Categoriearchief: Overheid en Informatie

Crowdsourcen van beslissingen over de infrastructuur

Het bepalen van een locatie voor een windmolenpark in zee kun je het beste overlaten aan de gemeenschap. In het boek Wikinomics wordt een voorbeeld genoemd van crowdsourcing waarbij een mijnwerkersbedrijf de opbrengsten van een ogenschijnlijk lege goudmijn verdubbelt.

Dit is mogelijk doordat zij alle informatie over de mijn die in hun bezit is online plaatsen. Daarna hebben zij een prijs in het vooruitzicht gesteld voor de persoon die er in slaagt om nieuwe goudaders aan te wijzen. Talloze “amateurs” hebben zich met het vraagstuk beziggehouden. Onder deze amateurs zijn onder meer geologen, wiskundigen en psychologen. Door de aanwijzingen van de amateurs op te volgen is het bedrijf er in geslaagd om een hoeveelheid goud uit de mijn te halen die gelijk is aan al het goud dat de mijn tot dat in zijn hele geschiedenis heeft geproduceerd!

Een dergelijke situatie is ook denkbaar voor het vaststellen van, bijvoorbeeld, de beste locatie voor een windmolenpark in zee. Net als bij de goudmijn gaat het ook hier om grote hoeveelheden informatie die de basis zijn voor het besluit. Dus waarom zou je de “amateurs” hier niet naar hun mening vragen?

Proclaimer en vertrouwen

Regelmatig vertellen ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van een regeling, dat de informatie op de website van hun organisatie niet up-to date is. Tijdens workshops waarvan de voorbereiding deels is gebaseerd op informatie van de website wordt doodleuk gemeld dat we het verkeerde aanvraagformulier gebruiken. Of een verouderde APV.

Dat heeft verschillende redenen. Soms wordt de website van een gemeente beheerd door een Shared Service Center en is er niet één medewerker van de gemeente die toegang heeft tot de website. Op andere momenten is er een afdeling communicatie die zichzelf de website heeft toegeëigend en traag is in het bijwerken van informatie die door de medewerkers wordt aangeleverd. Door de (vaak) verkokerde structuur zullen de medewerkers na verloop van tijd stoppen met het aanleveren van nieuwe informatie als “communicatie” niet snel genoeg is met het bijwerken van de website. Het resultaat is een website met informatie die niet actueel is.

Het wordt tijd dat de productverantwoordelijken het vertrouwen krijgen om zélf de informatie en aanvraagformulieren voor hun producten en beleidsgebieden op de site van hun organisatie te plaatsen. Pas dan wordt het mogelijk om te leveren wat volgens de proclaimer wordt beweerd. Het zijn de productverantwoordelijken (en alléén de direct productverantwoordelijken) die kunnen bepalen of de aangeboden informatie juist is.

Aankondiging: Mastercourse Shared Sevices

Zenc en Digitaal Bestuur hebben weer een programma vol topsprekers voor de komende Mastercourse. Dit keer is het thema Shared Services. De spekers zijn onder meer: prof. Theo Camps, prof. Ard-Pieter de Man, prof. Léon de Caluwé en prof. Hans Strikwerda. Het programma beslaat vier avonden (10, 17, 24 september en 1 oktober). De avonden worden gemodereerd door prof. Arre Zuurmond. Klik hier voor het programma en inschrijven.

(Disclaimer: ondergetekende is betrokken bij de organisatie van deze mastercourse. Zie ook mijn projectenportfolio.)

Van disclaimer naar proclaimer

Een van de manieren waar je aan af kunt lezen of een organisatie zijn klanten serieus neemt, is het gebruik van een proclaimer op de website. Een proclaimer is het tegenovergestelde van een disclaimer. In een disclaimer verklaart de organisatie dat zij hun best doen om correcte informatie op de website te plaatsen, maar dat er absoluut geen rechten aan ontleend kunnen worden. Een proclaimer beweert het tegenovergestelde: de organisatie doet zijn best en je kunt er van op aan dat de informatie juist is.

Maar altijd als ik een proclaimer zie heb ik het idee dat deze op de site is geplaatst door de beheerder, zonder dat er binnen de organisatie is nagedacht over de gevolgen van de proclaimer. In het geval van overheidsorganisaties zou de proclaimer krachtiger worden als er naast de proclaimer een bericht wordt geplaatst van een van de bestuurders van de organisatie. Bijvoorbeeld de wethouder die dienstverlening in zijn portefeuille heeft. Op die manier wordt aan de hele organisatie het signaal gegeven dat zij de website erg serieus moeten nemen. De website is immers het belangrijkste kanaal voor informatieverstrekking.

De definitie van ICT

De drieletterafkorting “ICT” heeft vanaf het begin de verkeerde definitie gehad. ICT staat voor Informatie en Communicatie Technologie. Dat is fout. Beter zou het zijn om te spreken van Innovatie en Creatie Technologie.

Om te voorkomen dat er nog meer projecten worden opgezet om bestaande vormen van informatieverwerking en / of communicatie te automatiseren moet de definitie anders. Projecten die gebruik maken van nieuwe software en hardware moeten er meer op gericht zijn het werk anders te organiseren en nieuwe oplossingen te genereren voor bestaande problemen. Hierbij staat anders organiseren voor innovatie en nieuwe oplossingen voor creatie.

Informatie-infarct

Infarct?De overheid is een ongezonde bejaarde. Natuurlijk is het zo dat het medewerkersbestand aan het vergrijzen is, maar ook als je kijkt naar de manier waarop wordt omgegaan met informatie dan kun je geen andere conclusie trekken, dan dat de overheid op dit moment een informatie-infarct heeft. Dat blijkt onder meer uit het feit dat sommige functies in de geestelijke gezondheidszorg voor 60% uit administratieve werkzaamheden bestaan. Deze bejaarde is zó bang om de controle te verliezen dat zij in de stress schiet!

Voor de duidelijkheid: het gaat hier om uitvoerende functies, niet om staf- of beleidsfuncties. Er is meer tijd gereserveerd voor verantwoording en indekken dan voor zorg! Dat kan nooit lang goed gaan.

Tenzij we de medewerkers voor de gezondheidszorg uit het buitenland gaan halen. Vanwege de taalbarrière kunnen zij namelijk niet rapporteren…

Formulier als graadmeter voor procesfitheid

Uit het aantal vragen dat wordt gesteld op een aanvraagformulier is af te leiden of het proces waarmee de aanvraag wordt afgehandeld efficiënt is ingericht. Het aanvraagformulier is immers de start van het achterliggende bedrijfsproces waarin de aanvraag wordt beoordeeld. De informatie die een overheidsorganisatie verzamelt op dat formulier is de grondstof voor het proces.

Naarmate de hoeveelheid grondstoffen die voor een bedrijfsproces nodig zijn toeneemt, wordt het proces langer. Er is immers een grotere hoeveelheid materiaal om te verwerken! En dat kost tijd. Daarom moeten projecten die als doel hebben doorlooptijden te verkorten altijd starten bij het verminderen van de grondstof (informatie) die in het proces wordt gestopt.

Bijkomende voordelen zijn dat er minder ruimte nodig is om alle binnengekomen stukken op te slaan, systemen voor registratie van dossiers simpeler  zijn en de kans dat een aanvraag wél ineens volledig wordt ingediend toeneemt.

Informatie: gestructureerd vs. niet-gestructureerd

In discussies over informatie en informatiemanagement wordt vaak te weinig onderscheid gemaakt tussen de soorten informatie waar een organisatie mee te maken heeft. Het verschil tussen gestructureerde en ongestructureerde informatie is gigantisch en met iedere soort moet daarom ook anders worden omgegaan.

Gestructureerde informatie is alle informatie die in databases kan worden opgeslagen. Het gaat meestal om opsommingen van kenmerken. Bijvoorbeeld: leeftijd, geslacht, geboorteplaats, etc. Het zijn de invoerveldjes op een simpel aanvraagformulier.

Ongestructureerde informatie is de informatie die in documentmanagementsystemen wordt opgeslagen. Het gaat meestal om teksten waarin een gecompliceerd onderwerp wordt uitgelegd of toegelicht. Bijvoorbeeld brieven, tekeningen, rapporten, memo`s, etc.

Hieronder een kort overzicht van de belangrijkste verschillen tussen gestructureerde en ongestructureerde informatie:

Gestructureerd vs. Ongestructureerd

Koppelbaar – Niet koppelbaar
Analyse te automatiseren – Analyse lastig te automatiseren
Database – Documentmanagement
Proces – Beleid
Te standaardiseren – Niet te standaardiseren

Natuurlijk zijn er meer nuances te maken, maar dat vraagt eerder om een boek dan om een blogpost. Het gaat er om dat ongestructureerde informatie lastiger te verwerken is dan gestructureerde informatie. Daar moet meer aandacht voor zijn in discussies over het verwerken van informatie door de overheid. Aan de andere kant is het natuurlijk zo dat de overheid informatie veel meer kan structureren. Dit vergemakkelijkt de verwerking én kan bijdragen aan het versnellen van de dienstverlening.

Gemeenten kunnen in plaats van een “vormvrije brief” ook een simpel formulier gebruiken voor, bijvoorbeeld, het verkrijgen van toestemming voor het gebruik van de openbare ruimte om een container te mogen plaatsen. Dit betreft een standaardsituatie waarvoor via een gestructureerd formulier toestemming kan worden aangevraagd. Dit bespaart de indiener de moeite van het schrijven van een brief, waarvan bovendien niet helder is wat er in moet komen. Ook bespaart het de gemeente de moeite van het lezen van brieven en wordt het mogelijk de aanvraag in te voeren in een systeem en het systeem de toestemming te laten bepalen op basis van de inhoud van het formulier.

3… 2… 1… start de vakantie!

Vandaag start mijn vakantie. En dat is natuurlijk een ideale gelegenheid om een meer fundamentele serie posts over overheid en informatie aan te kondigen! In de komende 10 posts zal ik steeds in een paar regels dieper in gaan op een onderwerp gerelateerd aan overheid en informatie. Tot en met 4 september zal er iedere werkdag een post verschijnen. Uiteraard gebeurt dat automagisch, want ik ben immers met vakantie!