Auteursarchief: Peter Keur

Babybureaucratie: De eerste afspraak

Pappa Peter!

Dit is een wat ongebruikelijke blogpost. Ik word namelijk vader. En het is wel een beetje raar om dat hier zo te melden. Maar daar heb ik een reden voor!

In een serie blogposts, laten we de serie “Babybureaucratie” noemen, neem ik je mee op onze reis. Deze reis brengt ons langs de verschillende organisaties waar wij mee te maken krijgen omdat we een kindje verwachten. In deze serie ga ik in op mogelijke bureaucratie die we tegen gaan komen en de manier waarop wij de dienstverlening van de betreffende organisaties ervaren.

Voor dit idee heb ik me laten inspireren door het werk dat ik sinds twee jaar bij Zenc doe. In dat werk richten we ons op het verbeteren van overheidsorganisaties. De aanpak voor deze serie is afgeleid van Customer Journey Mapping. Dat is een Britse methode om de klantreis na een levensgebeurtenis te reconstrueren vanuit het oogpunt van de klant. Dit heb ik eerder gedaan rond de levensgebeurtenis verhuizen, andere Zencers hebben dit gedaan rond de levensgebeurtenis overlijden. Deze serie gaat over geboorte.

Voordat we starten met de eerste afspraak bij de verloskundige nog even dit: ik ben niet Kluun. Ik beloof geen grappig of sentimenteel verhaal. Sterker nog, het kan misschien wel eens heel droge materie worden!

Ga je mee?

De eerste afspraak

Op 30 september mogen we voor het eerst naar de verloskundige. Mijn vrouw heeft een afspraak gemaakt en we kunnen om 10.10 uur terecht. Uiteindelijk mogen we om 10.25 naar binnen. Het is misschien wat mierenneukerig, maar als we het hebben over dienstverlening, dan is het niet erg netjes om iemand een kwartier te laten wachten. Bovendien vraag ik me af hoe het mogelijk is om zo vroeg op de dag al een kwartier uit te lopen als alles op afspraak gaat.

Na de nodige beleefdheden te hebben uitgewisseld, stelt de verloskundige de eerste vraag aan mijn vrouw: “Wat is je geboortedatum?” Wat mij betreft een volstrekt overbodige vraag. Dezelfde vraag is namelijk bij binnenkomst al gesteld! Toen om te controleren of het echt de juiste mevrouw Keur is. Nu om de geboortedatum in de registratie op te nemen. De registratie die door de verloskundige wordt bijgehouden is kennelijk een andere dan de registratie van de receptioniste. Voor dienst die in hetzelfde gebouw wordt geleverd zou dat toch niet nodig moeten zijn anno 2009!

De verloskundige geeft het burgerservicenummer (BSN) van mijn vrouw op aan het computersysteem. Vanaf mijn plek kan ik goed meekijken op het computerscherm van de verloskundige. Dat doe ik dan ook. Op het moment dat de verloskundige het BSN invoert verschijnt er een foutmelding.  Ze heeft een fout gemaakt bij het overnemen van het nummer van de kopie van het paspoort.

Daarna maakt het systeem, dit keer met een correct BSN, verbinding. Op het eerste gezicht worden er geen gegevens opgehaald. Ik vraag of de gegevens bij de gemeente worden opgehaald. Dat blijkt niet het geval te zijn, de gegevens worden namelijk bij de verzekeraar opgehaald: “maar dat werkt eigenlijk nog niet.”  Dat is niet het antwoord wat ik wil horen. Want wat wordt er dan opgehaald? En is er wel iets opgehaald? Want er was toch een foutmelding?

Als we uitgerommeld zijn met het systeem, gaan we over tot dat waar we voor komen. De verloskundige vertelt dat we waarschijnlijk niet met haar te maken krijgen als het zo ver is. Zij is immers de leidinggevende en valt alleen in als dat nodig is. Bovendien is het iedere keer een andere verloskundige die ons zal ontvangen. Op die manier is de kans groot dat we “op het moment dat het er om gaat” een verloskundige krijgen die we al eens ontmoet hebben.

Dit baart me op twee manieren zorgen. De eerste is dat ik er niet zeker van ben dat ons – in de bezoeken die nog gaan komen – ook alles wordt verteld wat we moeten weten. We doen dit namelijk voor het eerst en we vinden het allemaal best spannend! Goede informatie kan onze onzekerheid in ieder geval voor een deel wegnemen. Maat iedere keer zit er een ander en die kan nooit weten wat wél en niet al verteld is.

Daarnaast heb ik liever een verloskundige die ik goed ken, dan dat er op het moment van de bevalling een verloskundige komt die ik “al eens ontmoet heb“. Door steeds bij een andere verloskundige op afspraak te komen, bouwen we geen relatie op. En als we geen relatie hebben wordt het ook lastig om vertrouwen te geven.

Toen mijn vrouw belde voor de eerste afspraak, werd haar gevraagd om een kopie van haar paspoort en een kopie van haar ziekenfondspas mee te nemen. Het ziekenfonds bestaat al lang niet meer, maar what`s in a name? Wat ik wel erg vind is dat de kopieën voor onze neus in een plastic mapje worden gestopt en aan ons meegegeven worden. Het is namelijk “handig”  dat bij de hand te hebben. Waarom dat handig is begrijp ik niet: iedereen is verplicht een identiteitsbewijs bij zich te hebben. Daar hoef je geen kopie van met je mee te zeulen. Pasjes van de zorgverzekering dragen we bij ons in onze portemonnee. De gevraagde kopieën zijn dan ook volstrekt niet nodig!

De opdrachten uit de eerste afspraak

Nu de eerste afspraak is geweest moeten we bloed laten prikken en een echo laten maken. Dit kan niet bij de verloskundige, maar op andere locaties. Het prikken van bloed kan dichter bij huis, maar het echocentrum zit aan de andere kant van het centrum. De verloskundige geeft ons twee formulieren mee. Een formulier moeten we inleveren voor het bloedprikken, het andere formulier is voor het echocentrum. Door de formulieren aan ons mee te geven zijn wij de koerier voor de dienstverleners. Bovendien kunnen we zelf allerlei extra opties aankruisen als we dat willen. Als we willen kunnen we iedere test uit laten voeren die op het formulier staat! Tot slot is het aantal locaties en organisaties waar we mee te maken krijgen na deze afspraak exponentieel gegroeid van 1 naar 3…

Het vervolg

Inmiddels zijn we weer wat verder dan deze eerste afspraak. Komende weken zal ik de ervaringen uitwerken en onder de titels “babybureaucratie”  hier plaatsen.

Mits ik me niet te veel laat afleiden door Twitter. 😉

Tetanus!

Weet jij precies wanneer je voor het laatst een tetanusprik hebt gehad? In mijn geval heb ik geen idee wanneer dat precies was. Een jaar of tien geleden. Denk ik.

Toch werd me die vraag afgelopen zondag gesteld. Nota bene op de eerste hulp waar ik ooit mijn eerste tetanusprik kreeg!

Dit is wat mij betreft een schoolvoorbeeld van een “domme vraag”. Ze moeten het antwoord zelf weten. Zeker als ik me keurig bij de EHBO meld en met BSN sta ingeschreven in het ziekenhuis! Laat dat EPD maar komen. Vooral het spoeddossier.

De Bulldog van de gemeente Breda

Net als je denkt dat ze het niet leuker kunnen maken, komt de belastingdienst met iets nieuws. Van  de gemeentelijke belastingdienst kreeg ik onderstaande flyer in de bus. Ze wilden laten weten dat ze aan de deur zijn geweest voor de controle op hondenbezit. Uiteraard om te controleren of je niet stiekem een hond hebt en geen belasting betaalt. Normaal gesproken wordt ik er niet vrolijker van als ik met de overheid als controleur / handhaver in contact kom, maar bij het zien van die norse hondenkop kon ik een glimlach niet onderdrukken!

Zo zie je maar: niet alleen dienstverlening kan klantvriendelijker, dat geldt ook handhaving !

De Bulldog van de gemeente Breda

De kont van de hond

Community met zorgprofessionals “online brengen”

Hoe breng je een offline community online? Dat is wat de Provincie Utrecht mij gevraagd heeft te doen op de conferentie 1 Jaar Utrechtse Jeugd Centraal.

Tijdens het netwerkgedeelte van het congres mocht ik de vraag- en aanbodbalie bemannen. Een grote balie met daarop twee laptops. Daarachter stond een aantal panelen met daarop de foto`s van alle bezoekers.

Vraag en aabodbalie in aanbouw

Mijn rol was om mensen met elkaar in contact te brengen, om ze daarna een bericht te laten plaatsen op het forum van Utrechtse Jeugd Centraal. Dat kan gaan over de contacten die tijdens de conferentie zijn gelegd, een vraag die zij hebben aan anderen of een aanbod voor andere professionals.

Het resultaat is dat er 9 verschillende berichten zijn geplaatst op de vraag en aanbodbalie (het forum) op de website van het programma Utrechtse Jeugd Centraal. De berichten variëren van “Ik heb een leuke ontmoeting gehad“, tot “Ik heb plaatsen beschikbaar voor kinderen met een beperking“. Een mooie oogst, die net zo divers is als de deelnemers aan de conferentie!

Een lid van de community

Maar hoe nu verder? Wat zijn de vervolgstappen? Hoe kun je het beste online een vervolg geven aan een conferentie? Hoe sluit je aan bij het niveau van digitale vaardigheden van de deelnemers? Hoe breng je zorgprofessionals naar een website? Suggesties en ideeën zijn welkom!

PS: Ik wil Clara Pels en Rosalie Verburg van het UJC team bedanken dat zij het vertrouwen hebben gegeven dit te doen!

Het is prijs!

Daar stond ik best van te kijken. Het idee dat we (ondergetekende, Tessa & Ellen) namens Zenc hebben ingediend  heeft zowaar een prijs gewonnen bij de OCW Open Data prijsvraag! Het idee is www.rustigdagjeuit.nl, maar de link werkt niet want het is nog slechts een idee.

Zoals dat gaat bij prijsvragen werden we keurig uitgenodigd voor de prijsuitreiking en de borrel. Enigszins teleurgesteld, omdat we verwacht hadden dat de winnaars vooraf ingelicht worden en wij niet gebeld waren, zijn we naar de uitreiking gegaan. Op de slides preek dit idee als een van de winnaars! Toch mooi dat Zenc ruimte geeft om hier aan mee te doen.

Het idee:
Of u nou een ouder bent die met zijn kinderen op stap wil of dat u een leraar bent die het jaarlijkse uitje voor de school organiseert, u wilt niet in die ellenlange rijen voor een attractie in een pretpark of museum komen te staan. Ook wilt u de drukte op de wegen vermijden. Daarbij heeft u geen zin om alle informatie voor wat betreft schoolvakanties en file-informatie uit te pluizen om zodoende een rustige dag uit te kiezen. De website www.rustigdagjeuit.nl biedt u de uitkomst. Deze site integreert data van de schoolvakanties, data van de ANWB  verkeersdruktekalender, data van de evenementenkalender, data van het KNMI (weerberichten en voorspelde aantal zon- en regendagen), data van de drukke dagen in pretparken en data van feestdagen. Met één klik op de muisklop kunt u op de site zien wat voor u een gunstige dag is om erop uit te gaan. Al ver van te voren kunt u plannen wat de minst drukke dag is voor wat betreft de drukte in het pretpark of museum en de drukte op de weg. En daarbij ziet u gelijk of de weervoorspellingen voor die dag goed zijn. U hoeft dus niet meer zelf alle afzonderlijke informatie te achterhalen. Op www.rustigdagjeuit.nl weet u direct wat een geschikte dag is om met uw kinderen of leerlingen een pretpark, museum of ander evenement te bezoeken.

Mooi toch?

Hier (pdf-alert) de andere ingediende ideeën (39 totaal). Hier het “bewijs” van de winst, de oorkonde.

Update: De foto`s.

Leesvoer: De zeven dingen die ik heb geleerd van Clay Shirky – Iedereen

De zeven dingen die ik heb geleerd van het lezen van Clay Shirky – Iedereen:

1. Eerst publiceren, dan filteren.
Iedereen kan met weinig moeite zijn boodschap kan publiceren op het net. Er is niemand die vooraf bepaalt wat wel en wat niet op het net komt. Om die grote hoeveelheid publicaties (tekst, afbeeldingen, audio, video, applicatie, etc.) hanteerbaar te maken zijn filters belangrijk. Door deze filters komen de goede publicaties bovendrijven. Technorati, Digg en Google zijn voorbeelden van filters.

2. Meer is anders
Naarmate er meer mensen op het web komen verandert het karakter wezenlijk. Door de stijging van de schaalgrootte verandert de dynamiek. De populariteit van Geenstijl maakt het ineens mogelijk om vanuit een weblog een omroep te starten, in plaats van andersom…

3. Nieuwe technologie maakt nieuwe industrieën mogelijk
Zo zijn drive-in bioscopen pas mogelijk na de uitvinding van de auto. Of kunnen boekwinkels pas ontstaan na de uitvinding van de drukpers. Een actueel voorbeeld is de markt rond thema`s voor WordPress. (Zie voor dit punt ook een andere must read: Kevin Kelley – New Rules for the New Economy: hier (gratis!) in blogvorm, hier in boekvorm)

4. Intentie moet juist zijn
Als je online een groep mensen bij elkaar wilt brengen om een bepaald doel te realiseren, moet het doel niet te ambitieus zijn maar ook niet te bescheiden. De belofte bij de start van de ontwikkeling van Linux was om vanuit een hobby een licht besturingssysteem te maken. Niet zo zwaar als Unix, maar wel bruikbaar. Dat was voldoende om na jaren een grote groep ontwikkelaars aan het project te binden.

5. Nieuwe technologie maakt snelle groepsvorming mogelijk
Door de hoge snelheid van communiceren die mogelijk is door het gebruik van nieuwe media, wordt het mogelijk om “belachelijk simpel” groepen te vormen. Zie hier voor wat voorbeelden. Flasmobs zijn een bekend en ludiek voorbeeld. Maar een flashmob kan ook voor politieke doelen worden gebruikt, zoals in het boek wordt beschreven. En zoals ik eerder postte op Twitter: het gevaar van een groep ijsjeseters zit niet in het ijs, maar in de groep. Bedenk je eens wat dat betekent voor de manier waarop belangengroepen zich kunnen organiseren!

Of terroristen…

6. Doordat de kosten van falen laag zijn explodeert het aantal nieuwe initiatieven.
Het laatste punt houdt verband met punt 1. De kosten van online falen zijn laag. Iedereen kan vrijwel gratis publiceren en veel mensen en bedrijven doen dat dan ook. Als het geen succes wordt is er niets verloren en  kun je met dat wat je hebt geleerd van de eerdere mislukking opnieuw beginnen!

7. Tot slot misschien wel de belangrijkste conclusie: organisaties worden meer en meer overbodig om iets te organiseren.

Welke conclusies trek jij hier uit?

Het mysterie van de recepttoeslag

Niemand weet waar het geld blijft van de recepttoeslag. Althans, niet in mijn apotheek. Ook Google geeft slechts tien treffers op deze term.

Afgelopen week ging ik bij mijn apotheek op voorschrift van een specialist een flesje Salicylzuur Collodium 20% halen. De apothekersassistente wilde met mij een bedrag van ruim 15,- euro afrekenen toen ze opmerkte dat ze het middel ook zonder recept mee kan geven. De rekening zou dan slechts  3,60 euro bedragen. Een duidelijk geval van informatie asymmetrie waar een einde aan werd gemaakt. Met als gevolg een prijsdaling van 76%!

Dat is erg klantgericht van de apothekersassistente, maar wie mist er nu die 11.40 euro? Zij kon het me niet vertellen…

Gelukkig geven de treffers van Google antwoord: de recepttoeslag is een vergoeding voor “aflevergebonden zorg en de distributietaak van de apotheek” (p. 25)(pdf-alert). Het is dus een bedrag dat ten goede komt van de apotheek! Hoe kunnen ze die informatie niet hebben?

Maar dan is er nog onduidelijkheid over de hoogte. Volgens de resultaten op Google varieert die varieert van 6,10 euro tot 10,- euro, maar wordt nergens hoger. Vreemd. Ik hoop maar dat ze meer verstand hebben van medicijnen dan van financiën!

Leesvoer: Rijn Vogelaar – De Superpromoter

Luister niet naar ontevreden klanten! Luister naar je fans! Dat is de boodschap van Rijn Vogelaar in zijn boek “De Superpromoter“. De visie die in dit boek is neergelegd wordt het beste geillustreerd door het citaat van Herbert Bayard Swope: “I cannot give you the formula for succes, but I can give you the formule failure – which is: try to please everybody“. Hoewel het verhaal van Rijn primair gericht is op het bedrijfsleven, kan de overheid er ook haar voordeel mee doen.

Eén van de beleidsdoelen van de overheid is het vergroten van de klanttevredenheid over overheidsdienstverlening. Dat is concreet gemaakt in het voornemen om gemiddeld een “7” te scoren op klanttevredenheid. Hoewel Rijn schrijft dat het streven naar een zeven niet meer van deze tijd is, ben ik van mening dat superpomotors een manier zijn om dat doel toch te halen.

Een superpomoter voor de overheid* is: Iemand die betrokken is, zijn mening deelt en invloed heeft. De overheid kan bijvoorbeeld Customer Journey Mapping (zie ook) gebruiken om in gesprek te raken met burgers. Op basis van die gesprekken wordt duidelijk wie de enthousiastelingen zijn. Deze enthousiastelingen zijn de superpromoters van de overheid! Als de overheid het lef heeft om te luisteren naar de superpromoters en haar antipromoters te negeren is zij veel beter in staat haar dienstverlening te verbeteren. Superpromotors zijn bij uitstek gevoelig voor de sterke kanten van de overheid. En juist die stekte kanten moeten verder ontwikkeld worden om te komen tot excellente dienstverlening.

Bovendien biedt het luisteren naar superpromoters kansen omdat, zoals Rijn schrijft, het niet luisteren naar superpromoters het democratisch proces in gevaar brengt. De mening van superpromoters kan voor de overheid functioneren als een tegengeluid voor lobbygroeperingen, klagende maatschappelijke organisaties en negatieve burgers.

Bovendien is het natuurlijk niet zo dat de overheid altijd een monopolie heeft. Soms is zij met zichzelf in concurrentie en zal de overheidsorganisatie die de meeste superpromotors heeft deze concurrentieslag winnen. Zo zullen de meeste mensen eerder Amsterdam dan Rotterdam aanbevelen voor een dagje uit.

Kortom: dit boek is een must-read voor iedereen die te maken heeft met klanttevredenheid en het beu is om iedere keer met de onvermijdelijke “7” geconfronteerd te worden!

* Hij schrijft dat er voor de overheid een andere definitie moet zijn, omdat de meeste onderwerpen te triest zijn om het woord “enthousiasme” te gebruiken. Dit is niet waar. Door voor de overheid af te stappen van de oorspronkelijke definitie, laat hij zien dat er per definitie een negatieve connotatie is op het moment dat de overheid ter sprake komt.

Zie ook: www.superpromoters.nl.

014-nogwat | update

Er zijn 300 netnummers te weinig om 014-nogwat landelijk in te voeren. Zie hier voor de lijst van Nederlandse netnummers, volgens de Volkskrant van 27 juli 1995 zijn er na operatie DeciBel 141 netnummers. Volgens Wikipedia zijn er 441 gemeenten. Om 014-nogwat landelijk in te voeren zijn er 300 netnummers te kort. Tenzij het Rijk gaat herindelen tot er 141 gemeenten zijn…

(Met dank aan Arnout Drenthel (Qurious) voor de tip over de Wikipediapagina met netnummers. Dat naar aanleiding van deze post eerder van de week).