Categoriearchief: Overheid en Informatie

Waarom gemeenten nooit meer om een “kopie eigendomsbewijs” hoeven te vragen

Afbeelding via Stanford

Afbeelding via Stanford

Als je aanspraak wilt maken op planschade moet je bij je aanvraag vaak een “kopie eigendomsbewijs” overleggen. Deze kopie wordt gebruikt om vast te stellen of het eigendom van het perceel bij de persoon ligt die planschadevergoeding aanvraagt. Hieronder geef ik een alternatief voor het kopie.

In behandeling nemen vs. toekennen planschade

De kopie is in veel gevallen een indieningsvereiste voor het aanvragen van planschade. Als de kopie niet wordt meegeleverd met de aanvraag, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Dat de aanvrager eigenaar moet zijn is een voorwaarde voor het toekennen van de planschade. Maar er is geen “kopie eigendomsbewijs” nodig om vast te stellen wie de eigenaar is. Dat kan anders en beter!

Vaststellen van het eigenaarschap, maar dan modern

Het vaststellen van eigendom kan je niet mondeling aan de aanvrager zelf vragen. Dan kan hij er over liegen. Daarom is het nodig het eigenaarschap op te vragen bij / te controleren met een registratie. In dit geval gaat het om een perceel en is het Kadaster de juiste registratie.

Je kunt de aanvrager een kopie eigendomsbewijs mee laten nemen op het moment dat hij de aanvraag indient. Voor mensen die een beetje handig zijn met een fotobewerkingsprogramma (of kopieerapparaat, typp-ex en wat pritt stift) zijn deze makkelijk te vervalsen. Dat geldt ook voor het origineel. Je begrijpt: dat brengt een zeker risico met zich mee.

Beter is het om op basis van het identiteitsbewijs van de aanvrager ter plekke aan de balie vast te stellen wat het BSN nummer van die persoon is. Dat kan door naar het paspoort te kijken. Ook kopieën van paspoorten kunnen makkelijk worden vervalst, dus een inspectie van het document aan de balie is noodzakelijk. Op basis van dat BSN kan de gemeente zelf de koppeling maken met het Kadaster.

De behandelend ambtenaar kan met het BSN de controle uitvoeren of de aanvrager ook eigenaar is. Om dat vast te stellen hoeft hij alleen maar in de registratie (het Kadaster) op te zoeken of de persoon eigenaar is. Dat criterium kan de behandelend ambtenaar vervolgens afvinken op de checklist van voorwaarden waar aan voldaan moet worden om de planschade toe te kennen.

Conclusie

Nee, het vaststellen van het eigenaarschap is geen overbodig gegeven bij het toekennen van een planschade.

Ja, het opvragen van een “kopie eigendomsbewijs” (ook wel uittreksel uit het Kadaster) is wel een overbodige indieningsvereiste omdat:

  1. het eigenaarschap van een perceel ook zonder het indieningsvereiste kan worden vastgesteld;
  2. een kopie zeer fraudegevoelig is;
  3. de overheid al beschikt over deze gegevens.

Toelichting op deze post

In opdracht van de VNG heb ik met Zenc vorig jaar onderzoek gedaan naar indieningsvereisten van 70 gemeentelijke producten bij 3 gemeenten. Dit is een van de resultaten. Later dit jaar worden de resultaten door de VNG bekend gemaakt.

Interessant? Neem dan contact met me op als je wil weten wat we rond het terugdringen van indieningsvereisten voor jouw organisatie kunnen betekenen.

Een alternatieve Kersttoespraak

Wat zou ik de Koningin laten zeggen als ik haar kersttoespraak had geschreven? Deze vraag houdt me bezig sinds ik haar kersttoespraak las en er met Erik Jonker enkele tweets over wisselde.

De kersttoespraak heeft al volop aandacht gekregen. Onder meer op: BNR, de weblog van Wilfred Rubens, op Mol Blog, een bericht op AD dat er een Hyvesaccount wordt aangeboden, nog een bericht in het AD dat de lezers het oneens zijn met Hare Majesteit, een post op Frankwatching waarin wordt aangetoond dat Beatrix ongelijk heeft, Shownieuws is er natuurlijk ook bij, op Twitter is via @kersttoespraak een actie gestart voor een ontmoeting op de Dam in Amsterdam en Het Meisje van de Slijterij schrijft een brief.

Maar nergens vond ik een alternatief voor de Kersttoespraak zoals die is uitgesproken. Daarom hieronder mijn alternatief. Daar vind je wat ik de Koningin had laten zeggen. En om onderscheid te maken tussen haar woorden en mijn versie, heb ik mijn toevoegingen en verdraaiingen cursief gemarkeerd*. Het origineel vind je alhier. Daar gaatie!

In de schaduw van de tijden schijnt het licht van Kerstmis. Het kerstverhaal speelt in sombere dagen van onderdrukking en zorg. Het is het verhaal van het Christuskind. Op zoek naar onderdak klopten Jozef en Maria aan bij een herberg waar voor hen geen plaats bleek te zijn. Maar hun werd toch een veilige plek in een stal gegund. Daar is Jezus geboren. Met zijn komst straalt in onze wereld het licht van de liefde die ons verbindt met God en met onze medemensen.

Wezenlijk is de aloude opdracht: hebt uw naaste lief als uzelf. Vandaag is het minder duidelijk wat dat betekent. Weten we nog wie onze naaste is? Het is een ieder die op onze weg komt: de medemens in ons leven. Maar zien wij die ook? Laten wij wie wellicht onze steun en hulp nodig hebben aan hun lot over of staan wij open voor toenadering en contact en bieden we een helpende hand? Hoe goed professionele zorg ook is, we blijven aangewezen op een samenleving waarin mensen oog hebben voor elkaar. Bij tegenslag en verdriet is nu eenmaal niet alles alleen te verwachten van overheid en maatschappelijke instellingen. Gelukkig zijn er dan ook velen die zich inzetten wanneer dat nodig is.

In deze tijd van mondialisering zijn snelheden vergroot en afstanden verkleind. Technische vooruitgang en individualisering hebben de mens onafhankelijker en zichtbaarder gemaakt. We zijn ons meer en meer bewust van anderen om ons heen. Een plek waar wij ons thuis voelen, vertrouwen hebben in de mensen om ons heen en mogen uitgaan van solidariteit is enorm belangrijk. Misschien is wel de grootste uitdaging het vertrouwen te herstellen tussen de gemeenschap en de groepen individuen die elkaar reeds jaren vinden op gedeelde interesses. Ook de crisis van vandaag leert ons dat.

Wanneer de zorgen groot zijn, wordt de behoefte aan een gezamenlijk perspectief sterker gevoeld. Godsdiensten en levensovertuigingen wijzen op verantwoordelijkheid voor de naaste. Vroeger was er vrijwel overal burenhulp en vormde nabuurschap de basis van de samenleving. Men kende elkaar. Maar de moderne mens lijkt op een andere manier aandacht te hebben voor de naaste. Nu is men vooral met zichzelf en zijn gelijken bezig. We  zijn geneigd ons te richten op anderen die zijn zoals wij en onze ogen en oren te sluiten voor de omgeving. Tegenwoordig zijn buren soms vreemden. Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes, zonder elkaar ontmoet te hebben. Onze samenleving raakt steeds meer verbonden.hangt nauw samen met de wisselende en meervoudige verbondenheid met groepen. Dit geeft een sterk ‘wij-gevoel’; ons bestaan krijgt zin. Met virtuele ontmoetingen is de bevlogenheid teruggekeerd en worden bruggen geslagen. Het ideaal van het op zichzelf gerichte individu heeft zijn eindpunt bereikt. Dit is de weg naar wat ons samenbindt. Persoonlijke vrijheid

Steeds meer roept de medemens bij ons solidariteit en compassie op. Toch is tastbare nabijheid nodig om te kunnen mee-leven. Echt contact ontstaat in daden, niet alleen in woorden. Taal is onmisbaar bij het opbouwen van vertrouwen. Maar wie het gesprek niet aangaat, sluit zichzelf uit. Zo kan een middel om mensen tot elkaar te brengen ook een barrière zijn voor wie niet begrijpt en niet begrepen wordt. Dan komt er geen saamhorigheid en blijven naasten buitenstaanders.

Via woord en beeld komt veel verdriet van anderen tot ons en roept het gevoelens van compassie op, ookal is het vaak ver weg. Deze informatie verrijkt mensen en opent de ogen voor de naaste. Meeleven wordt opgewekt. Gemeenschapsgevoel ontstaat.

De moderne technische mogelijkheden brengen mensen dichter bij elkaar, ookal lijken ze schuil te gaan achter hun schermen. Wij kunnen nu spreken zonder te voorschijn te komen en een publiek vinden voor ons woord. Van mens tot mens, van groep tot groep. Snel, genuanceerd emoties uiten is makkelijk geworden. Op preken zonder respect wordt men direct afgerekend. Niet het vreemd zijn maakt de ander agressief, maar agressiviteit maakt de ander tot vreemde.

De naaste is dus dichtbij en verbonden, en ook bij rampspoed zien we hoe medegevoel wordt opgeroepen waardoor mensen zichzelf wegcijferen, aarzeling overwinnen, eigen angst of afkeer opzij zetten en alles over hebben voor een medemens in nood. In de moeilijkste omstandigheden kan barmhartigheid zich uiten in daadwerkelijke naastenliefde. Dan komt het mooie in mensen naar boven: de bereidheid onbaatzuchtig hulp te bieden, er te zijn voor onbekenden, hen te steunen in wanhoop en pijn. Mededogen verbindt ons met de naaste in nood. Een vastgehouden hand, een stem die moed inspreekt en ogen gericht op contact kunnen de boodschap van naastenliefde indringend overbrengen. In vrijwillige inzet voor anderen kent ons land een grote traditie.

Onze wereld heeft mensen nodig met passie en betrokkenheid, die een plaats geven aan wie zijn buitengesloten, die klaar staan voor hun medemensen en die blijven geloven in het goede.

Kerstmis brengt ons in een sfeer van warmte en nabijheid. In de stal bij een volle herberg wordt de bescheiden plek gevonden waar Jezus’ leven begint. In het donker van die nacht schijnt het licht van vrede op aarde en liefde voor de naaste.

Ik wens U allen een gezegend Kerstfeest toe.

Wat vind je hiervan? Wat had jij de koningin laten zeggen? Hoe zou deze versie ontvangen zijn op het net?

* Disclaimer: de auteursrechten van de originele Kersttoespraak liggen bij de RVD.

UPDATE: Meerdere lezers maakten me er op attent dat de alternatieve kersttoespraak niet te lezen was. Dat is nu opgelost. (Dit was de oplossing: de tekst heb ik geschreven in Word 2008 (Mac). Als je die tekst knipt en plakt in WordPress verschijnen er tags die worden gebuikt voor de XML-opmaak / metadatering.  Firefox en Safari maken daar geen probleem van. Internet Explorer daarentegen…)

Kan ‘e’ 90.000 ambtenaren vervangen?

De helft van de gemeente-ambtenaren is binnen nu en vijf jaar weg.*

.

.

De helft.

.

Vijf jaar.

.

Weg.

.

.

Dat is een serieuze uitdaging, want we hebben het hier over zo’n 90.000 ambtenaren!

Maar dit hoeft geen probleem te zijn, als de gemeenten gebruik zouden maken van de crisis en nu actief  ‘groen’ personeel aantrekken. Maar dat doen ze niet. Tel daar de krimpende begrotingen bij op voor het rampjaar 2012 en de gemeentelijke overheid loopt vast. Gemeenten krijgen te kampen met vertrekkend personeel en onvoldoende budget om personeel ‘uit de markt’ te halen.

Dat laatste staat trouwens al flink ter discussie, sinds RTL nieuws een overzicht heeft gepubliceerd van de kosten die 30 grote gemeenten maken voor de inhuur van externen. Dat zijn aanzienlijke bedragen. Een voorbeeld:

Dordrecht besteedt 40% van haar loonsom aan het inhuren van externen, maar scoort dan wel een 7,8 wanneer burgers een oordeel mogen geven over de dienstverlening. Ook staat Dordrecht op dit moment tweede in de overheid.nl monitor en wordt deze gemeente regelmatig als best practice genoemd in onze Mastercourses. Dordrecht heeft haar automatisering en informatisering goed op orde. En zoekt actief naar verbetering van haar dienstverlening.

Maar hoe staat een gemeente als Dordrecht er over vijf jaar voor? Is het mogelijk om met behulp van ICT nu een organisatie neer te zetten die over vijf jaar met 50% minder ambtenaren dezelfde diensten kan leveren? Wat mag dat kosten per inwoner? Is het verstandiger te kiezen voor het inhuren van ‘handjes’, investeren in ICT en e-dienstverlening? Of beide?

* Met dank aan de man van de achtergonden, @ArjenvanUlden, die me attent maakte op het artikel in VK.

Wie zit er in de e-overheidsblogosphere?

Waar zijn de bloggers? Mijn RSS reader zit vol met interessante RSS feeds over e-overheid, maar de meeste van die feeds geven alleen nieuwsberichten door. Er zitten maar weinig “e-overheidsbloggers” tussen. Het valt me op dat er ondanks de omvang van de sector, maar weinig bloggers zijn die schijven over de e-overheid.

Ik heb ze op een rijtje gezet. Hieronder een lijst met de bloggers en groepsblogs die ik in mijn RSS reader heb. Voor het gemak heb ik de lijsten opgedeeld in bloggers die schrijven over de “traditionele” e-overheid en bloggers die meer gericht zijn op overheid 2.0.

E-overheid

Overheid 2.0

Zijn dit ze allemaal? Wie mis ik? Welke volg jij? En waarom?

Steigerende dienstverlening in Breda

Het opgestuurde meldingsformulier

Het opgestuurde meldingsformulier

Per telefoon heb ik bij de gemeente Breda een meldingsformulier aangevraagd om tijdelijk een steiger aan de voorkant van mijn huis te kunnen plaatsen. Ik moet mag namelijk de voorkant schilderen. (Joepie!) Het meldingsformulier heb ik per telefoon aangevraagd. (Omdat ik geen printer heb kan ik het formulier van de website niet afdrukken, vandaar.)

Een week (!) later lag het formulier in de bus. In de kleine lettertjes onderaan het formulier vond ik de volgende opmerking: “De aanvrager verklaart bij ondertekening akkoord te gaan met de op de achterzijde van dit formulier vermelde punten“.

Je voelt hem vast aankomen: de achterkant van het formulier is leeg!

Ze hebben me niet een formulier opgestuurd, maar een enkelzijdige kopie.

Dan maar naar de gemeentelijke website om online te lezen wat de voorwaarden zijn. Helaas ziet het meldingsformulier “plaatsing bouwobjecten op openbare plaatsen” (.pdf-alert!) er anders uit dan het formulier dat ik heb gekregen. Dat roept vragen op: Is het wel hetzelfde? En waarom staat er op mijn formulier dat ik 167,75 euro aan leges verschuldigd ben? Voor een steiger? Aan de telefoon is me verteld dat het om een paar euro per m2 gaat? En waarom staat er op het formulier van de gemeentelijke website niets over leges?

Maar de belangrijkste is: hoe kan ik iets ondertekenen zonder te weten wat de gevolgen zijn?

Na de ijzersterke folder over hondenbelasting laat de gemeente Breda hier een steekje vallen in haar dienstverlening. Jammer.

Babybureaucratie: De eerste afspraak

Pappa Peter!

Dit is een wat ongebruikelijke blogpost. Ik word namelijk vader. En het is wel een beetje raar om dat hier zo te melden. Maar daar heb ik een reden voor!

In een serie blogposts, laten we de serie “Babybureaucratie” noemen, neem ik je mee op onze reis. Deze reis brengt ons langs de verschillende organisaties waar wij mee te maken krijgen omdat we een kindje verwachten. In deze serie ga ik in op mogelijke bureaucratie die we tegen gaan komen en de manier waarop wij de dienstverlening van de betreffende organisaties ervaren.

Voor dit idee heb ik me laten inspireren door het werk dat ik sinds twee jaar bij Zenc doe. In dat werk richten we ons op het verbeteren van overheidsorganisaties. De aanpak voor deze serie is afgeleid van Customer Journey Mapping. Dat is een Britse methode om de klantreis na een levensgebeurtenis te reconstrueren vanuit het oogpunt van de klant. Dit heb ik eerder gedaan rond de levensgebeurtenis verhuizen, andere Zencers hebben dit gedaan rond de levensgebeurtenis overlijden. Deze serie gaat over geboorte.

Voordat we starten met de eerste afspraak bij de verloskundige nog even dit: ik ben niet Kluun. Ik beloof geen grappig of sentimenteel verhaal. Sterker nog, het kan misschien wel eens heel droge materie worden!

Ga je mee?

De eerste afspraak

Op 30 september mogen we voor het eerst naar de verloskundige. Mijn vrouw heeft een afspraak gemaakt en we kunnen om 10.10 uur terecht. Uiteindelijk mogen we om 10.25 naar binnen. Het is misschien wat mierenneukerig, maar als we het hebben over dienstverlening, dan is het niet erg netjes om iemand een kwartier te laten wachten. Bovendien vraag ik me af hoe het mogelijk is om zo vroeg op de dag al een kwartier uit te lopen als alles op afspraak gaat.

Na de nodige beleefdheden te hebben uitgewisseld, stelt de verloskundige de eerste vraag aan mijn vrouw: “Wat is je geboortedatum?” Wat mij betreft een volstrekt overbodige vraag. Dezelfde vraag is namelijk bij binnenkomst al gesteld! Toen om te controleren of het echt de juiste mevrouw Keur is. Nu om de geboortedatum in de registratie op te nemen. De registratie die door de verloskundige wordt bijgehouden is kennelijk een andere dan de registratie van de receptioniste. Voor dienst die in hetzelfde gebouw wordt geleverd zou dat toch niet nodig moeten zijn anno 2009!

De verloskundige geeft het burgerservicenummer (BSN) van mijn vrouw op aan het computersysteem. Vanaf mijn plek kan ik goed meekijken op het computerscherm van de verloskundige. Dat doe ik dan ook. Op het moment dat de verloskundige het BSN invoert verschijnt er een foutmelding.  Ze heeft een fout gemaakt bij het overnemen van het nummer van de kopie van het paspoort.

Daarna maakt het systeem, dit keer met een correct BSN, verbinding. Op het eerste gezicht worden er geen gegevens opgehaald. Ik vraag of de gegevens bij de gemeente worden opgehaald. Dat blijkt niet het geval te zijn, de gegevens worden namelijk bij de verzekeraar opgehaald: “maar dat werkt eigenlijk nog niet.”  Dat is niet het antwoord wat ik wil horen. Want wat wordt er dan opgehaald? En is er wel iets opgehaald? Want er was toch een foutmelding?

Als we uitgerommeld zijn met het systeem, gaan we over tot dat waar we voor komen. De verloskundige vertelt dat we waarschijnlijk niet met haar te maken krijgen als het zo ver is. Zij is immers de leidinggevende en valt alleen in als dat nodig is. Bovendien is het iedere keer een andere verloskundige die ons zal ontvangen. Op die manier is de kans groot dat we “op het moment dat het er om gaat” een verloskundige krijgen die we al eens ontmoet hebben.

Dit baart me op twee manieren zorgen. De eerste is dat ik er niet zeker van ben dat ons – in de bezoeken die nog gaan komen – ook alles wordt verteld wat we moeten weten. We doen dit namelijk voor het eerst en we vinden het allemaal best spannend! Goede informatie kan onze onzekerheid in ieder geval voor een deel wegnemen. Maat iedere keer zit er een ander en die kan nooit weten wat wél en niet al verteld is.

Daarnaast heb ik liever een verloskundige die ik goed ken, dan dat er op het moment van de bevalling een verloskundige komt die ik “al eens ontmoet heb“. Door steeds bij een andere verloskundige op afspraak te komen, bouwen we geen relatie op. En als we geen relatie hebben wordt het ook lastig om vertrouwen te geven.

Toen mijn vrouw belde voor de eerste afspraak, werd haar gevraagd om een kopie van haar paspoort en een kopie van haar ziekenfondspas mee te nemen. Het ziekenfonds bestaat al lang niet meer, maar what`s in a name? Wat ik wel erg vind is dat de kopieën voor onze neus in een plastic mapje worden gestopt en aan ons meegegeven worden. Het is namelijk “handig”  dat bij de hand te hebben. Waarom dat handig is begrijp ik niet: iedereen is verplicht een identiteitsbewijs bij zich te hebben. Daar hoef je geen kopie van met je mee te zeulen. Pasjes van de zorgverzekering dragen we bij ons in onze portemonnee. De gevraagde kopieën zijn dan ook volstrekt niet nodig!

De opdrachten uit de eerste afspraak

Nu de eerste afspraak is geweest moeten we bloed laten prikken en een echo laten maken. Dit kan niet bij de verloskundige, maar op andere locaties. Het prikken van bloed kan dichter bij huis, maar het echocentrum zit aan de andere kant van het centrum. De verloskundige geeft ons twee formulieren mee. Een formulier moeten we inleveren voor het bloedprikken, het andere formulier is voor het echocentrum. Door de formulieren aan ons mee te geven zijn wij de koerier voor de dienstverleners. Bovendien kunnen we zelf allerlei extra opties aankruisen als we dat willen. Als we willen kunnen we iedere test uit laten voeren die op het formulier staat! Tot slot is het aantal locaties en organisaties waar we mee te maken krijgen na deze afspraak exponentieel gegroeid van 1 naar 3…

Het vervolg

Inmiddels zijn we weer wat verder dan deze eerste afspraak. Komende weken zal ik de ervaringen uitwerken en onder de titels “babybureaucratie”  hier plaatsen.

Mits ik me niet te veel laat afleiden door Twitter. 😉

Tetanus!

Weet jij precies wanneer je voor het laatst een tetanusprik hebt gehad? In mijn geval heb ik geen idee wanneer dat precies was. Een jaar of tien geleden. Denk ik.

Toch werd me die vraag afgelopen zondag gesteld. Nota bene op de eerste hulp waar ik ooit mijn eerste tetanusprik kreeg!

Dit is wat mij betreft een schoolvoorbeeld van een “domme vraag”. Ze moeten het antwoord zelf weten. Zeker als ik me keurig bij de EHBO meld en met BSN sta ingeschreven in het ziekenhuis! Laat dat EPD maar komen. Vooral het spoeddossier.

De Bulldog van de gemeente Breda

Net als je denkt dat ze het niet leuker kunnen maken, komt de belastingdienst met iets nieuws. Van  de gemeentelijke belastingdienst kreeg ik onderstaande flyer in de bus. Ze wilden laten weten dat ze aan de deur zijn geweest voor de controle op hondenbezit. Uiteraard om te controleren of je niet stiekem een hond hebt en geen belasting betaalt. Normaal gesproken wordt ik er niet vrolijker van als ik met de overheid als controleur / handhaver in contact kom, maar bij het zien van die norse hondenkop kon ik een glimlach niet onderdrukken!

Zo zie je maar: niet alleen dienstverlening kan klantvriendelijker, dat geldt ook handhaving !

De Bulldog van de gemeente Breda

De kont van de hond

Community met zorgprofessionals “online brengen”

Hoe breng je een offline community online? Dat is wat de Provincie Utrecht mij gevraagd heeft te doen op de conferentie 1 Jaar Utrechtse Jeugd Centraal.

Tijdens het netwerkgedeelte van het congres mocht ik de vraag- en aanbodbalie bemannen. Een grote balie met daarop twee laptops. Daarachter stond een aantal panelen met daarop de foto`s van alle bezoekers.

Vraag en aabodbalie in aanbouw

Mijn rol was om mensen met elkaar in contact te brengen, om ze daarna een bericht te laten plaatsen op het forum van Utrechtse Jeugd Centraal. Dat kan gaan over de contacten die tijdens de conferentie zijn gelegd, een vraag die zij hebben aan anderen of een aanbod voor andere professionals.

Het resultaat is dat er 9 verschillende berichten zijn geplaatst op de vraag en aanbodbalie (het forum) op de website van het programma Utrechtse Jeugd Centraal. De berichten variëren van “Ik heb een leuke ontmoeting gehad“, tot “Ik heb plaatsen beschikbaar voor kinderen met een beperking“. Een mooie oogst, die net zo divers is als de deelnemers aan de conferentie!

Een lid van de community

Maar hoe nu verder? Wat zijn de vervolgstappen? Hoe kun je het beste online een vervolg geven aan een conferentie? Hoe sluit je aan bij het niveau van digitale vaardigheden van de deelnemers? Hoe breng je zorgprofessionals naar een website? Suggesties en ideeën zijn welkom!

PS: Ik wil Clara Pels en Rosalie Verburg van het UJC team bedanken dat zij het vertrouwen hebben gegeven dit te doen!