Categoriearchief: Overheid en Informatie

Dubbele deadlines

Eindelijk ben ik er achter waarom het missen van de deadline voor de invoering van de BAG vrijwel geen aandacht krijgt in de media. Er blijkt namelijk een verschil tussen het invoeren van de BAG en het verplicht gebruik van de BAG-gegevens. De deadline voor het invoeren is namelijk 1 juli 2009, terwijl de deadline voor het verplicht gebruik 1 juli 2011 is.

Door een onderscheid te maken tussen invoeren en gebruik heeft het niet halen van de deadline voor invoeren van de BAG in de praktijk geen enkel merkbaar gevolg voor de dienstverlening van de overheid. Pas als de deadline voor het gebruik niet wordt gehaald is er een probleem. Op dat moment worden afspraken over de verbering van de dienstverlening niet gehaald. En dat zijn de enige afspraken waat de burger iets van merkt, omdat er dan écht sprake is van een vertraging in het aanpakken van bureaucratie.

Het missen van de deadline heeft niet alleen geen gevolgen voor de dienstverlening, ook de gemeenten zelf merken er niets van. Het enige dat de gemeenten er van mee krijgen is dat VROM gemeenten meer gaan manen om de BAG in te voeren. Van sancties, in welke vorm dan ook, is geen sprake.

Door deze dubbele deadlines, waarvan de eerste zonder betekenis is, houdt de overheid zichzelf voor de gek. Wanneer het missen van een deadline geen enkele consequentie heeft, is de kans groot dat 99% van de gemeenten die deadline niet gaan halen. Op die manier wordt er een “faalmoment” gecreëerd waar skeptici en politiek tegenstanders makkelijk gebruik van kunnen maken. Daarom is het beter de tussentijdse deadlines niet te communiceren en alleen aandacht te geven aan het moment waarop alles moet werken. Het feit dat vier gemeenten de boel nu al (technisch?) op orde hebben zou in dat geval een groot succes zijn dat uitbundig gevierd kan worden!

Zie hier (.pdf) de kamervragen met de antwoorden en hier de webpagina op de site van BZK waar de antwoorden worden aangekondigd. Het het artikel dat de aanleiding is van de kamervragen is te vinden in het FD: “Aanpakken bureaucratie loopt forse vertraging op“.

Burgerparticipatie op Europees niveau: post-i2010, pre 2.0

Op de site van Computable is te lezen dat “Europa” de burger advies vraagt over haar ICT-strategie. Zij willen via deze lekenraadpleging antwoord op een 90-tal vooraf opgestelde vragen om vast te stellen hoe het beleid er na i2010* uit moet zien. Het zijn vragen als: “Welke ICT-onderwerpen zijn het belangrijkst de komende 5 tot 10 jaar“. Het initiatief is mooi, maar er is niemand die ook maar een beetje kan voorspellen welke ICT-onderwerpen over drie jaar actueel zijn. Laat staan over 5 tot 10 jaar! Deze vraag is niet te beantwoorden. Door een dergelijke termijn te kiezen laat Europa zien dat zij geen kaas gegeten heeft van ICT-strategie. Zelfs organisatiestrategieën zijn tegenwoordig vaak niet langer dan drie jaar. Gelukkig hebben ze dat zelf ook ingezien en heeft er in 2008 een mid-term review plaatsgevonden voor i2010. Maar toch vinden ze het nodig deze vraag te stellen. Alsof de nieuwe strategie wel 5 jaar houdbaar is. Zo zijn er nog 89 (deels open) vragen.

Laat er geen misverstand over zijn: dit is een goed initiatief, maar misschien kan het ook op een andere manier. De website bijvoorbeeld. Die ziet er uit alsof hij aan het einde van de jaren `90 is gemaakt en daarmee weerspiegelt hij waarschijnlijk precies het karakter van de EU-organisatie. Daarnaast is de mate van interactie erg beperkt. Bij het bekijken van de pagina`s moet ik steeds denken aan de post op Ambtenaar 2.0 van vanochtend. Hoe anders is de insteek die de EU hier kiest!

Van de 10 punten die worden genoemd voeren ze maar één punt voor de helft uit. (Zie punt 8: Stel vragen en initieer gesprekken.) En wat betreft punt 2 (Wees aanwezig op drukke plekken) is de actie van de EU precies tegenovergesteld. De eigen website is niet aantrekkelijk en kent geen mogelijkheden voor interactie of communityvorming. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit een van die drukke plekken is waar je als overheid 2.0 aanwezig móét zijn. De Europese Unie lijkt wel een muurbloempje dat liever niet in de belangstelling staat. Bovendien kent de website beperkte functionaliteit (Punt 5: Zorg voor goede voorzieningen). Waar is bijvoorbeeld de RSS feed? Of de mogelijkheid voor burgers om reacties te plaatsen en de mogelijkheid voor ambtenaren om dáár weer op te reageren en de discussie aan te gaan?

Wat betreft punt 10 (Interpreteer online data) ligt het in de lijn der verwachting dat ze dit nog niet doen. Maar aan de andere kant kunnen ze minstens melden op wat voor manier ze de data verwerken die met hun vragenlijst wordt verzameld. Helaas hebben ze ook dat nagelaten. (Maar ik kan me voorstellen dat ik er overheen gelezen heb…)

Ik ben benieuwd hoe ze dit over vijf jaar aanpakken als de post-i2015 consultatie online komt!

Hoe dan ook. De pagina met informatie over de vragenlijst en hier kun je de vragenlijst online invullen. Tot slot is dit de link naar het document (pdf) met daarin de vragen. Via ICT regie.

*i2010 is het EU beleidsraamwerk voor de informatiemaatschappij en media.

Projectenportfolio online!

Om meer inzicht te geven in mijn werk heb ik aan de rechterkant een link opgenomen naar een projectenportfolio. Het is een vast punt op het web waar ik naar kan verwijzen als wordt gevraagd wat ik kan betekenen voor overheidsorganisaties. Je vindt er korte beschrijvingen van projecten waar ik bij betrokken was, inclusief links naar de eindresultaten!

Staat er iets tussen dat je interesseert? Of wil je meer informatie? Neem dan contact op via dit mailadres om te zien hoe we kunnen samenwerken. Ik hoor graag van je!

Online dossierinzage: JellinekMentrum durft het aan!

JellinekMentrum Gooi & Vechtstreek gaat GGZ-cliënten online inzage in hun dossier geven. Hiermee vergroten zij niet alleen de transparantie naar hun clienten, er wordt óók van de hulpverleners verwacht dat zij in begrijpelijke taal rapporteren. Een van de doelen van de online inzage is dat er “geen onduidelijk vakjargon van alwetende zorgverleners” wordt gebruikt. Een duidelijker signaal van cliëntenemancipatie door gebruik van technologie is bijna niet denkbaar! Met deze ambitie heeft de online inzage direct invloed op de manier waarop hulpverleners hun rapportages gaan opstellen. Dat is interessant, omdat het dienstverleners (eigenwijze professionals) dwingt hun werkwijze te veranderen.

Wat verderop staat dat JellinekMentrum later dit jaar met een chatfunctie komt. Niet als onderdeel van de behandeling, dat is al eens eerder gedaan, maar juist om cliënten met elkaar in contact te brengen! Ik benieuwd hoe dat gaat uitpakken.

Via.

Een klein gebaar van BPR naar gemeenten

Gebaar

Vorige week schreef ik over de nieuwe GBA-brochure van het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) over het GBA. Wat mij betreft is die brochure een schoolvoorbeeld van heldere overheidscommunicatie.

Maar BPR gaat nog een stap verder: ze vragen de gebruikers (gemeenten) om te bepalen in welke talen de brochure nog meer  moet verschijnen! Je kunt hier opgeven in welke taal jij vindt dat de folder nog meer gedrukt moet worden. Een simpel, klein formuliertje waaruit blijkt BPR haar dienstverlening serieus neemt.

Banken en het BSN

De Metro van gisteren opent met een artikel over banken die het BSN willen checken. Zij willen graag inzicht in de gegevens achter het BSN om vast te kunnen stellen of iemand is wie hij zegt te zijn op het moment dat hij klant wordt. Bovendien is het handig voor de administratie van banken omdat het nog wel eens wil dubbelen als die wordt samengevoegd met andere administraties. (Het staat er écht!)

Dit is natuurlijk absolute waanzin. Als een bank van zijn klant wil weten wie hij is, dan kunnen ze naar zijn legitimatiebewijs vragen. En volgens de WWFT (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme) hoeft van dat legitimatiebewijs hoeft niet eens een kopie gemaakt te worden! Alleen het vastleggen van die gegevens is voldoende.

Ondanks dat de NVB (Nederlandse Vereniging van Banken) op haar website duidelijk vermeldt dat: “Artikel 6 van de WID verplicht de bank de gegevens vast te leggen op een zodanige wijze dat deze toegankelijk zijn“, vertalen zij dit in één adem in: “In het huidige tijdperk waarbij bancaire administraties zijn geautomatiseerd, worden de identiteitsgegevens daarom in de regel op elektronische wijze vastgelegd. Dit betekent dat het identiteitsbewijs wordt gescand en deze scan in het administratie systeem wordt opgeslagen.” Niet dat banken de legitimatiebewijzen hebben gescand. Een aantal jaren terug hebben zij massaal kopieën van legitimatiebewijzen gehamsterd. En als ze al die gegevens al hebben, wat willen ze dan nog meer weten?

Overigens lijkt artikel 52a van de Wet Identificatie Dienstverlening een betere juridische basis om klanten te vragen om een kopie van het legitimatiebewijs, maar daar wordt in de laatste alinea pas aandacht aan besteed.

En dat dubbelen van gegevens in administraties? Dat is niet het probleem van de overheid en bovendien niet op te lossen met inzage in het GBA zo lang gemeenten de GBA data niet controleren.

Update: zie ook de post van Peter Verhaar.

GBA: Voor de overheid en voor u

Een paar dagen geleden publiceerde BZK de brochure “De basisregistratie personen: voor de overheid en voor u” (pdf) (via). Een heldere brochure met aandacht voor rechten, plichten, privacy en een aantal standaardsituaties. Bijvoorbeeld in welke gevallen je niet in de GBA wordt geregistreerd. Deze brochure is een prachtig voorbeeld van heldere overheidscommunicatie. Was er van iedere basisregistratie maar zo`n brochure!

Een brochure kan maar een beperkte hoeveelheid informatie bevatten (anders is het immers geen brochure meer). Zou het niet mooi zijn als er naast deze folder een uitgebreidere documentatie komt? Eentje waarin in dezelfde jip-en-janneke-taal gedetailleerd wordt uitgelegd waar je als burger aan toe bent op het gebied van de GBA? Bijvoorbeeld met ruimte voor:

  1. een precieze beschrijving van documenten die je nodig hebt om aangifte te doen;
  2. een compleet overzicht van het gebruik van de gegevens uit de GBA;
  3. op welke manier de privacy geborgd is;
  4. welke gegevens je zelf door moet geven en welke gegevens afkomstig zijn van andere overheden;
  5. …?

Op die manier kan het laatste restje onduidelijkheid worden weggenomen!

Contactpunt

Techniek is mooi, maar achterliggende systemen zijn altijd van ondergeschikt belang. Waar het om gaat is dat de achterliggende systemen een bepaald voordeel opleveren. Het voordeel van automatiseringssystemen wordt zichtbaar op het moment dat een organisatie contact maakt met de buitenwereld. In het geval van de overheid bestaat het contact met de buitenwereld uit interactie met  burgers, bedrijven of andere organisaties.

Dát is het moment van de waarheid. Daar wordt duidelijk of de miljarden die zijn geïnvesteerd in infrastructuren en standaarden enig voordeel opleveren. Als de overheid op juist díé momenten fundamenteel beter presteert dankzij de achterliggende automatiseringssystemen, dan is het de investering waard.

Ongeacht of het gaat om een bezoek aan de website, de balie, een telefoontje of het opvragen van informatie via een brief.

Patiëntentoegang EPD: hard nodig, maar ver weg

Op de website van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie wordt gemeld dat 60% van 1800 ondervraagden heeft ervaren dat zijn medisch dossier niet compleet is. Het EPD kan er aan bijdragen om dit percentage te verlagen.

Dat kan door patiënten toegang te geven tot hun dossier. Patiënten moeten vervolgens in het dossier de mogelijkheid hebben om suggesties te doen voor aanvullingen of verbeteringen. Tijdens een consult kan de arts de aanvullingen van de patiënt doornemen en bepalen of de informatie correct is. Op het moment dat de aanvullingen door de arts zijn gecontroleerd worden ze definitief in het dossier opgenomen. Op die manier wordt de kwaliteit van de aanvullingen gewaarborgd. Hierdoor zal de compleetheid van het dossier toenemen en kunnen fouten worden voorkomen. Zo simpel kan het zijn!

Gelukkig is het over iets meer dan negen jaar al zo ver!

WWB: bankafschriften of originele bankafschriften niet langer nodig?

Last van de overheid meldt trots dat er weer een melding is opgelost. Maar is dat wel zo? In de wet werk en bijstand staat dat gemeenten niet hoeven te vragen om originele bankafschriften. De redenatie van de onderzoekers is dat een uitdraai van telebankieren ook voldoende is. Hiermee wordt de nadruk gelegd op de vraag of een aanvrager originelen in moet leveren. Men gaat voorbij aan de vraag of het eigenlijk wel nodig is om bankafschriften op te vragen.

Op operatielastenvermindering.nl vinden we een bericht over dezelfde melding, maar dan met de volgende tekst: “Er is geen centrale regelgeving dat het gebruik van bankafschriften voorschrijft bij de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand“. Dat betekent dat gemeenten zelf bepalen dat zij bankafschriften nodig hebben. Het is dus wettelijk gezien mogelijk om het opvragen van bankafschriften (originelen, kopieën of uitdraaien van telebankieren) af te schaffen!

Dit kan er toe leiden dat een gemeente op een andere manier gaat achterhalen of de aanvrager wel recht heeft op een uitkering. Bijvoorbeeld via een huisbezoek zoals timedesk opmerkt.