om “het systeem” de schuld te geven van zijn situatie.

Dat is natuurlijk onzin! Het systeem is niet schuldig.

Of is de overheid wél verantwoordelijk voor de problemen van verslaafden? En hoe zit dat dan met problemen van niet-verslaafde burgers? Moet de overheid die ook oplossen? Of zijn ze zelf verantwoordelijk?

Over het boek

Junk Medicine van Theodore Dalrymple is een essay over heroïneverslaving, maar het is de ondertitel die mijn aandacht trekt: Doctors, Lies and the Addiction Bureaucracy. Dalrymple neemt een kleine 140 pagina’s om de mythen rond heroïneverslaving vrijwel volledig te debunken. Dat doet hij door te putten uit zijn eigen ervaring, de literaire traditie rond heroïneverslaving grondig te analyseren, de manier waarop artsen heroïneverslaafden behandelen volledig in twijfel te trekken en de medisch-wetenschappelijke literatuur er bij te betrekken. (Objectief gezien heeft het afkicken van een heroïneverslaving dezelfde verschijnselen als een flinke griep…)

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Delicious
  • Hyves
  • Facebook
  • FriendFeed
  • NUjij
  • Ping
  • Plaxo Pulse
  • Evernote
  • Google Reader
  • Google Buzz
  • Share/Bookmark

Leesvoer: Rijn Vogelaar - De Superpromoter

Tuesday, September 15th, 2009

Luister niet naar ontevreden klanten! Luister naar je fans! Dat is de boodschap van Rijn Vogelaar in zijn boek “De Superpromoter“. De visie die in dit boek is neergelegd wordt het beste geillustreerd door het citaat van Herbert Bayard Swope: “I cannot give you the formula for succes, but I can give you the formule failure - which is: try to please everybody“. Hoewel het verhaal van Rijn primair gericht is op het bedrijfsleven, kan de overheid er ook haar voordeel mee doen.

Eén van de beleidsdoelen van de overheid is het vergroten van de klanttevredenheid over overheidsdienstverlening. Dat is concreet gemaakt in het voornemen om gemiddeld een “7″ te scoren op klanttevredenheid. Hoewel Rijn schrijft dat het streven naar een zeven niet meer van deze tijd is, ben ik van mening dat superpomotors een manier zijn om dat doel toch te halen.

Een superpomoter voor de overheid* is: Iemand die betrokken is, zijn mening deelt en invloed heeft. De overheid kan bijvoorbeeld Customer Journey Mapping (zie ook) gebruiken om in gesprek te raken met burgers. Op basis van die gesprekken wordt duidelijk wie de enthousiastelingen zijn. Deze enthousiastelingen zijn de superpromoters van de overheid! Als de overheid het lef heeft om te luisteren naar de superpromoters en haar antipromoters te negeren is zij veel beter in staat haar dienstverlening te verbeteren. Superpromotors zijn bij uitstek gevoelig voor de sterke kanten van de overheid. En juist die stekte kanten moeten verder ontwikkeld worden om te komen tot excellente dienstverlening.

Bovendien biedt het luisteren naar superpromoters kansen omdat, zoals Rijn schrijft, het niet luisteren naar superpromoters het democratisch proces in gevaar brengt. De mening van superpromoters kan voor de overheid functioneren als een tegengeluid voor lobbygroeperingen, klagende maatschappelijke organisaties en negatieve burgers.

Bovendien is het natuurlijk niet zo dat de overheid altijd een monopolie heeft. Soms is zij met zichzelf in concurrentie en zal de overheidsorganisatie die de meeste superpromotors heeft deze concurrentieslag winnen. Zo zullen de meeste mensen eerder Amsterdam dan Rotterdam aanbevelen voor een dagje uit.

Kortom: dit boek is een must-read voor iedereen die te maken heeft met klanttevredenheid en het beu is om iedere keer met de onvermijdelijke “7″ geconfronteerd te worden!

* Hij schrijft dat er voor de overheid een andere definitie moet zijn, omdat de meeste onderwerpen te triest zijn om het woord “enthousiasme” te gebruiken. Dit is niet waar. Door voor de overheid af te stappen van de oorspronkelijke definitie, laat hij zien dat er per definitie een negatieve connotatie is op het moment dat de overheid ter sprake komt.

Zie ook: www.superpromoters.nl.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Delicious
  • Hyves
  • Facebook
  • FriendFeed
  • NUjij
  • Ping
  • Plaxo Pulse
  • Evernote
  • Google Reader
  • Google Buzz
  • Share/Bookmark

Leesvoer: Stewart Mader - Wikipatterns

Sunday, April 12th, 2009
Cover of "Wikipatterns"
Cover of Wikipatterns

Het boek Wikipatterns trok mijn aandacht omdat we bij Zenc ook gebruik maken van een Wiki. Hoewel Wikipedia een encyclopedie is en dus over “alles” gaat, geldt dat niet voor een organsatiewiki. Een organsatiewiki heeft pas nut als hij medewerkers beter helpt bij het vinden van de juiste informatie dan Google of de interne netwerkschijf.

In het boek worden een aantal patronen benoemd en een aantal praktijkcases geschetst. De patronen zijn onder te verdelen in “people patterns” en “adoption patterns”. Beide categorieën kennen patronen die het gebruik van de wiki bevorderen of tegengaan, ofwel “anti-patterns”. Zo zijn er patronen voor gebruikers die spelfouten corrigeren, enthousiasmeren of juist te veel herstructureren. Patronen voor adoptie zijn, bijvoorbeeld, structuren aanmaken voor te vullen lege pagina`s of op de wiki een smoelenboek aanleggen om gebruik te stimuleren.

Mader beschrijft in zijn boek niets nieuws. Wat wel erg handig is zijn de benamingen van de patronen. Dit creëert een taal waarmee een implementatie van een wiki beschreven kan worden. Het vergemakkelijkt het benoemen van de barrières voor adoptie en stelt je in staat dit bespreekbaar te maken. En misschien zelfs bij te sturen door “anti-patterns” tegen te gaan en de patronen voor adoptie te bevorderen.

De kwaliteit van de cases varieert ontzettend. Niet alle cases zijn even uitgebreid beschreven, bovendien zijn het allemaal succescases. Graag had ik gelezen over een gefaalde wiki en het overwinnen van weerstanden in de organisaties.

Al met al is het een aardig boek dat je, voordat je een wiki in gebruik neemt, een aantal misstappen kan besparen. De genoemde patronen zijn in ieder geval erg herkenbaar.

Zie www.wikipatterns.com voor alle Wikipatterns en www.ikiw.org voor het weblog van Stewart Mader.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Delicious
  • Hyves
  • Facebook
  • FriendFeed
  • NUjij
  • Ping
  • Plaxo Pulse
  • Evernote
  • Google Reader
  • Google Buzz
  • Share/Bookmark

Leesvoer: Tribes & Eckart’s Notes

Sunday, April 5th, 2009

Afgelopen week heb ik twee boeken verslonden: Seth Godin - Tribes en Eckart Wintzen - Eckart’s Notes. Na Purple Cow is Tribes het tweede boek van Godin dat ik lees. Hoewel Seth een marketeer is, schrijft hij veel over de manier waarop marketing verandert en integreert in de dagelijkse werkzaamheden. Hoofdthema van Tribes is dat iedereen een leider kan zijn. Het enige dat je hoeft te doen is je doel te kiezen en aan de slag te gaan!

Pirate Seth Godin

Seth Godin

Zijn redenering is dat het nog nooit zo makkelijk is geweest om mensen met elkaar in verbinding te brengen. Dat is mogelijk door de mogelijkheden die het internet biedt in de vorm van communities, wiki`s en weblogs. Zelfs vanuit de onderste regionen van een organisatie kun je een Tribe verzamelen en de wereld veranderen!

Tenminste, als je hem moet geloven. Het klinkt erg aanlokkelijk en hij geeft ook de nodige voorbeelden, maar het boekje is eerder een beschijving van een fenomeen dan een hulpmiddel. Hij geeft aan dat er niet een beste manier is en dat er geen 10-stappenplan bestaat. Je moet maar gewoon beginnen. Zijn schrijfstijl is dermate opzwepend dat het niet moeilijk is je voor te stellen dat er mensen zijn die ook daadwerkelijk tot actie over gaan. Maar dat zijn waarschijnlijk de mensen die toch al actief zijn…

frog eggs

Eckart’s Notes stond al langere tijd op mijn leeslijst. Het is interessant te lezen hoe een Nederlands bedrijf met een unieke managementfilosofie uitgroeit naar een wereldbedrijf. Door bij het bereiken van een grootte van 50 medewerkers de organisatie op te splitsen is er een “kikkerdril” aan cellen ontstaan. Deze cellen vormden samen BSO/Origin, maar iedere cel is een afzonderlijke organisatie. Bovendien is een cel zelf verantwoordelijk voor het regelen van alle ondersteunende taken.

Groot voordeel van deze manier van organiseren is dat de maximale organisatiegrootte nooit boven de 50 stijgt. Dat is een uitstekende omvang om op een informele en menselijke manier te werken. Iedere medewerker kreeg 10(!) keer per jaar een informeel gesprek met zijn celdirecteur om te kijken hoe de vlag er bij hangt. Bovendien werd er vertrouwen gegeven. Bijvoorbeeld door iedere medewerker 10 opleidingsdagen per jaar te geven en niet te registreren of en waaraan deze gespendeerd zijn. Een medewerker weet zelf toch het beste wat hij nog wil leren en hoeveel dagen hij daar nog voor heeft!

Beide boeken laten zien dat sterk geformaliseerde realties binnen organisaties niet nodig zijn voor succes. Seth laat zien dat je zelfs van onder uit de organisatie een beweging kunt leiden om de wereld (of jouw niche) te veranderen. Eckart laat zien dat het niet nodig is te formaliseren om te groeien. En hij deed dat al vóór de hausse aan web 2.0 tools die claimen juist dat mogelijk te maken.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Delicious
  • Hyves
  • Facebook
  • FriendFeed
  • NUjij
  • Ping
  • Plaxo Pulse
  • Evernote
  • Google Reader
  • Google Buzz
  • Share/Bookmark

-->