Auteursarchief: Peter Keur

Machinaal of Intelligent handelen: wat is professioneel?

Douglas R. Hofstadter schreef in 1979 bijna 900 pagina’s vol over logica en systemen. Gödel, Escher, Bach: Een Eeuwige Gouden Band is een meesterwerk over systemen. Het staat vol ingenieuze puzzels, logica en paradoxen. Op een bepaalde manier is het net zo boeiend als het werk van Stafford Beer over organisaties (en hun structuur) als levensvatbare systemen!

Maargoed, ter zake.

Hofstadter stelt dat er twee manieren zijn om met formele systemen om te gaan. Een ´Mechanische modus´ en een ´Intelligente modus´. In de Mechanische modus benader je het systeem alsof je een ´machine´ bent en loop je alle mogelijkheden van het systeem langs totdat je een passende oplossing hebt. Hij stelt het gelijk aan het uitschrijven van alle mogelijkheden die een systeem biedt op een velletje papier. Uit de resultaten kies je vervolgens de best passende oplossing.

In de Intelligente modus benader je het systeem alsof je een ‘denkend wezen’ bent. Hij stelt dit gelijk aan het gebruiken van tekeningen, steno, berekeningen, omkeringen en het veranderen van de regels van het systeem om tot een juiste oplossing te komen. Met de resultaten beredeneer je wat de beste oplossing is.

Een interessant onderscheid. Zeker wanneer je het toepast op formele wiskundige systemen. Deze redenering is echter zeer goed toe te passen op de systemen waar maatschappelijk werkers, politieagenten en onderwijzers in gevangen zijn.

Het onderscheid tussen een ‘Mechanische modus’ en een ‘Intelligente modus’ is dan ook exact het onderscheid dat we maken in de publicatie De Professionele Professional. Op pagina 48 stellen wij dat er twee verschillende manieren zijn in de manier waarop professionals hun werk benaderen. Zie onderstaande tabel.

Gaat uit van bestaande regeling Gaat uit van wat nodig is
Gaat uit van eigen professie Gaat uit van grenzen eigen professie en inschakeling relevante andere professies
Accepteert huidige manier van werken Verbetert werkwijze als huidige manier van werken niet afdoende is
Denkt in problemen Denkt in oplossingen
Denkt van binnen naar buiten Denkt van buiten naar binnen
Voert werkzaamheden uit Werkt vanuit visie en passie
Ziet informatie als gegeven Blij! onderzoeken, is nieuwsgierig
Maakt geen uitzondering Herkent en erkent uitzonderingen
Stelt zich formeel op Gaat uit van positioneren en engageren
Gaat volgens het boekje Erkent handelingsverlegenheid
Gaat uit van huidige taak Creëert, als nodig, nieuwe taak/opdracht
Focust op eigen handelingen Ziet eigen handelingen in groter geheel
Heeft macht Heeft gezag
Negen tot vijf mentaliteit Gaat voor de oplossing, ook als dat buiten kantooruren inzet vergt
Mechanische modus Intelligente modus

Het is mijn stelling dat professionals te veel handelen vanuit Hofstadter’s ‘Mechanische modus’ en te weinig vanuit zijn ‘Intelligente modus’. Professionals passen – over het algemeen – systemen op een mechanische manier toe op de werkelijkheid. Onder systemen versta ik onder meer wetten, computersystemen, organisaties, routinematig gedrag, procedures, beleid, overlegstructuren en andere afspraken. Formeel en informeel.

Professionals hanteren systemen te weinig vanuit de Intelligente modus als middel om problemen op te lossen.

Het is juist de Intelligente modus die op dit moment hard nodig is! De formele systemen die op dit moment gelden zijn niet sluitend. Dat geldt voor de systemen binnen een domein. Bijvoorbeeld de Jeugdzorg. Maar ook voor systemen in domeinen die een relatie met elkaar hebben. Bijvoorbeeld Justitie en Werk & Inkomen (scriptie in .doc-format). Ook de Kafkabrigade deed hier in 2007 onderzoek naar.

Als professionals professioneel willen gaan handelen moeten zij voor zichzelf de volgende vragen beantwoorden:

  • Welke activiteiten in mijn werk voer ik uit als een Machine, omdat ik door het toepassen van de systemen dit probleem oplos?
  • Welke activiteiten in mijn werk voer ik uit als een Intelligent wezen, omdat de systemen niet voorzien in een oplossing?
  • Herken ik de situatie dat ik als een machine de systemen hanteer en toch het probleem niet oplos? Wat doe ik in die situatie?

Het antwoord op de laatste vraag spreekt voor zich. Er is maar één optie: handelen volgens de Intelligente modus. Ofwel de systemen op een manier toepassen zodat het probleem wel is opgelost. Dat kan betekenen dat ze soms op een andere, onverwachte manier worden gebruikt. De Mechanische modus helpt immers niet meer altijd bij het oplossen van maatschappelijke problemen.

Artikel: Sociale media inzetten voor arbeidsbemiddeling

Voor het januarinummer van Sociaal Bestek schreef ik samen met Tolja van de Bilt het artikel “Sociale media inzetten voor arbeidsbemiddeling“. In het artikel verkennen we de mogelijkheden die sociale media biedt bij arbeidsbemiddeling. We stellen dat sociale media mensen sneller aan een baan kan helpen, maar dat de ‘mainstream’ sociale media daar niet altijd geschikt voor zijn. Wij stellen voor om geavanceerdere vacaturebanken te gebruiken en een versimpelde versie van LinkedIn in te zetten bij het matchingsproces. Ook verkennen we de mogelijkheden van Hyves en kijken we naar onze zuiderburen voor het gebruik van beroepsbeelden.

Klik hier om het artikel te downloaden (.pdf). De volledige tekst vind je na de ‘Klik hier om verder te lezen’.

* Tolja van de Bilt is docent aan de Academie voor ICT en Business aan de Avans Hogeschool in Breda en oprichter van 2Bright.
Lees verder

LinkedIn’s aanbevelingen voor groepen te sterk gericht op je bestaande netwerk

De manier waarop LinkedIn groepen aanbeveelt werkt niet. Althans, niet voor mij.

Afgelopen week kreeg ik een mail van LinkedIn. In die mail geeft LinkedIn vier suggesties voor groepen die voor mij interessant zijn. Ze zijn gebaseerd op groepen waar mijn connecties recent lid van zijn geworden.

LinkedIn's aanbevelingen voor groepen

Dit zijn niet de groepen waar ik naar op zoek ben. Het zijn – toevallig – allemaal groepen die een relatie hebben mijn mijn studententijd. Natuurlijk ken ik veel mensen in mijn netwerk via mijn studie. (Wie niet?) En het was absoluut een leuke tijd, maar nu ben ik op zoek naar een ander soort groepen. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de ‘sterke banden’. Strong ties volgens Granovetter.

Dat werkt niet als je op zoek bent naar nieuwe informatie en andere inzichten.

Deze aanbevelingen trekken mij namelijk verder mijn bestaande netwerk in. Terwijl de LinkedIn-groepen voor mij juist een manier zijn om met nieuwe ideeën (en mensen) in contact te komen. Liever zie ik suggesties voor groepen die gebaseerd zijn op ‘zwakke banden’. Weak ties volgens Granovetter.

Zwakke banden zijn beter geschikt voor het verspreiden van nieuwe informatie dan sterke banden. De kans is namelijk groot dat ik beschik over dezelfde informatie als personen waar ik een sterke band mee heb. Aanbevelingen voor LinkedIn-groepen op basis van zwakke banden zijn voor mij van meer waarde. Je zou verwachten dat ze dat juist bij LinkedIn begrijpen.

Wellicht is een optie “Baseer aanbevelingen op personen waar ik een zwakke band mee heb.” een leuke functionaliteit voor een volgende versie!

Wat vind jij? Hoe gebruik jij LinkedIn-groepen? Om contact te houden met je bestaande netwerk? Of om ‘over de schutting’ te kijken en nieuwe informatie en andere inzichten op te doen?

PS: Zie ook het artikel The Strength of Weak Ties (.pdf) van Mark Granovetter.

Artikel: Digitale dienstverlening: Voorbestemd te falen

In Sociaal Bestek nummer 6 staat mijn artikel over Digitale Dienstverlening. In het artikel beschrijf ik de ervaringen van cliëntenraden met Digitale Dienstverlening in het domein Werk en Inkomen. Het artikel is gebaseerd op de reacties van vertegenwoordigers van cliëntenraden tijdens de workshop ‘Digitale Dienstverlening’. Deze workshop vond plaats tijdens het jaarcongres van de Landelijke Cliëntenraad Werk en Inkomen.

Je kunt het artikel hier downloaden (pdf-alert!). De volledige tekst vind je na de klik!

Lees verder

@genda 2015: De vragen van burgemeester Han Polman beantwoord

Op 24 mei heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) de Gemeentelijke Agenda Informatiebeleid op haar website geplaatst. De ‘@genda 2015‘. In het voorwoord stelt de voorzitter van de Subcommissie Gemeentelijke Dienstverlening en Informatiebeleid VNG een aantal vragen. Graag geef ik burgemeester Han Polman van de gemeente Bergen op Zoom antwoord op zijn vragen.

Q: Verbeteren we echt onze informatiepositie of werken we binnen onze gemeente al in de basis langs elkaar heen?
A: Jullie werken langs elkaar heen.

Q: Werken we echt samen met andere organisaties in het delen van informatie?
A: Nee.

Q: Vinden we vaak het wiel opnieuw uit?
A: Ja.

Q: Doen we veel dubbel werk in het bevragen van inwoners en bedrijven?
A: Ja.

Q: Maken we slim gebruik van de informatie die we als overheid in huis hebben?
A: Nee.

Q: Pakken we echt de financiële voordelen door slimmere verbindingen met elkaar te maken?
A: Nee.

Q: Houden we voldoende rekening met beveiliging en privacy?
A: Nee.

Q: Houden we het wettelijk doel voor ogen om informatie te hebben en te delen?
A: Nee.

Q: Zijn we scherp in het onder- scheid ‘need to know’ en ‘nice to know’?
A: Nee.

Q: Bieden we onze inwoners de mogelijkheid om de informatie te kennen en waar nodig te corrigeren?
A: Nee.

Overigens neem ik aan dat het voor de lezer duidelijk is dat hij deze blog moet plaatsen onder het kopje “zwarte humor“. In de traditie van Monty Python. 🙂

PS: ben je op zoek naar antwoorden en niet naar entertainment? Kijk dan eens op de site van Zenc. Daar vind je een andere versie van deze blogpost. Eentje met antwoorden.

Aandacht en sociale media tijdens een workshop

Afgelopen zaterdag gaf ik mijn eerste workshop sociale media. We hebben het ook gehad over Twitteren tijdens workshops en presentaties. Een deelnemer stelde de vraag:

“Het is toch heel onbeleefd als ik tijdens jouw verhaal met mijn telefoon of computer bezig ben?”

Mijn antwoord is nee en ja tegelijk.

Nee, het is niet onbeleefd als je tijdens de workshop sociale media gebruikt om anderen te vertellen over de workshop. Sterker nog, als je die behoefte hebt tijdens de workshop, vind ik dat een groot compliment! Kennelijk slaag ik er in je zo enthousiast te maken dat je je enthousiasme wil delen met anderen. Je bent dan een soort Superpromoter.

Ja, het is onbeleefd als je tijdens de workshop je e-mails gaat beantwoorden. Dat is voor mij een teken dat mijn verhaal niet goed genoeg is om de aandacht te houden. Maar voordat je besluit dat ik je aandacht niet verdien, wil ik wel graag dat je me wat vragen stelt. En me daarmee uitdaagt beter mijn best te doen! Het liefst voordat je besluit je e-mail te bekijken. En helemaal voordat je besluit via sociale media aan anderen te vertellen dat het een slechte workshop is!

Ik vertrouw er op dat het een positief teken is wanneer deelnemers met hun telefoon of computer bezig zijn. Ik kan immers niet zien wat je aan het doen bent…

De invloed van social media op professionele competenties

Wat voor invloed heeft social media op professionele competenties? Dit onderwerp werd hier aangesneden door Monique Roosen naar aanleiding van mijn blog over de invloed van social media op de organisatiestructuur. Natuurlijk is het zo dat effectief gebruik van social media een bepaalde digitale vaardigheid vereist: het is handig om te weten hoe je moet typen en het helpt als je weet hoe je een browser kunt gebruiken. Maar welke professionele competenties hebben medewerkers nodig om social media succesvol in te zetten voor de organisatie waar zij werken?

Laten we beginnen bij het definiëren van ‘succesvol’. In mijn ogen bestaat dat uit twee kanten van eenzelfde medaille. De ene kant is dat medewerkers door hun social mediagebruik de organisatie geen schade berokkenen. Bijvoorbeeld door het doen van onhandige uitspraken op twitter. De andere kant van de medaille is dat medewerkers daadwerkelijk (publieke) toegevoegde waarde realiseren. Bijvoorbeeld het opzetten van een wijkwebsite bij het vernieuwen van een wijk waarmee bewoners kunnen stemmen over de inrichting van twee pleinen.

Misschien ten overvloede, maar de social media waar ik in deze blog op doel zijn openbaar en voor iedereen te lezen. Het gaat dus niet per se om social media die organisaties intern gebruiken.

Met de toevoeging ´professionele´ aan de term competenties ligt de nadruk op de competenties die tijdens een beoordelingsgesprek aan bod kunnen komen. Het zijn de competenties waar managers de medewerkers op aan kunnen spreken als de organisatie schade berokkend doordat de medewerker deze competentie niet beheerst. Dit is essentieel, omdat we op die manier de relatie leggen tussen de manier waarop medewerkers sociale media gebruiken en de verantwoordelijkheid die zij hebben. Hiermee ligt indirect ook de relatie met de beoordeling. Bovendien hoop ik (en verwacht ik) dat social media steeds meer een onderwerp is in de beoordelingsgesprekken. Zeker van medewerkers die erg actief zijn op social media, ook als zij het niet in hun takenpakket hebben!

De competenties die ik hieronder noem zijn van toepassing op de medewerkers die een ‘normale’ functie bekleden. Hiermee bedoel ik de medewerkers die niet in hun takenpakket hebben dat zij, bijvoorbeeld, het twitter-account van de organisatie beheren of de medewerkers die een rol als communitymanager vervullen.

Het is mijn doel om maximaal acht competenties te benoemen die belangrijk zijn voor medewerkers die actief zijn op sociale media. De competenties veranderen onder invloed van diezelfde social media. Daarom is bij iedere competentie de ontwikkelrichting benoemd. Op dit moment bestaat de lijst uit zes competenties: luisteren, verbinden, netwerken, timing, informeren en rolvastheid. Hieronder werk ik van iedere competentie uit hoe hij verandert onder invloed van sociale media.

1. Luisteren: Beter en meer luisteren
Je bent door ´het publiek´aanspreekbaar op het gedrag van de organisatie waar je werkt. Vanaf het eerste moment dat je jezelf op internet bekend maakt als werknemer van een organisatie ben je door ´het publiek´ aanspreekbaar op het gedrag van de organisatie. Je bent op de hoogte van alle berichten die aan jou zijn gericht en van 80% van de berichten die over jouw organisatie gaan. Pas dan weet je wat er speelt en kun je er op een gepaste manier mee om gaan.

2. Verbinden: Meer en andersoortig
Je beschikt over de vaardigheid beschikken om de vragen van ´het publiek´ snel te beleggen op de juiste plaats in jouw organisatie. Bijvoorbeeld door binnen een dag een vraag op een forum door de juiste persoon in jouw organisatie te laten beantwoorden. Dit helpt de organisatie om ´van buiten naar binnen´ te werken. Als het een klacht betreft ben je in staat de klacht op te laten lossen en het proces te starten waarmee de organisatie een structurele oplossing vindt voor het probleem.

3. Netwerken: Naar persoonlijk communitymanagement
Alleen een netwerk van kennissen en bekenden onderhouden is onvoldoende. Je weet welke burgers, bedrijven en belangenorganisaties in je netwerk zitten. Je kunt ze overtuigen van je persoonlijke professionele doelen en de doelen die je organisatie wil bereiken. Jouw community is immers een deel community van de community van de organisatie. En vice versa. Deze doelen zijn niet tegenstrijdig en komen voor een groot deel overeen.

4. Timing: Stil zijn
Je reageert alleen op actuele zaken. Je eigen organisatie, de pers en het publiek bepaalt wat actueel is. Je weet wanneer je je mond moet houden: spreken is zilver, zwijgen is goud. Dat geldt nergens zo sterk als op social media. Je bent niet opener dan de organisatie waar je voor werkt. Je laat je niet verleiden tot moddergooien. Je bent minder open naar de buitenwereld dan naar collega’s of je baas. Maar je bent wel open.

5. Informeren: Van voorlichten naar onderwijzen
Je bent een uitstekend onderwijzer. Je kan in 140 woorden (of 140 tekens) uitleggen wat de rol van jouw organisatie is in een specifieke situatie. Je doet dat op een manier die voor iedereen te begrijpen is. Je doet dat in dialoog met het publiek. Je kan uitleggen wat de rol van de overheid is en waarom bepaalde zaken langzamer of anders lopen dan verwacht. Je kunt de verschillen met het bedrijfsleven goed uitleggen.

6. Rolvast: Van medewerker naar mens
Je bent menselijk. Je maakt in je social mediagebruik geen scheiding tussen werk en privé. Je werpt geen façade op en je gedraagt je niet als een machine, bot of merk. Je automatiseert je aanwezigheid op social media platforms minimaal. Je reageert vanuit sterke betrokkenheid met het onderwerp en een drang om (maatschappelijke) problemen op te lossen.

Dit zijn ze! Wat vind jij? Zijn dit alle competenties? Zijn er meer of zijn dit er te veel? Wat vind je van de uitwerking van deze competenties? Ik ben benieuwd naar je reactie!

PS: Bij het schrijven van deze post heb ik me laten inspireren door de tips van Monique Roosen en deze post op Ambtenaar 2.0 van Adri Stet uit 2009. PS: dit is een crosspost met mijn blog op Ambtenaar 2.0.

Keynote speech: Over de rol van ICT bij organisatieontwikkeling van scholen

Op woensdag 6 april hield ik een keynote speech (what’s in a name) voor Kennisnet. De titel van de keynote is “De missing link. Wat is de rol ICT bij organisatieontwikkeling van scholen?” Dat deed ik in het kader van de bijeenkomst ‘Didactiek en Leiderschap in Balans’ van Kennisnet.

De keynote is hieronder terug te zien. In deze keynote ga ik in op de kansen vaninformatiemanagement in het basis- en voortgezet onderwijs.

De invloed van social media op de organisatiestructuur

Wat voor invloed heeft social media op de organisatiestructuur? Deze vraag heb ik mezelf de afgelopen tijd al een aantal keer gesteld. Tot een paar weken terug zag ik niet hoe social media van invloed zijn op de structuur van een organisatie.

Ze maken werkprocessen niet sneller of goedkoper. Social media kun je niet inzetten om delen van de organisatie uit te besteden. Het verkleint niet de noodzaak voor minder middenmanagement. Het vergoot niet de arbeidsproductiviteit van het personeel. Kortom: er is geen invloed van social media op de organisatiestructuur.

Inmiddels ben ik tot een ander inzicht gekomen. Dankzij het boek Diagnosing the system van Stafford Beer. Beer is een systeemdenker. Hij gebruikt cybernetica om organisaties te beschrijven als ‘viable systems‘. In het Nederlands spreken we van ‘levensvatbare systemen’.

Een onderdeel van ieder levensvatbaar systeem zijn ‘transducers‘. Vrij vertaald zijn dat ‘luisteraars’. Deze luisteraars vertalen informatie die via kanalen een organisatie binnenkomt. Zij vertalen de informatie van de ’taal’ die de omgeving gebruikt naar de ’taal’ van de organisatie.

Binnen een grote organisatie hebben deze vertalers de vorm van een afdeling. Bijvoorbeeld een Klant Contact Centrum of een afdeling die externe ontwikkelingen vertaalt naar innovaties van producten. Binnen kleinere organisaties vinden we deze vertalers in de vorm van functies. Bijvoorbeeld de functie accountmanager of de functie van de persoon die de telefoon aanneemt.

Met de komst van social media is het luisteren naar de buitenwereld makkelijker geworden. Het was voor medewerkers nog nooit zo simpel om te weten te komen hoe de buitenwereld denkt over de organisatie waar je werkt. Ook was het nog nooit zo makkelijk om te reageren op die buitenwereld.

Met social media kunnen alle soorten medewerkers op een makkelijke manier luisteren naar de buitenwereld. Het is niet meer voorbehouden aan medewerker van het organisatie-onderdeel Klant Contact Centrum, de afdeling Innovatie, de accountmanager of de telefonist.

Dit betekent dat het aantal medewerkers dat op de rand van de organisatie zit extreem is toegenomen. Bijna iedereen zit op de grens waar de organisatie (het systeem) stopt en de buitenwereld begint. Dat is een fundamentele verandering in de structuur van de organisatie!

Dit vraagt dat alle medewerkers de signalen van buiten op een goede manier kunnen vertalen naar gevolgen voor de organisatie. Of toch minstens voor hun eigen werk in die organisatie.

Helaas is dat een competentie die niet iedereen bezit. Daarom stel ik dat organisaties daar aan moeten werken om social media succesvol(ler) in te zetten.

Wat denk jij?

Met dank aan Arno Janssen: hij leende me het boek van Stafford Beer.