Tag archieven: leesvoer

Leesvoer: Rijn Vogelaar – De Superpromoter

Luister niet naar ontevreden klanten! Luister naar je fans! Dat is de boodschap van Rijn Vogelaar in zijn boek “De Superpromoter“. De visie die in dit boek is neergelegd wordt het beste geillustreerd door het citaat van Herbert Bayard Swope: “I cannot give you the formula for succes, but I can give you the formule failure – which is: try to please everybody“. Hoewel het verhaal van Rijn primair gericht is op het bedrijfsleven, kan de overheid er ook haar voordeel mee doen.

Eén van de beleidsdoelen van de overheid is het vergroten van de klanttevredenheid over overheidsdienstverlening. Dat is concreet gemaakt in het voornemen om gemiddeld een “7” te scoren op klanttevredenheid. Hoewel Rijn schrijft dat het streven naar een zeven niet meer van deze tijd is, ben ik van mening dat superpomotors een manier zijn om dat doel toch te halen.

Een superpomoter voor de overheid* is: Iemand die betrokken is, zijn mening deelt en invloed heeft. De overheid kan bijvoorbeeld Customer Journey Mapping (zie ook) gebruiken om in gesprek te raken met burgers. Op basis van die gesprekken wordt duidelijk wie de enthousiastelingen zijn. Deze enthousiastelingen zijn de superpromoters van de overheid! Als de overheid het lef heeft om te luisteren naar de superpromoters en haar antipromoters te negeren is zij veel beter in staat haar dienstverlening te verbeteren. Superpromotors zijn bij uitstek gevoelig voor de sterke kanten van de overheid. En juist die stekte kanten moeten verder ontwikkeld worden om te komen tot excellente dienstverlening.

Bovendien biedt het luisteren naar superpromoters kansen omdat, zoals Rijn schrijft, het niet luisteren naar superpromoters het democratisch proces in gevaar brengt. De mening van superpromoters kan voor de overheid functioneren als een tegengeluid voor lobbygroeperingen, klagende maatschappelijke organisaties en negatieve burgers.

Bovendien is het natuurlijk niet zo dat de overheid altijd een monopolie heeft. Soms is zij met zichzelf in concurrentie en zal de overheidsorganisatie die de meeste superpromotors heeft deze concurrentieslag winnen. Zo zullen de meeste mensen eerder Amsterdam dan Rotterdam aanbevelen voor een dagje uit.

Kortom: dit boek is een must-read voor iedereen die te maken heeft met klanttevredenheid en het beu is om iedere keer met de onvermijdelijke “7” geconfronteerd te worden!

* Hij schrijft dat er voor de overheid een andere definitie moet zijn, omdat de meeste onderwerpen te triest zijn om het woord “enthousiasme” te gebruiken. Dit is niet waar. Door voor de overheid af te stappen van de oorspronkelijke definitie, laat hij zien dat er per definitie een negatieve connotatie is op het moment dat de overheid ter sprake komt.

Zie ook: www.superpromoters.nl.

Leesvoer: Stewart Mader – Wikipatterns

Cover of "Wikipatterns"
Cover of Wikipatterns

Het boek Wikipatterns trok mijn aandacht omdat we bij Zenc ook gebruik maken van een Wiki. Hoewel Wikipedia een encyclopedie is en dus over “alles” gaat, geldt dat niet voor een organsatiewiki. Een organsatiewiki heeft pas nut als hij medewerkers beter helpt bij het vinden van de juiste informatie dan Google of de interne netwerkschijf.

In het boek worden een aantal patronen benoemd en een aantal praktijkcases geschetst. De patronen zijn onder te verdelen in “people patterns” en “adoption patterns”. Beide categorieën kennen patronen die het gebruik van de wiki bevorderen of tegengaan, ofwel “anti-patterns”. Zo zijn er patronen voor gebruikers die spelfouten corrigeren, enthousiasmeren of juist te veel herstructureren. Patronen voor adoptie zijn, bijvoorbeeld, structuren aanmaken voor te vullen lege pagina`s of op de wiki een smoelenboek aanleggen om gebruik te stimuleren.

Mader beschrijft in zijn boek niets nieuws. Wat wel erg handig is zijn de benamingen van de patronen. Dit creëert een taal waarmee een implementatie van een wiki beschreven kan worden. Het vergemakkelijkt het benoemen van de barrières voor adoptie en stelt je in staat dit bespreekbaar te maken. En misschien zelfs bij te sturen door “anti-patterns” tegen te gaan en de patronen voor adoptie te bevorderen.

De kwaliteit van de cases varieert ontzettend. Niet alle cases zijn even uitgebreid beschreven, bovendien zijn het allemaal succescases. Graag had ik gelezen over een gefaalde wiki en het overwinnen van weerstanden in de organisaties.

Al met al is het een aardig boek dat je, voordat je een wiki in gebruik neemt, een aantal misstappen kan besparen. De genoemde patronen zijn in ieder geval erg herkenbaar.

Zie www.wikipatterns.com voor alle Wikipatterns en www.ikiw.org voor het weblog van Stewart Mader.

Leesvoer: Tribes & Eckart’s Notes

Afgelopen week heb ik twee boeken verslonden: Seth GodinTribes en Eckart Wintzen – Eckart’s Notes. Na Purple Cow is Tribes het tweede boek van Godin dat ik lees. Hoewel Seth een marketeer is, schrijft hij veel over de manier waarop marketing verandert en integreert in de dagelijkse werkzaamheden. Hoofdthema van Tribes is dat iedereen een leider kan zijn. Het enige dat je hoeft te doen is je doel te kiezen en aan de slag te gaan!

Pirate Seth Godin

Seth Godin

Zijn redenering is dat het nog nooit zo makkelijk is geweest om mensen met elkaar in verbinding te brengen. Dat is mogelijk door de mogelijkheden die het internet biedt in de vorm van communities, wiki`s en weblogs. Zelfs vanuit de onderste regionen van een organisatie kun je een Tribe verzamelen en de wereld veranderen!

Tenminste, als je hem moet geloven. Het klinkt erg aanlokkelijk en hij geeft ook de nodige voorbeelden, maar het boekje is eerder een beschijving van een fenomeen dan een hulpmiddel. Hij geeft aan dat er niet een beste manier is en dat er geen 10-stappenplan bestaat. Je moet maar gewoon beginnen. Zijn schrijfstijl is dermate opzwepend dat het niet moeilijk is je voor te stellen dat er mensen zijn die ook daadwerkelijk tot actie over gaan. Maar dat zijn waarschijnlijk de mensen die toch al actief zijn…

frog eggs

Eckart’s Notes stond al langere tijd op mijn leeslijst. Het is interessant te lezen hoe een Nederlands bedrijf met een unieke managementfilosofie uitgroeit naar een wereldbedrijf. Door bij het bereiken van een grootte van 50 medewerkers de organisatie op te splitsen is er een “kikkerdril” aan cellen ontstaan. Deze cellen vormden samen BSO/Origin, maar iedere cel is een afzonderlijke organisatie. Bovendien is een cel zelf verantwoordelijk voor het regelen van alle ondersteunende taken.

Groot voordeel van deze manier van organiseren is dat de maximale organisatiegrootte nooit boven de 50 stijgt. Dat is een uitstekende omvang om op een informele en menselijke manier te werken. Iedere medewerker kreeg 10(!) keer per jaar een informeel gesprek met zijn celdirecteur om te kijken hoe de vlag er bij hangt. Bovendien werd er vertrouwen gegeven. Bijvoorbeeld door iedere medewerker 10 opleidingsdagen per jaar te geven en niet te registreren of en waaraan deze gespendeerd zijn. Een medewerker weet zelf toch het beste wat hij nog wil leren en hoeveel dagen hij daar nog voor heeft!

Beide boeken laten zien dat sterk geformaliseerde realties binnen organisaties niet nodig zijn voor succes. Seth laat zien dat je zelfs van onder uit de organisatie een beweging kunt leiden om de wereld (of jouw niche) te veranderen. Eckart laat zien dat het niet nodig is te formaliseren om te groeien. En hij deed dat al vóór de hausse aan web 2.0 tools die claimen juist dat mogelijk te maken.