Categoriearchief: Overheid en Informatie

Gratis advies over indieningsvereisten voor 50 gemeenten!

Het gebeurt niet vaak, maar nu mag ik iets gratis weggeven! Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betaalt voor 50 gemeenten een advies over indieningsvereisten. Per gemeente analyseert Zenc voor 8 producten de indieningsvereisten die uw gemeente vraagt.

Meedoen is kosteloos voor gemeenten en het advies is direct bruikbaar bij het verbeteren van dienstverlening.

Nieuwsgierig? Na de klik leest je meer informatie over het aanbod. Ook vind je het telefoonnummer van Marije van Mannekes. Bel haar om je gemeente aan te melden.

Klik op “Klik hier om verder te lezen…” voor de uitnodiging of klik hier voor de uitnodiging in .pdf.

PS: je kunt uiteraard alleen een gemeente aanmelden als ook bij die gemeente werkt.

UPDATE 13/10: het gaat om een advies over de volgende geselecteerde producten:

  • Exploitatievergunning horeca
  • Evenementenvergunning (groot)
  • Aangifte hondenbelasting
  • Huisvestingsvergunning
  • Leerlingenvervoer
  • Gehandicaptenparkeerkaart
  • Gehandicaptenvoorziening WMO (rolstoel)
  • Gehandicaptenvoorziening WMO (aanpassen woning)

Lees verder

Het effect van een (re-)tweet: Yvette in Otrokovice

In februari van dit jaar zag ik deze tweet voorbij komen in een re-tweet van Davied van Berlo. Ik aarzelde geen moment en heb gelijk Arne van Elk en Yvette Bommeljé met elkaar verbonden. De rest is geschiedenis: Yvette ging naar Tsjechië. Waar een (re-)tweet wel niet toe kan leiden!

Op de website van Zenc is er al een ‘formeel’ nieuwsbericht over verschenen, maar nu heb ik eindelijk ook het persoonlijke verhaal van Yvette. Yvette is aan het woord na de ´klik hier om verder te lezen´.

Maar pas op! Het enthousiasme spat er vanaf! Lees verder

Hoe meet je het succes van een overheidscommunity?

Aan het begin van dit jaar heb ik (samen met Zenc‘er Ko Mies) een businesscase gemaakt voor Higherlevel. Op basis van de ervaringen die ik heb opgedaan met het opstellen van de businesscase heb ik een gastpost geschreven op het weblog  Frankwatching. In de post ga ik in op de manier waarop we de mate van succes hebben vastgesteld. De eerste alinea gaat als volgt:

Het succes van online communities die door bedrijven worden gerund, is makkelijk te meten. Bijvoorbeeld in aantal berichten, bookmarks of pageviews. Maar hoe meet je het succes van een overheidscommunity? In dit artikel geven we een antwoord op die vraag op basis van de businesscase die Zenc heeft gemaakt voor het ondernemersforum Higherlevel.

Klik hier om de rest van de post te bekijken op Frankwatching.

Een plus voor selectief lezen

In de Binnenlands Bestuur van week 37 is in de rubriek ‘Opinie’ (p. 35) een bijdrage opgenomen over het evaluatieonderzoek naar de wet op de WGR-plus (zie ook mijn eerdere blog over evaluatie van de wet op de WGR-plus). De bijdrage is van Josine Meurs (voorzitter commissie verkiezingsprogramma D66 Zuid-Holland) en Gerard Schouw (D66-Tweede Kamerlid).

Helaas is hun reactie niet geheel correct. Daarom hebben Peter Castenmiller, Barry Woudenberg en ikzelf een kort antwoord aan Binnenlands Bestuur gezonden. Dit antwoord is opgenomen in de rubriek ‘Ingezonden’ van Binnenlands Bestuur van week 39 (p. 45). Je vindt ons antwoord natuurlijk ook hieronder. Lees verder

Babybureaucratie: Arbeidsdeling

Wanneer je je aanmeldt voor kraamzorg vindt er een intake plaats. Dat betekent dat een medewerker van de kraamzorgorganisatie bij je thuis komt om wat vragen te stellen. Een van de onderdelen van het bezoek is de arbo-check. Met een arbocheck wordt gecontroleerd of de slaapkamer voldoet aan de arbo-eisen. (Bijvoorbeeld of het bed op klossen staat.)

In ons geval is de medewerker die deze intake uitvoert echter niet de kraamhulp die ons wordt toegewezen. Dit betekent dat de geschiktheid van de werkplek van de kraamhulp niet wordt beoordeeld door de kraamhulp zelf. Dat is op zijn minst vreemd: het is toch logisch dat de medewerker die het werk uitvoert ook zelf de ruimte controleert waar ze dat moet doen?

Nu is het net alsof je iemand anders je nieuwe schoenen laat passen voordat je ze koopt. Arbeidsdeling kan tot grotere productiviteit leiden, maar is dit niet een stap te ver?

PS: de ‘intaker’ is niet eens in de slaapkamer gekeken om te zien of hij inderdaad aan de eisen voldoet. Wat check je dan precies met een arbo-check? Inderdaad: niets.

Over deze post: in een serie blogposts, laten we de serie “Babybureaucratie” noemen, neem ik je mee op onze reis. Deze reis brengt ons langs de verschillende organisaties waar wij mee te maken krijgen omdat we een kindje verwachten. In deze serie ga ik in op mogelijke bureaucratie die we tegen gaan komen en de manier waarop wij de dienstverlening van de betreffende organisaties ervaren. Klink hier voor alle posts met de tag babybureaucratie.

Systeeminnovatie: kan het wel?

Onlangs was ik bij een bijeenkomst waar de eerste stappen werden gezet naar een samenwerking tussen zeven gemeenten en ruim tien zorgaanbieders.

Een van de deelnemers maakte de opmerking dat: “Gezien het huidige systeem, met de huidige organisaties, het onmogelijk is hulpverlening volgens het principe “één kind, één gezin, één plan” te realiseren.” Nog geen vijf minuten later hoor ik iemand anders zeggen: “…dat het niet de bedoeling is dat er organisaties gaan verdwijnen.”

Je zou verwachten dat één van deze uitspraken al goed is voor een flinke discussie. Die discussie verwacht je helemaal wanneer deelnemers deze tegenstrijdige uitspraken binnen nog geen vijf minuten doen, want wat mij betreft is het wel degelijk de bedoeling dat er organisaties uit het systeem verdwijnen.

Maar de discussie blijft uit.

En als er zelfs geen kleine discussie komt, is verandering nog ver weg. Laat staan een verandering in het systeem waarop het zorgaanbod is georganiseerd. Eén kind, één gezin, één plan blijft in dit geval voorlopig een onbereikbaar ideaal.

Babybureaucratie: Nieuw is makkelijker dan anders

Het bijschrijven van een kind op de polis van je zorgverzekering gebeurt snel en efficiënt. Een paar dagen nadat ik het BSN van Pieter aan de balie van de zorgverzekeraar meldt ligt de nieuwe (en correcte) polis op de mat. Het is opmerkelijk te constateren dat het aanbrengen van een nieuwe klant kennelijk makkelijker is dan het wijzigen van diensten die ze aan een bestaande klant leveren!

Conclusie: Nieuw is voor de zorgverzekeraar makkelijker dan anders.

Over deze post: in een serie blogposts, laten we de serie “Babybureaucratie” noemen, neem ik je mee op onze reis. Deze reis brengt ons langs de verschillende organisaties waar wij mee te maken krijgen omdat we een kindje verwachten. In deze serie ga ik in op mogelijke bureaucratie die we tegen gaan komen en de manier waarop wij de dienstverlening van de betreffende organisaties ervaren. Klink hier voor alle posts met de tag babybureaucratie.

Socialmediarevolutie: Micromobilisatiemomentum

Naar aanleiding van mijn post over de beef tussen Shirky en Morozov wees Zenc-collega Ton Monasso me op dit congresverslag. Het is een verslag van de bijdrage van de voorzitter van LAKS (Sywert van Lienden) aan het jaarcongres van het Center for Public Innovation (CPI) over de scholierenprotesten van 2007.

Shirky en Morozov discussiëren over meer fundamentele politieke protesten als die in Iran en Wit-Rusland. Het verhaal van Van Lienden gaat ‘slechts’ over een scholierenprotest tegen de 1040-urennorm. In beide gevallen spelen sociale media een ogenschijnlijk cruciale rol in het organiseren van protesten.

Door beide cases nader te bekijken kunnen we leren over de manier waarop social media wordt ingezet bij protesten.

***

Leerpunt 1: Timing

Een punt dat Shirky en Morozov lijken te missen in hun discussie (en door Van Lienden wel wordt gezien) is het belang van het moment waarop social media wordt ingezet. Het moment waarop social media het meest effectief is voor een protestbeweging, is het moment waarop via het gekozen kanaal invloed kan worden uitgeoefend. Bijvoorbeeld om mensen an te zetten tot protesteren of om aan de rest van de wereld te laten zien dat de overheid te hard ingrijpt.

Dit moment is door Ton als ‘micromobilisatiemomentum’ benoemd.

Leerpunt 2: Expliciet geweld

Misschien staan Shirky en Morozov te ver van Iran af om deze precieze momenten vast te stellen. Eén moment kunnen we echter wel benoemen: de dood van Nedha. Wanneer er in Nederland een dode valt dan is het land te klein. In Iran bleken de bestuurders niet erg gevoelig voor haar dood, maar het maakte wel dat de wereldwijde aandacht nog groter werd.

Het protest rond de 1040 urennorm heeft, in zijn eigen context en op zijn eigen niveau, ook een Nedha.

Namelijk de agenten die in Middelburg hardhandig optreden tegen scholieren (video). Het verschil met Nederlandse bestuurders en Iraanse bestuurders is dat de Nederlandse bestuurders wél gevoelig bleken voor beelden met geweld. Beelden van agenten die scholieren slaan zijn opgepikt door de ‘mainstream’ media. Een gevolg is dat de ‘oude’ media meer aandacht ging besteden aan de protesten. Het resultaat is effectief: de beelden in combinatie met de manier waarop Van Lienden LAKS positioneert als belangenbehartiger leidt ertoe dat bestuurders op een serieuzere aandacht besteden aan  de protesterende scholieren.

Leerpunt 3: Regie

Het laatste leerpunt is regie. De situatie in Nederland kent een duidelijke regievoerder. Het LAKS neemt de regie over de acties die plaatsvinden en de communicatie over die acties. Het LAKS treedt niet alleen op als regisseur, maar ook als aanspreekpunt. Dit maakt het voor bestuurders mogelijk te onderhandelen met de actievoerders. Wanneer deze onderhandelingen niet goed verlopen voor de actiebeweging, bijvoorbeeld omdat zij niet serieus genomen wordt, kan het LAKS als regievoerder acties ondernemen. Bijvoorbeeld door filmpjes te plaatsen.

Een dergelijke regievoerder of aanspreekpunt ontbreekt in Iran. Dit maakt het, los van het karakter van het heersende regime, lastig te onderhandelen met de actiebeweging. De actiebeweging is decentraal, oncontroleerbaar en dus niet te beheersen. Dit leidt tot een (buitensporig) hard optreden van de autoriteiten. Wanneer dit via sociale media aan de buitenwereld wordt getoond heeft de Iraanse overheid daar geen boodschap aan. Doordat de regie ontbreekt zal de gefragmenteerde actiebeweging ieder incident hoe dan ook door in de publiciteit brengen.

***

Tot slot nog een punt om over na te denken: welke groep is makkelijker te mobiliseren? Zijn dat de burgers in Iran die het oneens zijn met het weinig democratische bewind? Of zijn het de scholieren die minder dan 1040 uur per jaar verplichtingen hebben?

PS: Zelden een blogpost gezien met een titel die bestaat uit 45 tekens en slechts twee woorden. Leve bullshitbingo! 😉

Artikel: Gemeenten vragen te veel

In een opiniërend artikel in Digitaal Bestuur roep ik gemeentebestuurders op om werk te maken van informatiemanagement. Uit een onderzoek onder drie gemeenten (bij 70 gemeentelijke producten) dat ik in opdracht van de VNG heb uitgevoerd blijkt dat de informatiepositie van gemeenten erg slecht is. Ze weten niet:

  1. welke informatie ze vragen in hun aanvraagformulieren;
  2. welke informatie ze nodig hebben om een dienst te verlenen;
  3. voor welke informatie er een juridische basis is om dit te vragen aan burgers/bedrijven;
  4. welke informatie ze via hergebruik op kunnen vragen.

Het artikel staat in de Digitaal Bestuur van september (jaargang 6, nummer 6). Ik schreef het samen met Zenc-collega Frans Jan Douglas en Martha Hulshof van het VNG-programma “Minder regels, meer service“. Het onderzoeksrapport verschijnt later dit jaar.

Een .pdf versie van het artikel vind je hier en de volledige tekst van het artikel na de “Klik hier om verder te lezen.” Eerdere blogs over indieningsvereisten vind je hier, hier en hier. Lees verder

Eén loket: het blijft bij één gedachte

De overheid verbetert haar dienstverlening. Een van de manieren is het realiseren van één loket waar je voor alle overheidsgerelateerde vragen terecht kunt. Een prachtige gedachte, maar zijn er niet wat veel van deze “één-loket-loketten”?

Op dit moment zie ik de volgende “één-loket-loketten”:

  1. De Diensten Richtlijn (Eén (digitaal) loket met alle relevante informatie voor buitenlandse partijen binnen de EG);
  2. Landelijke voorziening VSV (Eén loket Voortijdig School Verlaten / Leerplichtverzuim, bestaande uit een landelijke
    voorziening bij DUO (de IB-groep) en invoering bij de gemeenten);
  3. Het Werkplein (Eén loket voor werk en inkomen);
  4. Het Antwoord-concept (Eén loket Klant Contact Centrum voor alle vragen aan de overheid);
  5. Centra voor Jeugd en Gezin (Eén loket inlooppunt voor hulp aan jeugdigen en gezinnen);
  6. Regionale Uitvoeringsdiensten (Eén loket WABO).

Het valt op dat de meeste loketten binnen een sector actief zijn. Hierdoor realiseert de overheid niet de samenhang tussen sectoren die nodig is. Deze indeling van loketten vloeit voort uit de bestaande verkokering. De problemen die verkokering met zich mee brengt lost de overheid hier niet mee op.

Zo kan ik me voorstellen dat er gevallen zijn waar er samenhang is tussen het CJG, het Werkplein en VSV. Bijvoorbeeld een schoolverlater met psychosociale problemen die niet wil leren, maar wil werken.

Of de Diensten Richtlijn, het Werkplein en de Regionale Omgevingsdiensten. Bijvoorbeeld een bedrijf uit de EG dat in Nederland een groot bedrijfspand neer gaat zetten en een flink aantal medewerkers in dienst wil nemen.

Zijn dit alle “één-loket-loketten”? Wat vind jij? Kunnen ze naast elkaar bestaan? Of hoort alles in Antwoord (c)?