{"id":954,"date":"2010-02-01T11:55:53","date_gmt":"2010-02-01T10:55:53","guid":{"rendered":"http:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/?p=954"},"modified":"2010-02-02T06:44:38","modified_gmt":"2010-02-02T05:44:38","slug":"leren-van-anderen-10-leerpunten-om-digitale-leermiddelen-te-verspreiden","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/leren-van-anderen-10-leerpunten-om-digitale-leermiddelen-te-verspreiden\/","title":{"rendered":"Leren van anderen: 10 leerpunten om digitale leermiddelen te verspreiden"},"content":{"rendered":"<p>In de herfst van 2009 heb ik in opdracht van <a href=\"http:\/\/www.kennisnet.nl\" target=\"_blank\">Kennisnet<\/a> samen met <a href=\"http:\/\/www.zenc.nl\" target=\"_blank\">Zenc<\/a>&#8216;ers <a href=\"http:\/\/www.zenc.nl\/over-zenc\/medewerkers?op=viewProfile;uid=QNLzFzquyQN5yp7XPIiImg\" target=\"_blank\">Ellen Boschker<\/a> en <a href=\"http:\/\/www.zenc.nl\/over-zenc\/medewerkers?op=viewProfile;uid=yqnUQToVh8eUQfCAw27_7g\" target=\"_blank\">Dani\u00eblle Emans<\/a> een essay geschreven. Het onderwerp van het essay is het gebruik van digitale leermiddelen in het onderwijs. We richten ons op manieren om dat gebruik te stimuleren. In het essay gebruiken we voorbeelden uit de wereld van web 2.0 om te laten zien welke mechanismen je kunt gebruiken om digitale leermiddelen te verspreiden. We eindigen het essay met maarliefst 10 leerpunten om digitale leermiddelen te verspreiden.<\/p>\n<p>Hieronder is de tekst van het essay integraal overgenomen. Veel leesplezier! \ud83d\ude00<\/p>\n<p><!--more--><\/p>\n<p><strong>Inleiding<br \/>\n<\/strong>De digitalisering in het lesproces blijft achter bij de digitalisering van de maatschappij. In het dagelijks leven maken leerlingen voortdurend gebruik van gedigitaliseerde communicatiemiddelen als e-mail, chat en online sociale netwerken. Als de digitalisering in het lesproces niet toeneemt, ontstaat er een groot verschil tussen het gebruik van digitale middelen in het klaslokaal en het dagelijks leven van de leerling. Wanneer dit verschil te groot is, vormt het een belemmering voor de manier waarop leerlingen kennis opnemen. Het is dus van groot belang dat ook het primaire proces (lesgeven) in de onderwijssector een digitale vernieuwingsslag doormaakt. Alleen dan blijven de manier waarop leerlingen in het dagelijks leven informatie verwerken en de manier waarop dat in het lesproces gebeurt, op elkaar aansluiten.<\/p>\n<p>In het onderwijs worden vernieuwingen in het primaire proces in een laag tempo gerealiseerd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de gemiddelde leeftijd van de gehanteerde methoden. In het voortgezet onderwijs ligt deze leeftijd gemiddeld op 5,6 jaar (SLO, 2007). Ook wanneer het aankomt op digitalisering van het lesproces komt de vernieuwing maar traag op gang. De adoptiegraad van digitale leermiddelen is laag. Het percentage digitale leermiddelen in het voortgezet onderwijs ligt op 22% (SLO, 2008). Om niet verder op achterstand te komen moeten digitale leermiddelen versneld meer gebruikt gaan worden.<\/p>\n<p>Omdat de onderwijssector, zoals gezegd, niet bijzonder vooruitstrevend is in de adoptie van nieuwe methoden, kijken we in dit essay naar een aantal succesvolle, snel geadopteerde ict-toepassingen. Zo kunnen we leren van de adoptieprocessen die daar zijn doorlopen. We kijken hierbij naar twee aspecten. Het eerste aspect is de mate van bruikbaarheid zoals de gebruiker (de docent) die ervaart. Het tweede aspect is de manier waarop technologische innovaties zich verspreiden. Aan het eind van het essay doen wij een aantal voorstellen om dit binnen de onderwijssector toe te passen.<\/p>\n<p><strong>Bruikbaarheid<\/strong><br \/>\nDe context waarin digitale leermiddelen worden gebruikt, is hi\u00ebrarchisch. Het onderwijs is nog steeds z\u00f3 ingericht dat een docent voor de klas staat en vanuit zijn rol bepaalt wat de leerlingen moeten doen. De docent bepaalt dus ook welke leermiddelen worden gebruikt. Hij zal zeker kijken naar hoe het digitale leermiddel aansluit bij de leerlingen, maar de leerlingen hebben daar geen directe invloed op. Als de docent een keuze maakt, dan zal hij kiezen voor het digitale leermiddel dat hij het meest bruikbaar vindt.<\/p>\n<p>Bruikbaarheid is wat de gebruiker ervaart als hij met het digitale leermiddel werkt. Hierbij is het cruciaal dat de eigenschappen van het leermiddel en de vaardigheden van de docent op elkaar aansluiten. Als die aansluiting er niet is, dan zijn er twee mogelijkheden. Of je past het leermiddel aan, zodat het handiger is in gebruik, of je vergroot de digitale vaardigheden van de docenten.<\/p>\n<p>Uit onderzoek naar de digitale vaardigheden van ambtenaren (Van Deursen e.a., 2009) blijkt dat het daarmee slecht is gesteld. Er is geen reden om aan te nemen dat docenten, in vergelijking tot ambtenaren, over een hogere digitale vaardigheid beschikken (Foole, 2009). Als je de digitale vaardigheden van docenten vergroot, dan draagt dat bij aan een snellere adoptie van digitale leermiddelen. Het is echter waarschijnlijk gemakkelijker om digitale leermiddelen te maken die een laag vaardigheidsniveau vereisen, dan de digitale vaardigheden van een compleet docentencorps te vergroten. Daarom richten we ons in dit essay op de gebruiksvriendelijkheid van digitale leermiddelen.<\/p>\n<p><strong>Verspreiding<\/strong><br \/>\nEen school in het voortgezet onderwijs is een organisatie die verschillende inhoudelijke experts (vakdocenten) bij elkaar brengt om gezamenlijk het product \u2018onderwijs\u2019 te leveren. Een school in het voortgezet onderwijs is per definitie een bonte mengeling van inhoudelijke experts uit verschillende domeinen. Zelfs een grote school kent slechts een beperkt aantal vakdocenten binnen \u00e9\u00e9n discipline. Omdat zij vakdocent zijn, zijn zij verbonden met andere vakdocenten buiten de school. Zij organiseren zich in, bijvoorbeeld, de <a href=\"http:\/\/www.nvvw.nl\/\" target=\"_blank\">Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren<\/a> of de <a href=\"http:\/\/www.levendetalen.nl\/\" target=\"_blank\">Vereniging van Levende Talen<\/a>.<\/p>\n<p>Doordat deze organisaties docenten van verschillende scholen verbinden, ontstaan er netwerken die de scholen overstijgen. In deze netwerken vinden docenten met een gedeelde interesse elkaar. Op basis van die interesse delen zij ervaringen, bijvoorbeeld over innovaties in het vakgebied. Juist via deze organisatieoverstijgende netwerken worden innovaties als digitale leermiddelen verspreid. Een goed begrip van de manier waarop innovaties zich verspreiden, kan bijdragen aan een versnelde adoptie van digitale leermiddelen. Daarom is het belangrijk te begrijpen hoe innovaties zich via deze organisatieoverstijgende netwerken verspreiden.<\/p>\n<p>Omdat digitale leermiddelen nog vaak nauw verbonden zijn met het vak waarvoor ze worden gebruikt (SLO 2008), verloopt de verspreiding sneller onder vakgenoten dan via schoolorganisaties. E\u00e9n van de manieren om innovaties te verspreiden is: gebruikmaken van enthousiaste vakgenoten. Bijvoorbeeld volgens het netwerkperspectief zoals dat wordt gepropageerd door Rijn Vogelaar (Vogelaar 2009). Volgens hem geschiedt verspreiding van nieuwe producten het meest succesvol via superpromoters. Een superpromoter is iemand die z\u00f3 enthousiast is over iets, in dit geval digitaal leermateriaal, dat hij het aanprijst aan anderen in zijn netwerk. Zij zijn vergelijkbaar met opinieleiders (Rogers, 1983), met dit verschil dat een superpromoter daadwerkelijk tot aanbeveling overgaat en niet alleen informatie verspreidt.<\/p>\n<p><strong>Vier voorbeelden uit andere werkvelden<\/strong><br \/>\nHieronder geven we vier voorbeelden van nieuwe technologie\u00ebn. Deze voorbeelden laten zien hoe je de bruikbaarheid van een technologie kunt verhogen, zodat deze zich gemakkelijker kan verspreiden onder gebruikers. De eerste twee voorbeelden, Gmail (I) en de App store van Apple, illustreren op welke manier zij de gebruiksvriendelijkheid hebben vergroot door te voorzien in behoeften van de gebruikers. De laatste twee voorbeelden, de faxmachine en Gmail (II), laten zien hoe nieuwe technologie\u00ebn zich verspreiden onder gebruikers. Uit deze cases zijn in totaal 10 leerpunten af te leiden die kunnen bijdragen aan een versnelling van de adoptie van digitale leermiddelen.<\/p>\n<p><strong><em>Voorbeeld 1: Gmail (I)<\/em><\/strong><br \/>\nGmail is de gratis online e-maildienst van Google, die in 2004 gelanceerd werd. Op zich niets bijzonders, e-mail bestaat al sinds 1971 (Tomlinson, datum onbekend) en Hotmail biedt sinds 1996 (Wikipedia, 2007) gratis e-mail aan via het web. Wat wel bijzonder is, is de manier waarop er met Gmail een nieuwe interface is gebouwd om e-mail nog makkelijker hanteerbaar te maken. De eerste verbetering ten opzichte van traditionele aanbieders is dat je al je e-mail kunt bewaren door de grote opslagruimte. De tweede verbetering is dat Gmail gebruikmaakt van de sterke Google-zoekmachine en je in een fractie van een seconde al je e-mail kunt doorzoeken. De laatste verbetering is dat de mailberichten worden weergegeven in \u2018threads\u2019: verschillende e-mails in een conversatie worden als \u00e9\u00e9n bericht weergegeven, met de oudste bijdragen bovenaan. Hierdoor wordt een mailconversatie een aaneensluitend verhaal dat bovenaan de pagina start en onderaan de pagina eindigt. De conversatie is niet langer verspreid over verschillende berichten en hoeft ook niet van beneden naar boven gelezen te worden. Deze manier van weergeven sluit beter aan bij de manier waarop we gewend zijn teksten te lezen. Dit vergroot de leesbaarheid enorm.<\/p>\n<p><strong>Leerpunten<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>Gmail maakt door de grote opslagruimte het archiveren van e-mail overbodig. Hierdoor hoeft de gebruiker de e-mails die hij wil bewaren niet meer te kopi\u00ebren naar een archief.<\/li>\n<li>Het categoriseren van e-mails is praktisch overbodig geworden door de sterke zoekfunctionaliteit. De gebruiker hoeft nu geen mappenstructuren meer aan te leggen of te beheren.<\/li>\n<li>De presentatie van de mailwisseling is verbeterd, waardoor de gebruiker zijn e-mailwisselingen beter kan lezen.<\/li>\n<\/ul>\n<p><strong><em>Voorbeeld 2: de App store voor de iPhone<br \/>\n<\/em><\/strong>De App Store van Apple is een online winkel waar je programmaatjes (Apps) kunt kopen voor je iPhone of iPod. Bij de opening in 2008 waren er 800 Apps beschikbaar. Het eerste weekend werd er 10 miljoen keer een App gedownload. Een jaar later werd de mijlpaal van 1,5 miljard downloads overschreden en waren er meer dan 65.000 Apps beschikbaar. Ook namen meer dan 100.000 programmeurs deel aan het iPhone Developer program, het programma waar programmeurs zich bij aan moeten sluiten als zij Apps willen maken voor de iPhone (\u2018Jeroen\u2019, 2009a, 2009b). De App Store bevat zowel gratis Apps als Apps waar de klant voor moet betalen.<\/p>\n<p><strong>Leerpunten<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>Alle applicaties voor de iPhone zijn te vinden in de App store. Er is geen andere plaats waar Apps legaal worden aangeboden; als de gebruiker op zoek is naar een bepaald soort App, dan is er maar \u00e9\u00e9n vindplaats.<\/li>\n<li>De App store geeft op verschillende manieren een duidelijk overzicht van de Apps. Bijvoorbeeld door een uitsplitsing in verschillende categorie\u00ebn, gratis of niet gratis, en een top 25 per categorie.<\/li>\n<li>In de App store kun je ook op een simpele manier lezen wat anderen van de App vinden, voordat je hem koopt.<\/li>\n<\/ul>\n<p><strong><em>Voorbeeld 3: de faxmachine<\/em><\/strong><br \/>\nOndanks de miljoenen aan onderzoek was de eerste fax die in 1965 van de lopende band rolde feitelijk helemaal niets waard. Er was immers niemand anders om mee te faxen! Nadat de tweede fax van de band was gekomen, steeg de waarde van de eerste fax. Nu was er immers wel iemand om mee te faxen. Naarmate er meer faxen kwamen, werd de fax steeds waardevoller. Toen de eerste faxmachines duizenden guldens kostten, was er maar een handjevol anderen waar je een fax aan kon zenden. Maar de personen die een fax kochten, werden wel evangelist van het faxnetwerk, omdat hun eigen fax meer waard werd naarmate er meer anderen kwamen met wie zij konden faxen. (Kan ik je dit faxen? Nee? Koop er dan een!) Toen de fax halverwege de jaren tachtig zijn plek had gevonden in alle kantoren en een groot aantal huishoudens, kocht je voor 200 gulden een fax met toegang tot een faxnetwerk van miljoenen aangesloten faxen (Kelly, 1998). Dit noemt men met recht het faxeffect. Dit principe is ook te herkennen in de verspreiding van e-mail, het lidmaatschap van online sociale netwerken als Hyves en, meer recent, Twitter.<\/p>\n<p><strong>Leerpunten<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>De waarde van een faxmachine \/ e-mailadres \/ Hyves-lidmaatschap \/ Twitter-account voor de individuele gebruiker neemt toe wanneer meer anderen er gebruik van maken. Hierdoor zal de gebruiker anderen gaan overhalen om er ook een te nemen.<\/li>\n<li>Dergelijke technologie\u00ebn hebben een bepaalde kritieke massa aan gebruikers nodig voordat dit effect optreedt. Het nut van een technologie die dit principe effectief weet toe te passen, stijgt namelijk exponentieel met het aantal gebruikers.<\/li>\n<\/ul>\n<p><strong><em>Voorbeeld 4: Gmail (II)<br \/>\n<\/em><\/strong>Er is nog nooit reclame gemaakt voor Gmail. De 146 miljoen gebruikers hebben allemaal op een andere manier dan via reclame gehoord van Gmail. Vanaf 2004 kon men alleen een account aanmaken via een uitnodiging van \u00e9\u00e9n van de medewerkers van het bedrijf. Eenmaal in het bezit van een Gmailadres kon je zelf ook honderd anderen door middel van een simpele e-mail een uitnodiging sturen voor Gmail. De drempel om tot aanbeveling over te gaan werd hierdoor sterk verlaagd. Pas in 2007 werd het wereldwijd mogelijk zonder uitnodiging een account aan te maken.<br \/>\nInmiddels is Gmail uitgegroeid tot \u00e9\u00e9n van de drie grootste webmailproviders ter wereld.<\/p>\n<p><strong>Leerpunten<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>Gmail maakt van al zijn gebruikers promoters en in potentie superpromoters. Dat wordt niet alleen veroorzaakt door radicale verbetering van het ebruiksgemak, maar juist ook door het verlagen van de drempel om het anderen aan te bevelen.<\/li>\n<li>De eerste gebruikers van Gmail hebben het ervaren als een exclusief product. Dit werd veroorzaakt doordat er maar een beperkt aantal gebruikers kon worden uitgenodigd. Hierdoor werd de nieuwsgierigheid van anderen gewekt en ontstond er een hype rond Gmail.<\/li>\n<\/ul>\n<p><strong>Conclusie<\/strong><br \/>\nBovenstaande voorbeelden bevatten een aantal leerpunten op het gebied van bruikbaarheid en verspreiding die zijn toe te passen op digitale leermiddelen. Als je deze principes toepast op digitale leermiddelen, zal het gebruik ervan een vlucht nemen.<\/p>\n<ol>\n<li>Een digitaal leermiddel moet de noodzaak tot het archiveren van leermiddelen overbodig maken. Dat bespaart de docent de moeite van het opzetten en bijhouden van een (digitaal) leermiddelenarchief.<\/li>\n<li>Digitale leermiddelen moeten eraan bijdragen dat de docent zelf geen systematiek hoeft bij te houden om zijn leermiddelen te categoriseren.<\/li>\n<li>Digitale leermiddelen moeten eraan bijdragen dat de lesstof op een duidelijkere manier wordt gepresenteerd.<\/li>\n<li>Digitale leermiddelen moeten eraan bijdragen dat er voor de docent \u00e9\u00e9n betrouwbare plaats is waar hij alle mogelijke leermiddelen kan vinden.<\/li>\n<li>Digitale leermiddelen moeten eraan bijdragen dat er op een makkelijke manier een overzicht wordt gegeven van de beschikbare leermiddelen, bijvoorbeeld naar categorie.<\/li>\n<li>Digitale leermiddelen moeten inzichtelijk maken wat anderen van de bruikbaarheid van dat leermiddel vinden.<\/li>\n<li>Een digitaal leermiddel moet zo worden ontworpen dat de waarde van het middel stijgt op het moment dat andere docenten er ook gebruik van maken.<\/li>\n<li>Betrek de organisaties waarin vakdocenten elkaar vinden bij de verspreiding van digitale leermiddelen. De kritieke massa aan gebruikers die nodig is om de verspreiding te versnellen is daar te vinden.<\/li>\n<li>Digitale leermiddelen moeten het voor de gebruiker makkelijk maken om het leermiddel aan anderen aan te prijzen.<\/li>\n<li>Een digitaal leermiddel moet een gevoel van exclusiviteit cre\u00ebren bij de gebruiker, bijvoorbeeld door een beperkt aantal gebruikers toe te staan.<\/li>\n<\/ol>\n<p>Deze leerpunten laten zien hoe je de gebruiksvriendelijkheid van digitale leermiddelen kunt vergroten en de verspreiding kunt stimuleren. Gecombineerd zullen deze leerpunten bijdragen aan een versnelling van het gebruik van digitale leermiddelen. Als digitale leermiddelen worden ontworpen met deze principes als<br \/>\nuitgangspunt, kunnen docenten er beter mee overweg en zullen zij de voordelen zelfs actief gaan uitdragen.<\/p>\n<p><strong>P.S:<\/strong><\/p>\n<p>Kennisnet heeft zijn best gedaan om de essays ruimschoots digitaal beschikbaar te stellen: alle essays zijn door Kennisnet <a href=\"http:\/\/kennisnetonderzoek.wordpress.com\/\" target=\"_blank\">hier<\/a> gepubliceerd op WordPress, zodat het mogelijk is er op te reageren. Ons essay is op dat WordPress-platform <a href=\"http:\/\/kennisnetonderzoek.wordpress.com\/leren-van-anderen-10-suggesties-om-het-gebruik-van-digitale-leermiddelen-te-versnellen\/\" target=\"_blank\">hier<\/a> te vinden. De .pdf van ons essay in de opmaak van de bundel is <a href=\"http:\/\/www.box.net\/shared\/d5yxdeohx0\" target=\"_blank\">hier<\/a> te downloaden. De volledige .pdf van de essaybundel is <a href=\"http:\/\/www.box.net\/shared\/4not593xo3\" target=\"_blank\">hier<\/a> te downloaden. Een overzicht met alle downloadbre .pdf&#8217;s is <a href=\"http:\/\/digitaalleermateriaal.kennisnet.nl\/publicaties\/essaybundel\" target=\"_blank\">hier<\/a> te vinden.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In de herfst van 2009 heb ik in opdracht van Kennisnet samen met Zenc&#8216;ers Ellen Boschker en Dani\u00eblle Emans een essay geschreven. Het onderwerp van het essay is het gebruik van digitale leermiddelen in het onderwijs. We richten ons op manieren om dat gebruik te stimuleren. In het essay gebruiken we voorbeelden uit de wereld [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"ngg_post_thumbnail":0,"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[81,85,84,80,82,83],"class_list":["post-954","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-overheideninformatie","tag-artikel","tag-digitale-leermiddelen","tag-essay","tag-kennisnet","tag-leermiddelen","tag-web20"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/954","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=954"}],"version-history":[{"count":10,"href":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/954\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":962,"href":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/954\/revisions\/962"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=954"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=954"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.peterkeur.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=954"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}