Auteursarchief: Peter Keur

Informatie-infarct

Infarct?De overheid is een ongezonde bejaarde. Natuurlijk is het zo dat het medewerkersbestand aan het vergrijzen is, maar ook als je kijkt naar de manier waarop wordt omgegaan met informatie dan kun je geen andere conclusie trekken, dan dat de overheid op dit moment een informatie-infarct heeft. Dat blijkt onder meer uit het feit dat sommige functies in de geestelijke gezondheidszorg voor 60% uit administratieve werkzaamheden bestaan. Deze bejaarde is zó bang om de controle te verliezen dat zij in de stress schiet!

Voor de duidelijkheid: het gaat hier om uitvoerende functies, niet om staf- of beleidsfuncties. Er is meer tijd gereserveerd voor verantwoording en indekken dan voor zorg! Dat kan nooit lang goed gaan.

Tenzij we de medewerkers voor de gezondheidszorg uit het buitenland gaan halen. Vanwege de taalbarrière kunnen zij namelijk niet rapporteren…

Formulier als graadmeter voor procesfitheid

Uit het aantal vragen dat wordt gesteld op een aanvraagformulier is af te leiden of het proces waarmee de aanvraag wordt afgehandeld efficiënt is ingericht. Het aanvraagformulier is immers de start van het achterliggende bedrijfsproces waarin de aanvraag wordt beoordeeld. De informatie die een overheidsorganisatie verzamelt op dat formulier is de grondstof voor het proces.

Naarmate de hoeveelheid grondstoffen die voor een bedrijfsproces nodig zijn toeneemt, wordt het proces langer. Er is immers een grotere hoeveelheid materiaal om te verwerken! En dat kost tijd. Daarom moeten projecten die als doel hebben doorlooptijden te verkorten altijd starten bij het verminderen van de grondstof (informatie) die in het proces wordt gestopt.

Bijkomende voordelen zijn dat er minder ruimte nodig is om alle binnengekomen stukken op te slaan, systemen voor registratie van dossiers simpeler  zijn en de kans dat een aanvraag wél ineens volledig wordt ingediend toeneemt.

Informatie: gestructureerd vs. niet-gestructureerd

In discussies over informatie en informatiemanagement wordt vaak te weinig onderscheid gemaakt tussen de soorten informatie waar een organisatie mee te maken heeft. Het verschil tussen gestructureerde en ongestructureerde informatie is gigantisch en met iedere soort moet daarom ook anders worden omgegaan.

Gestructureerde informatie is alle informatie die in databases kan worden opgeslagen. Het gaat meestal om opsommingen van kenmerken. Bijvoorbeeld: leeftijd, geslacht, geboorteplaats, etc. Het zijn de invoerveldjes op een simpel aanvraagformulier.

Ongestructureerde informatie is de informatie die in documentmanagementsystemen wordt opgeslagen. Het gaat meestal om teksten waarin een gecompliceerd onderwerp wordt uitgelegd of toegelicht. Bijvoorbeeld brieven, tekeningen, rapporten, memo`s, etc.

Hieronder een kort overzicht van de belangrijkste verschillen tussen gestructureerde en ongestructureerde informatie:

Gestructureerd vs. Ongestructureerd

Koppelbaar – Niet koppelbaar
Analyse te automatiseren – Analyse lastig te automatiseren
Database – Documentmanagement
Proces – Beleid
Te standaardiseren – Niet te standaardiseren

Natuurlijk zijn er meer nuances te maken, maar dat vraagt eerder om een boek dan om een blogpost. Het gaat er om dat ongestructureerde informatie lastiger te verwerken is dan gestructureerde informatie. Daar moet meer aandacht voor zijn in discussies over het verwerken van informatie door de overheid. Aan de andere kant is het natuurlijk zo dat de overheid informatie veel meer kan structureren. Dit vergemakkelijkt de verwerking én kan bijdragen aan het versnellen van de dienstverlening.

Gemeenten kunnen in plaats van een “vormvrije brief” ook een simpel formulier gebruiken voor, bijvoorbeeld, het verkrijgen van toestemming voor het gebruik van de openbare ruimte om een container te mogen plaatsen. Dit betreft een standaardsituatie waarvoor via een gestructureerd formulier toestemming kan worden aangevraagd. Dit bespaart de indiener de moeite van het schrijven van een brief, waarvan bovendien niet helder is wat er in moet komen. Ook bespaart het de gemeente de moeite van het lezen van brieven en wordt het mogelijk de aanvraag in te voeren in een systeem en het systeem de toestemming te laten bepalen op basis van de inhoud van het formulier.

3… 2… 1… start de vakantie!

Vandaag start mijn vakantie. En dat is natuurlijk een ideale gelegenheid om een meer fundamentele serie posts over overheid en informatie aan te kondigen! In de komende 10 posts zal ik steeds in een paar regels dieper in gaan op een onderwerp gerelateerd aan overheid en informatie. Tot en met 4 september zal er iedere werkdag een post verschijnen. Uiteraard gebeurt dat automagisch, want ik ben immers met vakantie!

Dubbele deadlines

Eindelijk ben ik er achter waarom het missen van de deadline voor de invoering van de BAG vrijwel geen aandacht krijgt in de media. Er blijkt namelijk een verschil tussen het invoeren van de BAG en het verplicht gebruik van de BAG-gegevens. De deadline voor het invoeren is namelijk 1 juli 2009, terwijl de deadline voor het verplicht gebruik 1 juli 2011 is.

Door een onderscheid te maken tussen invoeren en gebruik heeft het niet halen van de deadline voor invoeren van de BAG in de praktijk geen enkel merkbaar gevolg voor de dienstverlening van de overheid. Pas als de deadline voor het gebruik niet wordt gehaald is er een probleem. Op dat moment worden afspraken over de verbering van de dienstverlening niet gehaald. En dat zijn de enige afspraken waat de burger iets van merkt, omdat er dan écht sprake is van een vertraging in het aanpakken van bureaucratie.

Het missen van de deadline heeft niet alleen geen gevolgen voor de dienstverlening, ook de gemeenten zelf merken er niets van. Het enige dat de gemeenten er van mee krijgen is dat VROM gemeenten meer gaan manen om de BAG in te voeren. Van sancties, in welke vorm dan ook, is geen sprake.

Door deze dubbele deadlines, waarvan de eerste zonder betekenis is, houdt de overheid zichzelf voor de gek. Wanneer het missen van een deadline geen enkele consequentie heeft, is de kans groot dat 99% van de gemeenten die deadline niet gaan halen. Op die manier wordt er een “faalmoment” gecreëerd waar skeptici en politiek tegenstanders makkelijk gebruik van kunnen maken. Daarom is het beter de tussentijdse deadlines niet te communiceren en alleen aandacht te geven aan het moment waarop alles moet werken. Het feit dat vier gemeenten de boel nu al (technisch?) op orde hebben zou in dat geval een groot succes zijn dat uitbundig gevierd kan worden!

Zie hier (.pdf) de kamervragen met de antwoorden en hier de webpagina op de site van BZK waar de antwoorden worden aangekondigd. Het het artikel dat de aanleiding is van de kamervragen is te vinden in het FD: “Aanpakken bureaucratie loopt forse vertraging op“.

Burgerparticipatie op Europees niveau: post-i2010, pre 2.0

Op de site van Computable is te lezen dat “Europa” de burger advies vraagt over haar ICT-strategie. Zij willen via deze lekenraadpleging antwoord op een 90-tal vooraf opgestelde vragen om vast te stellen hoe het beleid er na i2010* uit moet zien. Het zijn vragen als: “Welke ICT-onderwerpen zijn het belangrijkst de komende 5 tot 10 jaar“. Het initiatief is mooi, maar er is niemand die ook maar een beetje kan voorspellen welke ICT-onderwerpen over drie jaar actueel zijn. Laat staan over 5 tot 10 jaar! Deze vraag is niet te beantwoorden. Door een dergelijke termijn te kiezen laat Europa zien dat zij geen kaas gegeten heeft van ICT-strategie. Zelfs organisatiestrategieën zijn tegenwoordig vaak niet langer dan drie jaar. Gelukkig hebben ze dat zelf ook ingezien en heeft er in 2008 een mid-term review plaatsgevonden voor i2010. Maar toch vinden ze het nodig deze vraag te stellen. Alsof de nieuwe strategie wel 5 jaar houdbaar is. Zo zijn er nog 89 (deels open) vragen.

Laat er geen misverstand over zijn: dit is een goed initiatief, maar misschien kan het ook op een andere manier. De website bijvoorbeeld. Die ziet er uit alsof hij aan het einde van de jaren `90 is gemaakt en daarmee weerspiegelt hij waarschijnlijk precies het karakter van de EU-organisatie. Daarnaast is de mate van interactie erg beperkt. Bij het bekijken van de pagina`s moet ik steeds denken aan de post op Ambtenaar 2.0 van vanochtend. Hoe anders is de insteek die de EU hier kiest!

Van de 10 punten die worden genoemd voeren ze maar één punt voor de helft uit. (Zie punt 8: Stel vragen en initieer gesprekken.) En wat betreft punt 2 (Wees aanwezig op drukke plekken) is de actie van de EU precies tegenovergesteld. De eigen website is niet aantrekkelijk en kent geen mogelijkheden voor interactie of communityvorming. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit een van die drukke plekken is waar je als overheid 2.0 aanwezig móét zijn. De Europese Unie lijkt wel een muurbloempje dat liever niet in de belangstelling staat. Bovendien kent de website beperkte functionaliteit (Punt 5: Zorg voor goede voorzieningen). Waar is bijvoorbeeld de RSS feed? Of de mogelijkheid voor burgers om reacties te plaatsen en de mogelijkheid voor ambtenaren om dáár weer op te reageren en de discussie aan te gaan?

Wat betreft punt 10 (Interpreteer online data) ligt het in de lijn der verwachting dat ze dit nog niet doen. Maar aan de andere kant kunnen ze minstens melden op wat voor manier ze de data verwerken die met hun vragenlijst wordt verzameld. Helaas hebben ze ook dat nagelaten. (Maar ik kan me voorstellen dat ik er overheen gelezen heb…)

Ik ben benieuwd hoe ze dit over vijf jaar aanpakken als de post-i2015 consultatie online komt!

Hoe dan ook. De pagina met informatie over de vragenlijst en hier kun je de vragenlijst online invullen. Tot slot is dit de link naar het document (pdf) met daarin de vragen. Via ICT regie.

*i2010 is het EU beleidsraamwerk voor de informatiemaatschappij en media.

Projectenportfolio online!

Om meer inzicht te geven in mijn werk heb ik aan de rechterkant een link opgenomen naar een projectenportfolio. Het is een vast punt op het web waar ik naar kan verwijzen als wordt gevraagd wat ik kan betekenen voor overheidsorganisaties. Je vindt er korte beschrijvingen van projecten waar ik bij betrokken was, inclusief links naar de eindresultaten!

Staat er iets tussen dat je interesseert? Of wil je meer informatie? Neem dan contact op via dit mailadres om te zien hoe we kunnen samenwerken. Ik hoor graag van je!

Online dossierinzage: JellinekMentrum durft het aan!

JellinekMentrum Gooi & Vechtstreek gaat GGZ-cliënten online inzage in hun dossier geven. Hiermee vergroten zij niet alleen de transparantie naar hun clienten, er wordt óók van de hulpverleners verwacht dat zij in begrijpelijke taal rapporteren. Een van de doelen van de online inzage is dat er “geen onduidelijk vakjargon van alwetende zorgverleners” wordt gebruikt. Een duidelijker signaal van cliëntenemancipatie door gebruik van technologie is bijna niet denkbaar! Met deze ambitie heeft de online inzage direct invloed op de manier waarop hulpverleners hun rapportages gaan opstellen. Dat is interessant, omdat het dienstverleners (eigenwijze professionals) dwingt hun werkwijze te veranderen.

Wat verderop staat dat JellinekMentrum later dit jaar met een chatfunctie komt. Niet als onderdeel van de behandeling, dat is al eens eerder gedaan, maar juist om cliënten met elkaar in contact te brengen! Ik benieuwd hoe dat gaat uitpakken.

Via.

Een klein gebaar van BPR naar gemeenten

Gebaar

Vorige week schreef ik over de nieuwe GBA-brochure van het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) over het GBA. Wat mij betreft is die brochure een schoolvoorbeeld van heldere overheidscommunicatie.

Maar BPR gaat nog een stap verder: ze vragen de gebruikers (gemeenten) om te bepalen in welke talen de brochure nog meer  moet verschijnen! Je kunt hier opgeven in welke taal jij vindt dat de folder nog meer gedrukt moet worden. Een simpel, klein formuliertje waaruit blijkt BPR haar dienstverlening serieus neemt.