Categoriearchief: Overheid en Informatie

Man of vrouw, de Belastingdienst neemt het niet zo nauw!

Iedereen zal direct toegeven dat het erg flauw is om hier de aandacht op te vestigen. Maat toch moet het geplaatst worden: de Belastingdienst kan geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen. Bij het doen van de gezamenlijke belastingaangifte werd aan mijn vrouw gevraagd of ze de aangifte wil ondertekenen met zijn DigiD.

belastingdienst

Zijn DigiD?

Van de belastingdienst verwacht je dat ze op basis van alle gegevens die hebben zijn minst onderscheid kunnen maken tussen mannen en vrouwen! Of vind je dat te veel gevraagd?

Het Babyboek van binnen: deel 3

Dit is het derde en laatste deel in een serie van drie posts. In deze serie test ik de hyves-widget Het Babyboek van Voedingscentrum. Zie ook deel 1 en deel 2. Inmiddels zijn we aangekomen bij het eindoordeel!

Het eindoordeel

De widget doet niet helemaal wat hij belooft, maar toch vind ik hem gaaf! Hieronder ga ik verder in op de dingen die de widget (net) niet waarmaakt.

Spots

Het onderdeel waar ik het meeste van verwachtte valt het hardste tegen. Ik heb het over Spots, de functie waarmee je kunt zoeken naar andere zwangere vrouwen en jonge moeders. Op de kaart staat aangegeven waar andere zwangere vrouwen en jonge moeders wonen. Helaas is het niet mogelijk om daar direct contact mee te leggen. Het enige dat je ziet is hun voornaam en de foto van het hyvesprofiel. Dat is jammer, want de widget wekt wel de indruk dat het mogelijk is contact op te nemen met ‘lotgenoten’ uit de buurt.

scherm-15

Spots

Een andere optie die ik mis in Spots is de mogelijkheid te zoeken naar de dichtstbijzijnde ‘…’. Bijvoorbeeld de dichtstbijzijnde verloskundige, lactatiedeskundige of andere organisaties die belangrijk zijn voor de doelgroep. Doordat deze twee opties niet in de widget zitten, is hij stukken minder ‘lokaal’ en ‘sociaal’ dan ik in eerste instantie dacht.

Dat maakt hem ook minder geniaal dan ik in eerste instantie dacht.

Lees verder

Het Babyboek van binnen: deel 2

Dit is het tweede deel in een serie van drie posts. In deze serie test ik de hyves-widget Het Babyboek van Voedingscentrum. Zie ook deel 1.

De testrit: deel 2

Het tabblad ‘groei’ geeft informatie over de groei van je kindje. Onder deze tab zitten de memo’s die ook verschijnen als je inlogt. Per week krijg je een bericht over de groei van de baby. Onder het tabblad ’tips’ vind je, op eenzelfde manier als bij het tabblad ‘groei’, de tips die verschijnen na het inloggen.

Ook de checklist met dingen die je moet regelen voordat de kleine komt is opgenomen in de widget. De checklist is inclusief een knop ‘opslaan’ die niet werkt. Als je iets nieuws hebt afgevinkt en op ‘sluiten’ klikt, dan worden je vinkjes ook keurig opgeslagen. Een knop opslaan is dan ook niet nodig.

scherm-12

Babyboek - Checklist

Lees verder

Het Babyboek van binnen: deel 1

In mijn vorige post schreef ik enthousiast over Het Babyboek. Helaas hebben mannen geen toegang, maar dankzij Jan van der Erf van Voedingscentrum mag ik toch een kijkje nemen met een testaccount. 😀

Met dat testaccount maakt ik een ’testrit’, waarvan je de resultaten de komende drie dagen op dit blog vindt. Stap voor stap neem ik je mee in de mogelijkheden om te laten zien wat Het Babyboek is en wat het kan. Woensdag  geef ik een eindoordeel en een aantal suggesties voor verbetering.

Lees verder

Zwangerschap gaat ‘social’ met Het Babyboek

Nooit heb ik kunnen bedenken dat ik ooit een post zou schrijven over een ‘digitale borstvoedingscoach’.

Toch is dit geweldige initiatief van het Voedingscentrum een postje waard! Het Babyboek is een widget voor Hyves die functioneert als een ‘digitale borstvoedingscoach’. Zwangere vrouwen kunnen vragen stellen aan de widget, maar ook hun zwangerschap delen met anderen:

Het Babyboek omvat echter meer dan praktische tips en informatie. De gadget maakt het mogelijk om de zwangerschap te delen met anderen. Ook is te zien waar men in de nabije omgeving terecht kan voor verdere hulp en advies en of er (aanstaande) moeders in de buurt wonen die ook het Babyboek gebruiken. Het is mogelijk om hen, maar ook andere Hyves vrienden uit te nodigen om het Babyboek te bekijken, foto’s te delen, verhaaltjes te schrijven. Een demoversie van het Babyboek is te zien op www.voedingscentrum.nl/mijnbabyboek. De gadget zelf is te vinden op www.hyves.nl/actie/mijnbabyboek (maar daarvoor moet je lid zijn van Hyves).

Als aanstaande vader en social media-adept word ik hier heel enthousiast van. Het is een widget die:

  1. gericht is op een levensgebeurtenis,
  2. communicatie met anderen mogelijk maakt (dat maakt hem ‘social’),
  3. rekening houdt met de lokatie van de gebruiker en
  4. functioneert als een vraag- en antwoordbalie.

Dat kan niet minder dan geniaal zijn!

Helaas kreeg ik onderstaande melding toen ik de widget wilde installeren op mijn hyve:

Het Babyboek, niet voor mannen

Het Babyboek, niet voor mannen

Blijkbaar hoor ik niet bij de community waar zij zich op richten. Voor nu moeten de mannen het doen met de demoversie. Die is dan wel met filmpje. 😀

Artikel: Overheid 2.0: meer dan een website en een e-mailadres

In het allerlaatste nummer van Overheidsmanagement is het artikel over Overheid 2.0 verschenen. Dat artikel heb ik samen met Zenc‘ers Barry Woudenberg en Tessa van den Berg geschreven. Een scan van het artikel is hier te downloaden (.pdf-alert!), maar voor jouw leesgemak vind je volledige tekst na de klik. Veel leesplezier! 😀 Lees verder

Babybureaucratie: “We hebben meer informatie nodig!”

…maar we weten niet welke.

“We” is in dit geval de zorgverzekeraar. Via een aanvraagformulier op hun website is kraamzorg aangevraagd. Het formulier ziet er keurig uit en, nadat het is ingevuld, vertrouwen we er op dat de kraamzorg geregeld is. Digitale dienstverlening zoals het bedoeld is!

Niets is minder waar. Een paar dagen later ligt er een brief van de zorgverzekeraar op de mat. De brief is als volgt samen te vatten:

“We hebben meer informatie nodig. Bel ons.”

Mijn vrouw belt ze terug en, na vijf minuten in de wacht te staan, mag ze eerst uitleggen wat voor brief er op de mat lag. Het antwoord aan de andere kant van de lijn is kort en bondig: “Ik kan je niet vertellen wat we willen weten, belt u later maar terug.” Dat is dan weer lastig, omdat er ’s middags gewoon gewerkt moet worden. Dat heb je wel eens. 😉

De andere kant van de lijn doet vervolgens een poging om door te verbinden met de afdeling die er meer vanaf “zou moeten weten“. Helaas zitten zij met elkaar in bespreking en wordt de telefoon niet aangenomen. Ze besluiten, zonder resultaat, het telefoongesprek te beëindigen.

Maar een uur later wordt er teruggebeld. Daar hadden we niet om gevraagd, dus dat is mooie service! Binnen een halve minuut zijn we er uit: de zorgverzekeraar wil weten waar de bevalling plaatsvindt (thuis / ziekenhuis) en wat voor voeding de kleine straks krijgt (fles / borst). Die vragen staan ook op het formulier, maar kennelijk was dit nog even nodig om de aanvraag in behandeling te nemen!

Conclusie: gedoe om niks.

Over deze post: in een serie blogposts, laten we de serie “Babybureaucratie” noemen, neem ik je mee op onze reis. Deze reis brengt ons langs de verschillende organisaties waar wij mee te maken krijgen omdat we een kindje verwachten. In deze serie ga ik in op mogelijke bureaucratie die we tegen gaan komen en de manier waarop wij de dienstverlening van de betreffende organisaties ervaren. Klink hier voor alle posts met de tag babybureaucratie.

Leren van anderen: 10 leerpunten om digitale leermiddelen te verspreiden

In de herfst van 2009 heb ik in opdracht van Kennisnet samen met Zenc‘ers Ellen Boschker en Daniëlle Emans een essay geschreven. Het onderwerp van het essay is het gebruik van digitale leermiddelen in het onderwijs. We richten ons op manieren om dat gebruik te stimuleren. In het essay gebruiken we voorbeelden uit de wereld van web 2.0 om te laten zien welke mechanismen je kunt gebruiken om digitale leermiddelen te verspreiden. We eindigen het essay met maarliefst 10 leerpunten om digitale leermiddelen te verspreiden.

Hieronder is de tekst van het essay integraal overgenomen. Veel leesplezier! 😀

Lees verder

Het 014-nummer: een praktijkvoorbeeld…

Telefoon (c) BBC

Telefoon (c) BBC

…van hoe het niet werkt.

Afgelopen vrijdag werd ik om 17.28 teruggebeld door een gemeente-ambtenaar van een niet nader te noemen kleine gemeente. Omdat ik op dat moment met de trein de Blaaktunnel inrijd, word de verbinding verbroken. Ik probeer hem terug te bellen nadat de trein de tunnel uit. Dat doe ik via het 014-nummer van die gemeente, omdat ik zijn directe nummer niet heb. Je voelt hem vast al aankomen: het 014 nummer is gesloten. Een bandje vermeldt keurig dat de gemeente van maandag tot en met vrijdag geopend is van 9.00 tot 17.00.

Dit is natuurlijk mateloos frustrerend, zeker als je weet dat er wel mensen aanwezig zijn.

Hieruit valt maar een conclusie te trekken: het 014 nummer is een groot risico voor de kwaliteit van de dienstverlening. En wel om de volgende redenen:

  • het werpt een extra barricade op tussen de burgers / bedrijven en de ambtenaren die voor 0900 of na 17oo wel aan het werk zijn
  • het maakt het makkelijk voor ambtenaren om na 1700 niet terug te bellen: de gemeente is immers telefonisch gesloten
  • het frustreert de beller (al was het alleen maar vanwege die verschrikkelijke “wachtmuziek”)

Wat denk jij er van? Draagt het 014 nummer bij aan betere of slechtere dienstverlening? Zit ik er totaal naast?

Meer lezen? Zie ook mijn eerdere posts over het 014-netnummer.

Update 30-01-2010: Evelien Fick (via de discussie op LinkedIn) en John Oldenhuizing (via de mail) attendeerden me er op dat het niet “014” moet zijn, maar 14+[netnummer]. De nul hoort er niet. Volgens mij is dat precies één van de dingen die het voor de burger niet makkelijker maakt! Immers: sinds we massaal met een GSM op zak lopen zijn we er aan gewend geraakt dat alle telefoonnummers altijd met een nul beginnen en altijd uit tien cijfers bestaan. Dat laatste geldt dan weer niet als we een 0800 / 0900 nummer bellen. Ook dat is algemeen bekend.

14+ is wat dit betreft een nieuw concept en sluit slecht aan bij de beleving van de burger!

Leesvoer: Theodore Dalrymple – Junk Medicine

Theodore Dalrymple doet in Junk Medicine een paar pittige uitspraken over de verslavingsbureaucratie. En deze wil ik je niet onthouden! Op pagina zes beschrijft hij, bijvoorbeeld, uitstekend de manier waarop bureaucratieën in omvang toenemen. Dalrymple stelt dat het komt door de onbewuste aanname dat het probleem [van heroïneverslaving] is op te lossen, op het moment dat een organisatie van voldoende omvang de verantwoordelijkheid neemt voor de oplossing.

But the therapeutic juggernaut rolled, and continues to roll, on, the only explanation for its lack of success being that it is still of insufficient size. If only it were half as big again, or twice as big, or four times as big: then the problem would be defeated.

Iets verder, op pagina tien en elf, maakt hij de vergelijking tussen “groei” van een commercieel bedrijf en een onderdeel van de overheid. Als een bedrijf er in slaagt om in een jaar tijd de omzet met 126 miljoen te vergroten, dan is het bedrijf erg succesvol. Maar als dat gebeurt bij een onderdeel van de overheid, dan is het vaak een teken dat het probleem waarvoor dat onderdeel is opgericht niet is opgelost. Sterker nog: het probleem zal waarschijnlijk gegroeid zijn. Feitelijk is dat een wanprestatie van het overheidsonderdeel, waarvoor het onderdeel wordt beloond met extra geld.

But where bureaucracies are concerned, nothing succeeds like failure. For example, in the USA the budget for the national Institute on Drug Abuse increased by 16.2 percent from 2001 to 2002 alone, which would be quite a creditable performance if it had been a purely commercial enterprise. $126,394,000 was added to its budget in the period, but it would be a brave or foolhardy man who asserted that a single drug addict stopped, or ever will stop, taking drugs because of this extra funding. Nor would you have to be Nostradamus to predict that the budget will keep growing, however, many of few drug addicts there are, unless of course, there is a general economic collapse necessitating drastic budget retrenchment. What one can say with a fair degree of certainty is that the funding of the NIDA will remain sturdily independent of the importance or usefulness of its findings, and of the social importance of otherwise of the problem it dresses. The bureucratic solution to waste is always more waste.

De oorzaak lijkt te liggen in de rol die de overheid zich aanmeet. Door een beleid dat er op is gericht om de schade die mensen zichzelf aandoen te beperken, maakt de overheid zich verantwoordelijk voor dat wat de individuele burger besluit zichzelf aan te doen. Op pagina 41 schrijft hij hierover het volgende:

Harm reduction as a policy is inherently infantilizing of the population: it assumes that the authorities are, and ought to be, responsible, fot the ill consequences of what people insist upon doing.

Eén pagina later weet Dalrymple het nog beknopter en krachtiger te verwoorden:

We are all children, and the authorities are our parents.

Met dit boek ontkracht hij niet alleen de mythen en fabels rond heroïneverslaving, maar laat hij ook zien hoe de verslavingsbureaucratie een bijdrage levert aan het in stand houden van het probleem. Dalrymple gebruikt de ervaringen die hij heeft opgedaan bij het behandelen van heroïneverslaafden om een fundamenteel punt te maken over de rol van de overheid. De overheid pakt de eigen verantwoordelijkheid van de verslaafde af. Hierdoor voelt de verslaafde zich niet langer verantwoordelijk voor de keuzes die hij maakt. En wordt het hem makkelijk gemaakt om “het systeem” de schuld te geven van zijn situatie.

Dat is natuurlijk onzin! Het systeem is niet schuldig.

Of is de overheid wél verantwoordelijk voor de problemen van verslaafden? En hoe zit dat dan met problemen van niet-verslaafde burgers? Moet de overheid die ook oplossen? Of zijn ze zelf verantwoordelijk?

Over het boek

Junk Medicine van Theodore Dalrymple is een essay over heroïneverslaving, maar het is de ondertitel die mijn aandacht trekt: Doctors, Lies and the Addiction Bureaucracy. Dalrymple neemt een kleine 140 pagina’s om de mythen rond heroïneverslaving vrijwel volledig te debunken. Dat doet hij door te putten uit zijn eigen ervaring, de literaire traditie rond heroïneverslaving grondig te analyseren, de manier waarop artsen heroïneverslaafden behandelen volledig in twijfel te trekken en de medisch-wetenschappelijke literatuur er bij te betrekken. (Objectief gezien heeft het afkicken van een heroïneverslaving dezelfde verschijnselen als een flinke griep…)