In het allerlaatste nummer van Overheidsmanagement is het artikel over Overheid 2.0 verschenen. Dat artikel heb ik samen met Zenc‘ers Barry Woudenberg en Tessa van den Berg geschreven. Een scan van het artikel is hier te downloaden (.pdf-alert!), maar voor jouw leesgemak vind je volledige tekst na de klik. Veel leesplezier! 😀 Lees verder
Auteursarchief: Peter Keur
Babybureaucratie: “We hebben meer informatie nodig!”
…maar we weten niet welke.
“We” is in dit geval de zorgverzekeraar. Via een aanvraagformulier op hun website is kraamzorg aangevraagd. Het formulier ziet er keurig uit en, nadat het is ingevuld, vertrouwen we er op dat de kraamzorg geregeld is. Digitale dienstverlening zoals het bedoeld is!
Niets is minder waar. Een paar dagen later ligt er een brief van de zorgverzekeraar op de mat. De brief is als volgt samen te vatten:
“We hebben meer informatie nodig. Bel ons.”
Mijn vrouw belt ze terug en, na vijf minuten in de wacht te staan, mag ze eerst uitleggen wat voor brief er op de mat lag. Het antwoord aan de andere kant van de lijn is kort en bondig: “Ik kan je niet vertellen wat we willen weten, belt u later maar terug.” Dat is dan weer lastig, omdat er ’s middags gewoon gewerkt moet worden. Dat heb je wel eens. 😉
De andere kant van de lijn doet vervolgens een poging om door te verbinden met de afdeling die er meer vanaf “zou moeten weten“. Helaas zitten zij met elkaar in bespreking en wordt de telefoon niet aangenomen. Ze besluiten, zonder resultaat, het telefoongesprek te beëindigen.
Maar een uur later wordt er teruggebeld. Daar hadden we niet om gevraagd, dus dat is mooie service! Binnen een halve minuut zijn we er uit: de zorgverzekeraar wil weten waar de bevalling plaatsvindt (thuis / ziekenhuis) en wat voor voeding de kleine straks krijgt (fles / borst). Die vragen staan ook op het formulier, maar kennelijk was dit nog even nodig om de aanvraag in behandeling te nemen!
Conclusie: gedoe om niks.
Over deze post: in een serie blogposts, laten we de serie “Babybureaucratie” noemen, neem ik je mee op onze reis. Deze reis brengt ons langs de verschillende organisaties waar wij mee te maken krijgen omdat we een kindje verwachten. In deze serie ga ik in op mogelijke bureaucratie die we tegen gaan komen en de manier waarop wij de dienstverlening van de betreffende organisaties ervaren. Klink hier voor alle posts met de tag babybureaucratie.
Leren van anderen: 10 leerpunten om digitale leermiddelen te verspreiden
In de herfst van 2009 heb ik in opdracht van Kennisnet samen met Zenc‘ers Ellen Boschker en Daniëlle Emans een essay geschreven. Het onderwerp van het essay is het gebruik van digitale leermiddelen in het onderwijs. We richten ons op manieren om dat gebruik te stimuleren. In het essay gebruiken we voorbeelden uit de wereld van web 2.0 om te laten zien welke mechanismen je kunt gebruiken om digitale leermiddelen te verspreiden. We eindigen het essay met maarliefst 10 leerpunten om digitale leermiddelen te verspreiden.
Hieronder is de tekst van het essay integraal overgenomen. Veel leesplezier! 😀
Het 014-nummer: een praktijkvoorbeeld…

Telefoon (c) BBC
…van hoe het niet werkt.
Afgelopen vrijdag werd ik om 17.28 teruggebeld door een gemeente-ambtenaar van een niet nader te noemen kleine gemeente. Omdat ik op dat moment met de trein de Blaaktunnel inrijd, word de verbinding verbroken. Ik probeer hem terug te bellen nadat de trein de tunnel uit. Dat doe ik via het 014-nummer van die gemeente, omdat ik zijn directe nummer niet heb. Je voelt hem vast al aankomen: het 014 nummer is gesloten. Een bandje vermeldt keurig dat de gemeente van maandag tot en met vrijdag geopend is van 9.00 tot 17.00.
Dit is natuurlijk mateloos frustrerend, zeker als je weet dat er wel mensen aanwezig zijn.
Hieruit valt maar een conclusie te trekken: het 014 nummer is een groot risico voor de kwaliteit van de dienstverlening. En wel om de volgende redenen:
- het werpt een extra barricade op tussen de burgers / bedrijven en de ambtenaren die voor 0900 of na 17oo wel aan het werk zijn
- het maakt het makkelijk voor ambtenaren om na 1700 niet terug te bellen: de gemeente is immers telefonisch gesloten
- het frustreert de beller (al was het alleen maar vanwege die verschrikkelijke “wachtmuziek”)
Wat denk jij er van? Draagt het 014 nummer bij aan betere of slechtere dienstverlening? Zit ik er totaal naast?
Meer lezen? Zie ook mijn eerdere posts over het 014-netnummer.
Update 30-01-2010: Evelien Fick (via de discussie op LinkedIn) en John Oldenhuizing (via de mail) attendeerden me er op dat het niet “014” moet zijn, maar 14+[netnummer]. De nul hoort er niet. Volgens mij is dat precies één van de dingen die het voor de burger niet makkelijker maakt! Immers: sinds we massaal met een GSM op zak lopen zijn we er aan gewend geraakt dat alle telefoonnummers altijd met een nul beginnen en altijd uit tien cijfers bestaan. Dat laatste geldt dan weer niet als we een 0800 / 0900 nummer bellen. Ook dat is algemeen bekend.
14+ is wat dit betreft een nieuw concept en sluit slecht aan bij de beleving van de burger!
Leesvoer: Theodore Dalrymple – Junk Medicine
Theodore Dalrymple doet in Junk Medicine een paar pittige uitspraken over de verslavingsbureaucratie. En deze wil ik je niet onthouden! Op pagina zes beschrijft hij, bijvoorbeeld, uitstekend de manier waarop bureaucratieën in omvang toenemen. Dalrymple stelt dat het komt door de onbewuste aanname dat het probleem [van heroïneverslaving] is op te lossen, op het moment dat een organisatie van voldoende omvang de verantwoordelijkheid neemt voor de oplossing.
But the therapeutic juggernaut rolled, and continues to roll, on, the only explanation for its lack of success being that it is still of insufficient size. If only it were half as big again, or twice as big, or four times as big: then the problem would be defeated.
Iets verder, op pagina tien en elf, maakt hij de vergelijking tussen “groei” van een commercieel bedrijf en een onderdeel van de overheid. Als een bedrijf er in slaagt om in een jaar tijd de omzet met 126 miljoen te vergroten, dan is het bedrijf erg succesvol. Maar als dat gebeurt bij een onderdeel van de overheid, dan is het vaak een teken dat het probleem waarvoor dat onderdeel is opgericht niet is opgelost. Sterker nog: het probleem zal waarschijnlijk gegroeid zijn. Feitelijk is dat een wanprestatie van het overheidsonderdeel, waarvoor het onderdeel wordt beloond met extra geld.
But where bureaucracies are concerned, nothing succeeds like failure. For example, in the USA the budget for the national Institute on Drug Abuse increased by 16.2 percent from 2001 to 2002 alone, which would be quite a creditable performance if it had been a purely commercial enterprise. $126,394,000 was added to its budget in the period, but it would be a brave or foolhardy man who asserted that a single drug addict stopped, or ever will stop, taking drugs because of this extra funding. Nor would you have to be Nostradamus to predict that the budget will keep growing, however, many of few drug addicts there are, unless of course, there is a general economic collapse necessitating drastic budget retrenchment. What one can say with a fair degree of certainty is that the funding of the NIDA will remain sturdily independent of the importance or usefulness of its findings, and of the social importance of otherwise of the problem it dresses. The bureucratic solution to waste is always more waste.
De oorzaak lijkt te liggen in de rol die de overheid zich aanmeet. Door een beleid dat er op is gericht om de schade die mensen zichzelf aandoen te beperken, maakt de overheid zich verantwoordelijk voor dat wat de individuele burger besluit zichzelf aan te doen. Op pagina 41 schrijft hij hierover het volgende:
Harm reduction as a policy is inherently infantilizing of the population: it assumes that the authorities are, and ought to be, responsible, fot the ill consequences of what people insist upon doing.
Eén pagina later weet Dalrymple het nog beknopter en krachtiger te verwoorden:
We are all children, and the authorities are our parents.
M
et dit boek ontkracht hij niet alleen de mythen en fabels rond heroïneverslaving, maar laat hij ook zien hoe de verslavingsbureaucratie een bijdrage levert aan het in stand houden van het probleem. Dalrymple gebruikt de ervaringen die hij heeft opgedaan bij het behandelen van heroïneverslaafden om een fundamenteel punt te maken over de rol van de overheid. De overheid pakt de eigen verantwoordelijkheid van de verslaafde af. Hierdoor voelt de verslaafde zich niet langer verantwoordelijk voor de keuzes die hij maakt. En wordt het hem makkelijk gemaakt om “het systeem” de schuld te geven van zijn situatie.
Dat is natuurlijk onzin! Het systeem is niet schuldig.
Of is de overheid wél verantwoordelijk voor de problemen van verslaafden? En hoe zit dat dan met problemen van niet-verslaafde burgers? Moet de overheid die ook oplossen? Of zijn ze zelf verantwoordelijk?
Over het boek
Junk Medicine van Theodore Dalrymple is een essay over heroïneverslaving, maar het is de ondertitel die mijn aandacht trekt: Doctors, Lies and the Addiction Bureaucracy. Dalrymple neemt een kleine 140 pagina’s om de mythen rond heroïneverslaving vrijwel volledig te debunken. Dat doet hij door te putten uit zijn eigen ervaring, de literaire traditie rond heroïneverslaving grondig te analyseren, de manier waarop artsen heroïneverslaafden behandelen volledig in twijfel te trekken en de medisch-wetenschappelijke literatuur er bij te betrekken. (Objectief gezien heeft het afkicken van een heroïneverslaving dezelfde verschijnselen als een flinke griep…)
Waarom gemeenten nooit meer om een “kopie eigendomsbewijs” hoeven te vragen

Afbeelding via Stanford
Als je aanspraak wilt maken op planschade moet je bij je aanvraag vaak een “kopie eigendomsbewijs” overleggen. Deze kopie wordt gebruikt om vast te stellen of het eigendom van het perceel bij de persoon ligt die planschadevergoeding aanvraagt. Hieronder geef ik een alternatief voor het kopie.
In behandeling nemen vs. toekennen planschade
De kopie is in veel gevallen een indieningsvereiste voor het aanvragen van planschade. Als de kopie niet wordt meegeleverd met de aanvraag, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
Dat de aanvrager eigenaar moet zijn is een voorwaarde voor het toekennen van de planschade. Maar er is geen “kopie eigendomsbewijs” nodig om vast te stellen wie de eigenaar is. Dat kan anders en beter!
Vaststellen van het eigenaarschap, maar dan modern
Het vaststellen van eigendom kan je niet mondeling aan de aanvrager zelf vragen. Dan kan hij er over liegen. Daarom is het nodig het eigenaarschap op te vragen bij / te controleren met een registratie. In dit geval gaat het om een perceel en is het Kadaster de juiste registratie.
Je kunt de aanvrager een kopie eigendomsbewijs mee laten nemen op het moment dat hij de aanvraag indient. Voor mensen die een beetje handig zijn met een fotobewerkingsprogramma (of kopieerapparaat, typp-ex en wat pritt stift) zijn deze makkelijk te vervalsen. Dat geldt ook voor het origineel. Je begrijpt: dat brengt een zeker risico met zich mee.
Beter is het om op basis van het identiteitsbewijs van de aanvrager ter plekke aan de balie vast te stellen wat het BSN nummer van die persoon is. Dat kan door naar het paspoort te kijken. Ook kopieën van paspoorten kunnen makkelijk worden vervalst, dus een inspectie van het document aan de balie is noodzakelijk. Op basis van dat BSN kan de gemeente zelf de koppeling maken met het Kadaster.
De behandelend ambtenaar kan met het BSN de controle uitvoeren of de aanvrager ook eigenaar is. Om dat vast te stellen hoeft hij alleen maar in de registratie (het Kadaster) op te zoeken of de persoon eigenaar is. Dat criterium kan de behandelend ambtenaar vervolgens afvinken op de checklist van voorwaarden waar aan voldaan moet worden om de planschade toe te kennen.
Conclusie
Nee, het vaststellen van het eigenaarschap is geen overbodig gegeven bij het toekennen van een planschade.
Ja, het opvragen van een “kopie eigendomsbewijs” (ook wel uittreksel uit het Kadaster) is wel een overbodige indieningsvereiste omdat:
- het eigenaarschap van een perceel ook zonder het indieningsvereiste kan worden vastgesteld;
- een kopie zeer fraudegevoelig is;
- de overheid al beschikt over deze gegevens.
Toelichting op deze post
In opdracht van de VNG heb ik met Zenc vorig jaar onderzoek gedaan naar indieningsvereisten van 70 gemeentelijke producten bij 3 gemeenten. Dit is een van de resultaten. Later dit jaar worden de resultaten door de VNG bekend gemaakt.
Interessant? Neem dan contact met me op als je wil weten wat we rond het terugdringen van indieningsvereisten voor jouw organisatie kunnen betekenen.
Een alternatieve Kersttoespraak
Wat zou ik de Koningin laten zeggen als ik haar kersttoespraak had geschreven? Deze vraag houdt me bezig sinds ik haar kersttoespraak las en er met Erik Jonker enkele tweets over wisselde.
De kersttoespraak heeft al volop aandacht gekregen. Onder meer op: BNR, de weblog van Wilfred Rubens, op Mol Blog, een bericht op AD dat er een Hyvesaccount wordt aangeboden, nog een bericht in het AD dat de lezers het oneens zijn met Hare Majesteit, een post op Frankwatching waarin wordt aangetoond dat Beatrix ongelijk heeft, Shownieuws is er natuurlijk ook bij, op Twitter is via @kersttoespraak een actie gestart voor een ontmoeting op de Dam in Amsterdam en Het Meisje van de Slijterij schrijft een brief.
Maar nergens vond ik een alternatief voor de Kersttoespraak zoals die is uitgesproken. Daarom hieronder mijn alternatief. Daar vind je wat ik de Koningin had laten zeggen. En om onderscheid te maken tussen haar woorden en mijn versie, heb ik mijn toevoegingen en verdraaiingen cursief gemarkeerd*. Het origineel vind je alhier. Daar gaatie!
In de schaduw van de tijden schijnt het licht van Kerstmis. Het kerstverhaal speelt in sombere dagen van onderdrukking en zorg. Het is het verhaal van het Christuskind. Op zoek naar onderdak klopten Jozef en Maria aan bij een herberg waar voor hen geen plaats bleek te zijn. Maar hun werd toch een veilige plek in een stal gegund. Daar is Jezus geboren. Met zijn komst straalt in onze wereld het licht van de liefde die ons verbindt met God en met onze medemensen.
Wezenlijk is de aloude opdracht: hebt uw naaste lief als uzelf. Vandaag is het minder duidelijk wat dat betekent. Weten we nog wie onze naaste is? Het is een ieder die op onze weg komt: de medemens in ons leven. Maar zien wij die ook? Laten wij wie wellicht onze steun en hulp nodig hebben aan hun lot over of staan wij open voor toenadering en contact en bieden we een helpende hand? Hoe goed professionele zorg ook is, we blijven aangewezen op een samenleving waarin mensen oog hebben voor elkaar. Bij tegenslag en verdriet is nu eenmaal niet alles alleen te verwachten van overheid en maatschappelijke instellingen. Gelukkig zijn er dan ook velen die zich inzetten wanneer dat nodig is.
In deze tijd van mondialisering zijn snelheden vergroot en afstanden verkleind. Technische vooruitgang en individualisering hebben de mens onafhankelijker en zichtbaarder gemaakt. We zijn ons meer en meer bewust van anderen om ons heen. Een plek waar wij ons thuis voelen, vertrouwen hebben in de mensen om ons heen en mogen uitgaan van solidariteit is enorm belangrijk. Misschien is wel de grootste uitdaging het vertrouwen te herstellen tussen de gemeenschap en de groepen individuen die elkaar reeds jaren vinden op gedeelde interesses. Ook de crisis van vandaag leert ons dat.
Wanneer de zorgen groot zijn, wordt de behoefte aan een gezamenlijk perspectief sterker gevoeld. Godsdiensten en levensovertuigingen wijzen op verantwoordelijkheid voor de naaste. Vroeger was er vrijwel overal burenhulp en vormde nabuurschap de basis van de samenleving. Men kende elkaar. Maar de moderne mens lijkt op een andere manier aandacht te hebben voor de naaste. Nu is men vooral met zichzelf en zijn gelijken bezig. We zijn geneigd ons te richten op anderen die zijn zoals wij en onze ogen en oren te sluiten voor de omgeving. Tegenwoordig zijn buren soms vreemden. Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes, zonder elkaar ontmoet te hebben. Onze samenleving raakt steeds meer verbonden.hangt nauw samen met de wisselende en meervoudige verbondenheid met groepen. Dit geeft een sterk ‘wij-gevoel’; ons bestaan krijgt zin. Met virtuele ontmoetingen is de bevlogenheid teruggekeerd en worden bruggen geslagen. Het ideaal van het op zichzelf gerichte individu heeft zijn eindpunt bereikt. Dit is de weg naar wat ons samenbindt. Persoonlijke vrijheid
Steeds meer roept de medemens bij ons solidariteit en compassie op. Toch is tastbare nabijheid nodig om te kunnen mee-leven. Echt contact ontstaat in daden, niet alleen in woorden. Taal is onmisbaar bij het opbouwen van vertrouwen. Maar wie het gesprek niet aangaat, sluit zichzelf uit. Zo kan een middel om mensen tot elkaar te brengen ook een barrière zijn voor wie niet begrijpt en niet begrepen wordt. Dan komt er geen saamhorigheid en blijven naasten buitenstaanders.
Via woord en beeld komt veel verdriet van anderen tot ons en roept het gevoelens van compassie op, ookal is het vaak ver weg. Deze informatie verrijkt mensen en opent de ogen voor de naaste. Meeleven wordt opgewekt. Gemeenschapsgevoel ontstaat.
De moderne technische mogelijkheden brengen mensen dichter bij elkaar, ookal lijken ze schuil te gaan achter hun schermen. Wij kunnen nu spreken zonder te voorschijn te komen en een publiek vinden voor ons woord. Van mens tot mens, van groep tot groep. Snel, genuanceerd emoties uiten is makkelijk geworden. Op preken zonder respect wordt men direct afgerekend. Niet het vreemd zijn maakt de ander agressief, maar agressiviteit maakt de ander tot vreemde.
De naaste is dus dichtbij en verbonden, en ook bij rampspoed zien we hoe medegevoel wordt opgeroepen waardoor mensen zichzelf wegcijferen, aarzeling overwinnen, eigen angst of afkeer opzij zetten en alles over hebben voor een medemens in nood. In de moeilijkste omstandigheden kan barmhartigheid zich uiten in daadwerkelijke naastenliefde. Dan komt het mooie in mensen naar boven: de bereidheid onbaatzuchtig hulp te bieden, er te zijn voor onbekenden, hen te steunen in wanhoop en pijn. Mededogen verbindt ons met de naaste in nood. Een vastgehouden hand, een stem die moed inspreekt en ogen gericht op contact kunnen de boodschap van naastenliefde indringend overbrengen. In vrijwillige inzet voor anderen kent ons land een grote traditie.
Onze wereld heeft mensen nodig met passie en betrokkenheid, die een plaats geven aan wie zijn buitengesloten, die klaar staan voor hun medemensen en die blijven geloven in het goede.
Kerstmis brengt ons in een sfeer van warmte en nabijheid. In de stal bij een volle herberg wordt de bescheiden plek gevonden waar Jezus’ leven begint. In het donker van die nacht schijnt het licht van vrede op aarde en liefde voor de naaste.
Ik wens U allen een gezegend Kerstfeest toe.
Wat vind je hiervan? Wat had jij de koningin laten zeggen? Hoe zou deze versie ontvangen zijn op het net?
* Disclaimer: de auteursrechten van de originele Kersttoespraak liggen bij de RVD.
UPDATE: Meerdere lezers maakten me er op attent dat de alternatieve kersttoespraak niet te lezen was. Dat is nu opgelost. (Dit was de oplossing: de tekst heb ik geschreven in Word 2008 (Mac). Als je die tekst knipt en plakt in WordPress verschijnen er tags die worden gebuikt voor de XML-opmaak / metadatering. Firefox en Safari maken daar geen probleem van. Internet Explorer daarentegen…)
Kan ‘e’ 90.000 ambtenaren vervangen?
De helft van de gemeente-ambtenaren is binnen nu en vijf jaar weg.*
.
.
De helft.
.
Vijf jaar.
.
Weg.
.
.
Dat is een serieuze uitdaging, want we hebben het hier over zo’n 90.000 ambtenaren!
Maar dit hoeft geen probleem te zijn, als de gemeenten gebruik zouden maken van de crisis en nu actief ‘groen’ personeel aantrekken. Maar dat doen ze niet. Tel daar de krimpende begrotingen bij op voor het rampjaar 2012 en de gemeentelijke overheid loopt vast. Gemeenten krijgen te kampen met vertrekkend personeel en onvoldoende budget om personeel ‘uit de markt’ te halen.
Dat laatste staat trouwens al flink ter discussie, sinds RTL nieuws een overzicht heeft gepubliceerd van de kosten die 30 grote gemeenten maken voor de inhuur van externen. Dat zijn aanzienlijke bedragen. Een voorbeeld:
Dordrecht besteedt 40% van haar loonsom aan het inhuren van externen, maar scoort dan wel een 7,8 wanneer burgers een oordeel mogen geven over de dienstverlening. Ook staat Dordrecht op dit moment tweede in de overheid.nl monitor en wordt deze gemeente regelmatig als best practice genoemd in onze Mastercourses. Dordrecht heeft haar automatisering en informatisering goed op orde. En zoekt actief naar verbetering van haar dienstverlening.
Maar hoe staat een gemeente als Dordrecht er over vijf jaar voor? Is het mogelijk om met behulp van ICT nu een organisatie neer te zetten die over vijf jaar met 50% minder ambtenaren dezelfde diensten kan leveren? Wat mag dat kosten per inwoner? Is het verstandiger te kiezen voor het inhuren van ‘handjes’, investeren in ICT en e-dienstverlening? Of beide?
* Met dank aan de man van de achtergonden, @ArjenvanUlden, die me attent maakte op het artikel in VK.
Wie zit er in de e-overheidsblogosphere?
Waar zijn de bloggers? Mijn RSS reader zit vol met interessante RSS feeds over e-overheid, maar de meeste van die feeds geven alleen nieuwsberichten door. Er zitten maar weinig “e-overheidsbloggers” tussen. Het valt me op dat er ondanks de omvang van de sector, maar weinig bloggers zijn die schijven over de e-overheid.
Ik heb ze op een rijtje gezet. Hieronder een lijst met de bloggers en groepsblogs die ik in mijn RSS reader heb. Voor het gemak heb ik de lijsten opgedeeld in bloggers die schrijven over de “traditionele” e-overheid en bloggers die meer gericht zijn op overheid 2.0.
E-overheid
- Digitaal Bestuur – Groepsblog
- Basisregistraties.nu – Arnout Drenthel
- Informatiekundig bekeken – Jan van Til
- bettinepluut.nl – (EPD)
- Bigwobber – Brenno de Winter
- Ketens en Netwerken – Anja van der AA
Overheid 2.0
- Ambtenaar 2.0 – Groepsblog
- Digitaliteit – Jan Krans en Max Janssen (AtosOrigin)
- Erik Jonker
- Hack de Overheid – Groepsblog
- Kletskous – Catharine Bethlehem
- Remco Kouwenhoven
Zijn dit ze allemaal? Wie mis ik? Welke volg jij? En waarom?
Steigerende dienstverlening in Breda

Het opgestuurde meldingsformulier
Per telefoon heb ik bij de gemeente Breda een meldingsformulier aangevraagd om tijdelijk een steiger aan de voorkant van mijn huis te kunnen plaatsen. Ik moet mag namelijk de voorkant schilderen. (Joepie!) Het meldingsformulier heb ik per telefoon aangevraagd. (Omdat ik geen printer heb kan ik het formulier van de website niet afdrukken, vandaar.)
Een week (!) later lag het formulier in de bus. In de kleine lettertjes onderaan het formulier vond ik de volgende opmerking: “De aanvrager verklaart bij ondertekening akkoord te gaan met de op de achterzijde van dit formulier vermelde punten“.
Je voelt hem vast aankomen: de achterkant van het formulier is leeg!
Ze hebben me niet een formulier opgestuurd, maar een enkelzijdige kopie.
Dan maar naar de gemeentelijke website om online te lezen wat de voorwaarden zijn. Helaas ziet het meldingsformulier “plaatsing bouwobjecten op openbare plaatsen” (.pdf-alert!) er anders uit dan het formulier dat ik heb gekregen. Dat roept vragen op: Is het wel hetzelfde? En waarom staat er op mijn formulier dat ik 167,75 euro aan leges verschuldigd ben? Voor een steiger? Aan de telefoon is me verteld dat het om een paar euro per m2 gaat? En waarom staat er op het formulier van de gemeentelijke website niets over leges?
Maar de belangrijkste is: hoe kan ik iets ondertekenen zonder te weten wat de gevolgen zijn?
Na de ijzersterke folder over hondenbelasting laat de gemeente Breda hier een steekje vallen in haar dienstverlening. Jammer.