Categoriearchief: Overheid en Informatie

Het is prijs!

Daar stond ik best van te kijken. Het idee dat we (ondergetekende, Tessa & Ellen) namens Zenc hebben ingediend  heeft zowaar een prijs gewonnen bij de OCW Open Data prijsvraag! Het idee is www.rustigdagjeuit.nl, maar de link werkt niet want het is nog slechts een idee.

Zoals dat gaat bij prijsvragen werden we keurig uitgenodigd voor de prijsuitreiking en de borrel. Enigszins teleurgesteld, omdat we verwacht hadden dat de winnaars vooraf ingelicht worden en wij niet gebeld waren, zijn we naar de uitreiking gegaan. Op de slides preek dit idee als een van de winnaars! Toch mooi dat Zenc ruimte geeft om hier aan mee te doen.

Het idee:
Of u nou een ouder bent die met zijn kinderen op stap wil of dat u een leraar bent die het jaarlijkse uitje voor de school organiseert, u wilt niet in die ellenlange rijen voor een attractie in een pretpark of museum komen te staan. Ook wilt u de drukte op de wegen vermijden. Daarbij heeft u geen zin om alle informatie voor wat betreft schoolvakanties en file-informatie uit te pluizen om zodoende een rustige dag uit te kiezen. De website www.rustigdagjeuit.nl biedt u de uitkomst. Deze site integreert data van de schoolvakanties, data van de ANWB  verkeersdruktekalender, data van de evenementenkalender, data van het KNMI (weerberichten en voorspelde aantal zon- en regendagen), data van de drukke dagen in pretparken en data van feestdagen. Met één klik op de muisklop kunt u op de site zien wat voor u een gunstige dag is om erop uit te gaan. Al ver van te voren kunt u plannen wat de minst drukke dag is voor wat betreft de drukte in het pretpark of museum en de drukte op de weg. En daarbij ziet u gelijk of de weervoorspellingen voor die dag goed zijn. U hoeft dus niet meer zelf alle afzonderlijke informatie te achterhalen. Op www.rustigdagjeuit.nl weet u direct wat een geschikte dag is om met uw kinderen of leerlingen een pretpark, museum of ander evenement te bezoeken.

Mooi toch?

Hier (pdf-alert) de andere ingediende ideeën (39 totaal). Hier het “bewijs” van de winst, de oorkonde.

Update: De foto`s.

Leesvoer: De zeven dingen die ik heb geleerd van Clay Shirky – Iedereen

De zeven dingen die ik heb geleerd van het lezen van Clay Shirky – Iedereen:

1. Eerst publiceren, dan filteren.
Iedereen kan met weinig moeite zijn boodschap kan publiceren op het net. Er is niemand die vooraf bepaalt wat wel en wat niet op het net komt. Om die grote hoeveelheid publicaties (tekst, afbeeldingen, audio, video, applicatie, etc.) hanteerbaar te maken zijn filters belangrijk. Door deze filters komen de goede publicaties bovendrijven. Technorati, Digg en Google zijn voorbeelden van filters.

2. Meer is anders
Naarmate er meer mensen op het web komen verandert het karakter wezenlijk. Door de stijging van de schaalgrootte verandert de dynamiek. De populariteit van Geenstijl maakt het ineens mogelijk om vanuit een weblog een omroep te starten, in plaats van andersom…

3. Nieuwe technologie maakt nieuwe industrieën mogelijk
Zo zijn drive-in bioscopen pas mogelijk na de uitvinding van de auto. Of kunnen boekwinkels pas ontstaan na de uitvinding van de drukpers. Een actueel voorbeeld is de markt rond thema`s voor WordPress. (Zie voor dit punt ook een andere must read: Kevin Kelley – New Rules for the New Economy: hier (gratis!) in blogvorm, hier in boekvorm)

4. Intentie moet juist zijn
Als je online een groep mensen bij elkaar wilt brengen om een bepaald doel te realiseren, moet het doel niet te ambitieus zijn maar ook niet te bescheiden. De belofte bij de start van de ontwikkeling van Linux was om vanuit een hobby een licht besturingssysteem te maken. Niet zo zwaar als Unix, maar wel bruikbaar. Dat was voldoende om na jaren een grote groep ontwikkelaars aan het project te binden.

5. Nieuwe technologie maakt snelle groepsvorming mogelijk
Door de hoge snelheid van communiceren die mogelijk is door het gebruik van nieuwe media, wordt het mogelijk om “belachelijk simpel” groepen te vormen. Zie hier voor wat voorbeelden. Flasmobs zijn een bekend en ludiek voorbeeld. Maar een flashmob kan ook voor politieke doelen worden gebruikt, zoals in het boek wordt beschreven. En zoals ik eerder postte op Twitter: het gevaar van een groep ijsjeseters zit niet in het ijs, maar in de groep. Bedenk je eens wat dat betekent voor de manier waarop belangengroepen zich kunnen organiseren!

Of terroristen…

6. Doordat de kosten van falen laag zijn explodeert het aantal nieuwe initiatieven.
Het laatste punt houdt verband met punt 1. De kosten van online falen zijn laag. Iedereen kan vrijwel gratis publiceren en veel mensen en bedrijven doen dat dan ook. Als het geen succes wordt is er niets verloren en  kun je met dat wat je hebt geleerd van de eerdere mislukking opnieuw beginnen!

7. Tot slot misschien wel de belangrijkste conclusie: organisaties worden meer en meer overbodig om iets te organiseren.

Welke conclusies trek jij hier uit?

Het mysterie van de recepttoeslag

Niemand weet waar het geld blijft van de recepttoeslag. Althans, niet in mijn apotheek. Ook Google geeft slechts tien treffers op deze term.

Afgelopen week ging ik bij mijn apotheek op voorschrift van een specialist een flesje Salicylzuur Collodium 20% halen. De apothekersassistente wilde met mij een bedrag van ruim 15,- euro afrekenen toen ze opmerkte dat ze het middel ook zonder recept mee kan geven. De rekening zou dan slechts  3,60 euro bedragen. Een duidelijk geval van informatie asymmetrie waar een einde aan werd gemaakt. Met als gevolg een prijsdaling van 76%!

Dat is erg klantgericht van de apothekersassistente, maar wie mist er nu die 11.40 euro? Zij kon het me niet vertellen…

Gelukkig geven de treffers van Google antwoord: de recepttoeslag is een vergoeding voor “aflevergebonden zorg en de distributietaak van de apotheek” (p. 25)(pdf-alert). Het is dus een bedrag dat ten goede komt van de apotheek! Hoe kunnen ze die informatie niet hebben?

Maar dan is er nog onduidelijkheid over de hoogte. Volgens de resultaten op Google varieert die varieert van 6,10 euro tot 10,- euro, maar wordt nergens hoger. Vreemd. Ik hoop maar dat ze meer verstand hebben van medicijnen dan van financiën!

Leesvoer: Rijn Vogelaar – De Superpromoter

Luister niet naar ontevreden klanten! Luister naar je fans! Dat is de boodschap van Rijn Vogelaar in zijn boek “De Superpromoter“. De visie die in dit boek is neergelegd wordt het beste geillustreerd door het citaat van Herbert Bayard Swope: “I cannot give you the formula for succes, but I can give you the formule failure – which is: try to please everybody“. Hoewel het verhaal van Rijn primair gericht is op het bedrijfsleven, kan de overheid er ook haar voordeel mee doen.

Eén van de beleidsdoelen van de overheid is het vergroten van de klanttevredenheid over overheidsdienstverlening. Dat is concreet gemaakt in het voornemen om gemiddeld een “7” te scoren op klanttevredenheid. Hoewel Rijn schrijft dat het streven naar een zeven niet meer van deze tijd is, ben ik van mening dat superpomotors een manier zijn om dat doel toch te halen.

Een superpomoter voor de overheid* is: Iemand die betrokken is, zijn mening deelt en invloed heeft. De overheid kan bijvoorbeeld Customer Journey Mapping (zie ook) gebruiken om in gesprek te raken met burgers. Op basis van die gesprekken wordt duidelijk wie de enthousiastelingen zijn. Deze enthousiastelingen zijn de superpromoters van de overheid! Als de overheid het lef heeft om te luisteren naar de superpromoters en haar antipromoters te negeren is zij veel beter in staat haar dienstverlening te verbeteren. Superpromotors zijn bij uitstek gevoelig voor de sterke kanten van de overheid. En juist die stekte kanten moeten verder ontwikkeld worden om te komen tot excellente dienstverlening.

Bovendien biedt het luisteren naar superpromoters kansen omdat, zoals Rijn schrijft, het niet luisteren naar superpromoters het democratisch proces in gevaar brengt. De mening van superpromoters kan voor de overheid functioneren als een tegengeluid voor lobbygroeperingen, klagende maatschappelijke organisaties en negatieve burgers.

Bovendien is het natuurlijk niet zo dat de overheid altijd een monopolie heeft. Soms is zij met zichzelf in concurrentie en zal de overheidsorganisatie die de meeste superpromotors heeft deze concurrentieslag winnen. Zo zullen de meeste mensen eerder Amsterdam dan Rotterdam aanbevelen voor een dagje uit.

Kortom: dit boek is een must-read voor iedereen die te maken heeft met klanttevredenheid en het beu is om iedere keer met de onvermijdelijke “7” geconfronteerd te worden!

* Hij schrijft dat er voor de overheid een andere definitie moet zijn, omdat de meeste onderwerpen te triest zijn om het woord “enthousiasme” te gebruiken. Dit is niet waar. Door voor de overheid af te stappen van de oorspronkelijke definitie, laat hij zien dat er per definitie een negatieve connotatie is op het moment dat de overheid ter sprake komt.

Zie ook: www.superpromoters.nl.

014-nogwat | update

Er zijn 300 netnummers te weinig om 014-nogwat landelijk in te voeren. Zie hier voor de lijst van Nederlandse netnummers, volgens de Volkskrant van 27 juli 1995 zijn er na operatie DeciBel 141 netnummers. Volgens Wikipedia zijn er 441 gemeenten. Om 014-nogwat landelijk in te voeren zijn er 300 netnummers te kort. Tenzij het Rijk gaat herindelen tot er 141 gemeenten zijn…

(Met dank aan Arnout Drenthel (Qurious) voor de tip over de Wikipediapagina met netnummers. Dat naar aanleiding van deze post eerder van de week).

Hoeveel controle over persoonlijke informatie geeft de overheid?

Eindelijk is er een meer rationele manier om te bepalen hoeveel controle je hebt over persoonlijke informatie. Op ctrl-shift.co.uk wordt een manier voorgesteld waarmee je dit simpel kunt berekenen.

Persoonlijke informatie wordt gedefinieerd als:

Volunteered Personal Information (VPI) is information that only the individual knows and therefore only the individual can share. It is information that defines and drives demand – information organisations need to provide focused, relevant value.

Om de VPI-score te berekenen wordt aan drie factoren een waarde toegekend: proces, doel en voorwaarden. Proces staat voor de mate van vrijwilligheid waarmee je de informatie afstaat. Doel staat voor de mate waarin je zelf kunt bepalen waarvoor deze informatie wordt gebruikt. Voorwaarden staat voor de hoeveelheid zeggenschap die je hebt over het eigenaarschap van de informatie en wie er aanspraak maakt op de opbrengsten van de informatie.

Ctrl-shift heeft dit voorbeeld gemaakt voor private organisaties. Maar het geldt natuurlijk net zo goed voor de overheid. De overheid beschikt al over veel persoonlijke informatie, maar bij het aanvragen van bepaalde diensten wordt om extra informatie gevraagd. Bijvoorbeeld de waarde van bepaalde bezittingen (auto) indien je een uitkering aan wil vragen.

Als we dit in een rekenvoorbeeld plaatsen krijgen we het volgende resultaat*:

  • de mate van vrijwilligheid waarmee je die informatie afstaat is laag: als je deze informatie niet opgeeft wordt je aanvraag geweigerd (score: 0,5)
  • het doel is duidelijk, namelijk het aanvragen van een uitkering, en de aanvrager bepaalt zelf of hij dat doel nastreeft (score: 1,5)
  • op voorwaarden wordt laag gescoord, als aanvrager kun je geen voorwaarden stellen over het gebruik (score: 0,5).

Dat geeft een totaalscore van (0,5 * 1,5 * 0,5=) 0,375. En dat ligt in dit geval erg ver van het wenselijke niveau van 4 voor private organisaties. Wat zou de gemiddelde score zijn van de Nederlandse overheid?

Via: Ctrl-Shift » What is your VPI score?

* 0 = geen zeggenschap, 2 = volledige zeggenschap.

Geogov: Nominatie RGI Geo Innovatie Award 2009

Zenc-collega Rob Peters legt in onderstaande film uit wat Geogov is. Het meest indrukwekkend vond ik dat dit project het mogelijk maakt om (wet)tekst te vertalen naar kaartlagen. Dat is namelijk oneindig veel moeilijker dan andersom!

Het project Geogov was genomineerd voor de RGI Geo-Innovatie Awards 2009 in de categorie Wetenschap. Helaas heeft het project de prijs niet gewonnen.

Over Geogov:

GeoGov is een onderzoeksprogramma dat een bijdrage levert aan een meer vraaggerichte aanpak van maatschappelijke problemen met een ruimtelijke component. Dat wil het bereiken met fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek naar de mogelijkheden, barrieres en randvoorwaarden voor de inzet van op ruimtelijke informatie gebaseerde technologie in participatieve relaties met burgers.


Meer info over Geogov vind je hier.

014-nogwat

Binnen het concept Antwoord© is voor gemeenten de reeks ’14+netnummer’ beschikbaar. Dat betekent dat, wanner je het nummer “014076” intoetst op je telefoon, je wordt doorverbonden met de gemeente Breda. (Voor de duidelijkheid: 076 is het netnummer van Breda.)

Er wordt beloofd dat dit de gemeente “een duidelijke ingang” geeft. Natuurlijk is dit niet waar. Je moet nog steeds bedenken wat het netnummer is van de gemeente waar jij een dienst van wilt. Het hoeft namelijk niet zo te zijn dat dat een gemeente is waar je het netnummer van weet. Bijvoorbeeld de gemeente waar je wil gaan wonen. Of de gemeente waar je een bedrijf gaat beginnen. Bovendien delen sommige gemeenten hetzelfde netnummer. 020 is bijvoorbeeld voor Amsterdam en Amstelveen.

Daarnaast is het vreemd dat www.mijnoverheid.nl op termijn dé plaats op het web is om in contact te komen met de overheid, maar dat er voor de gemeentelijke overheid in potentie meer dan vierhonderd 014-nogwat nummers worden gecreëerd. Dat lijkt een wat tegenstrijdige strategie.

PS: de overheid heeft aan telecompoviders opgelegd dat 1233 het nummer voor voicemail is. Waarom maken ze het zichzelf dan zo moeilijk?

Top10 – Delft sluit aan bij Antwoord©. Zie ook (pdf-alert!).

Overheid als zwart gat voor informatie

Het begrip “information overload” betekent dat je geen besluit kunt nemen omdat je te veel informatie hebt. Het tegenovergestelde zou je een “zwart gat voor informatie” kunnen noemen. Er wordt zo ontzettend veel informatie aan je gevraagd, dat je niet in staat bent om die informtie tijdig en juist aan te leveren.

Dit lijkt erg op de praktijk rond het aanvragen van een uitkering. Hierbij zijn formulieren met meer dan 200 vragen geen uitzondering. Een dergelijk formulier heeft nog het meest weg van een zwart gat. Het  trekt informatie aan, waarvan je niet weet wat er mee gebeurt als het er aan de andere kant uit komt. Maar omdat de hoeveelheid van de gevraagde informatie zo ontzettend omvangrijk is, wordt het onmogelijk om het formulier op een goede manier in te vullen. En kun je er bijna van uit gaan dat er fouten in staan waardoor de aanvraag wordt afgewezen op het moment dat deze zijn reis door het zwarte gat heeft gemaakt.

Informatie-diepte

Het is vaak lastig om informatie die binnen een organisatie aanwezig is te ontsluiten. Informatie is verspreid over afdelingen, systemen en medewerkers. Door eenmalig een website in te rechten wordt al een begin gemaakt met het ontsluiten van informatie. Vaak gaat het dan om informatie waarvan de afdeling communicatie vindt dat deze op de site moet komen. Dat is typisch informatie die al beschikbaar is in de vorm van folders of brochures.

Het wordt lastiger wanneer het gaat om informatie uit operationele processen. In een “ideale” wereld waar informatie direct en overal beschikbaar is, komt informatie beschikbaar op het moment dat zij wordt gegenereerd. Dit geldt dan ook voor de informatie in de Excell bestanden die individuele medewerkers gebruiken.

Als je de website van de organisatie als hoogste punt neemt en de Excell bestanden van de medewerkers als diepste punt, dan kun je meten van welke diepte de informatie moet worden opgevraagd. Tussenliggende lagen zijn bijvoorbeeld informatie uit het klantvolgsysteem, mid-office systemen, afdelingssystemen en generieke back-office applicaties. Op die manier is vast te stellen in welke mate een organisatie er in slaagt haar informatie beschikbaar te stellen en welke systemen al ontsloten worden. Door een aantal niveaus te onderscheiden wordt het mogelijk te bepalen welke andere informatie ook ontsloten kan worden.